Aanhef
De directeur Stadswerken van de gemeente Amsterdam;
gelet op artikel 5, artikel 6, eerste lid en artikel 8, tweede lid, van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam en artikel 2, eerste lid, samen met de bijlage, onderdeel Algemene bepalingen en beperkingen, onder 7, van het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Centrum Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Nieuw-West Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Noord Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Oost Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel West Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Zuid Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Zuidoost Amsterdam 2024 en het Algemeen mandaatbesluit stadsgebied Weesp Amsterdam;
besluit de volgende regeling vast te stellen:
Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam – Stadswerken
Artikel 1 Definities
In dit besluit wordt verstaan onder:
-afdelingsmanager / afdelingshoofd: een afdelingsmanager werkzaam binnen de ambtelijke organisatie van de directie;
-burgemeester: de burgemeester van de gemeente;
-cluster: een groep directies waarvan de directeuren worden aangestuurd door een stedelijk directeur;
-college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente;
-dagelijks bestuur of DB: het dagelijks bestuur als bestuurscommissie van een stadsdeel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de verordening en dagelijks bestuur van de bestuurscommissie van stadsgebied Weesp als bedoeld in artikel 46, eerste lid, van de verordening;
-directeur: de directeur Stadswerken;
-directie: de directie Stadswerken;
-gemeente: de gemeente Amsterdam;
-machtiging: de bevoegdheid om handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;
-mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen, als bedoeld in artikel 10:1 van de Algemene wet bestuursrecht;
-stadsdeel: een stadsdeel als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de verordening;
-stadsgebied: het stadsgebied Weesp als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de verordening;
-stedelijk directeur: de directeur van een cluster;
-teammanager / teamleider: een teammanager werkzaam binnen de ambtelijke organisatie van de directie;
-verordening: Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022;
-volmacht: de bevoegdheid om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;
-voorzitter of VZ: de voorzitter van het dagelijks bestuur.
Artikel 2 Machtiging en volmacht
Voor de toepassing van dit besluit wordt met mandaat en ondermandaat gelijkgesteld de verlening van:
a.Volmacht en ondervolmacht om in naam van de oorspronkelijke mandaatgever privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten en in dat kader stukken te tekenen;
b.Machtiging en ondermachtiging om in naam van de oorspronkelijke mandaatgever handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.
Artikel 3 Mandaatverlening voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam
1Ondermandaat wordt verleend tot het uitoefenen van bevoegdheden van de directeur in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam aan functionarissen, zoals weergegeven in het mandatenregister in bijlage 1 bij dit besluit.
2Gemandateerden oefenen de bevoegdheden uit onder voorwaarde van de in bijlage 1 genoemde bepalingen en beperkingen.
3Aan de afdelingsmanagers en teammanagers van de directie wordt mandaat verleend tot het uitoefenen van bevoegdheden als bedoeld in bijlage 5 bij het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam.
Artikel 4 Mandaatverlening voor bevoegdheden uit de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied
1Ondermandaat wordt verleend tot het uitoefenen van bevoegdheden van de directeur in het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Centrum Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Nieuw-West Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Noord Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Oost Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel West Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Zuid Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Zuidoost Amsterdam 2024 en het Algemeen mandaatbesluit stadsgebied Weesp Amsterdam aan functionarissen, zoals weergegeven in het mandatenregister in bijlage 2 bij dit besluit.
2Gemandateerden oefenen de bevoegdheden uit onder voorwaarde van de in bijlage 2 genoemde bepalingen en beperkingen.
Artikel 5 Vervangingsregeling
1De afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik, de afdelingsmanager Bedrijfsvoering, Ondersteuning en Services en de directeur van het cluster Stadsdelen, Beheer en Dienstverlening worden aangewezen om de directeur te vervangen in de uitoefening van de aan deze gemandateerde bevoegdheden indien deze meer dan twee kalenderdagen afwezig is of indien deze afwezig is en er sprake is van een dringende noodzaak.
2Bij afwezigheid van de directeur in een van de situaties, bedoeld in het eerste lid, wordt deze vervangen door de afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik.
3Bij afwezigheid van de directeur in een van de situaties, bedoeld in het eerste lid, en bij afwezigheid van de afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik, wordt de directeur vervangen door de afdelingsmanager Bedrijfsvoering, Ondersteuning en Services
4Bij afwezigheid van de directeur in een van de situaties, bedoeld in het eerste lid, en bij afwezigheid van afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik en de afdelingsmanager Bedrijfsvoering, Ondersteuning en Services wordt de directeur vervangen door de stedelijk directeur Stadsdelen, Beheer en Dienstverlening.
Artikel 6 Wijze van ondertekening
1Ondermandaat op grond van dit besluit geldt ook voor de ondertekening van stukken.
2In geval van het uitoefenen van een gemandateerde bevoegdheid worden uitgaande stukken als volgt ondertekend:
Namens de burgemeester van Amsterdam / het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
[handtekening]
[voor- en achternaam gemandateerde]
[functieaanduiding]
3Een beslissing die niet in mandaat wordt genomen, maar wel wordt ondertekend in mandaat, wordt als volgt ondertekend:
De burgemeester van Amsterdam / het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
ondertekend namens deze,
[handtekening]
[voor- en achternaam gemandateerde]
[functieaanduiding]
4In het geval er wordt ondertekend door een vervanger als bedoeld in artikel 5, dan wordt de ondertekeninstructie in het tweede en derde lid vanaf de handtekening vervangen door:
[handtekening]
bij afwezigheid,
[voor- en achternaam vervanger]
[functieaanduiding vervanger]
Artikel 7 Intrekken eerder mandaatbesluit
Het Algemeen ondermandaatbesluit (Gemeenteblad 2021, 351981) en het Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling (Gemeenteblad 2022, 303939) worden ingetrokken.
Artikel 8 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking.
Artikel 9 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam – Stadswerken.
Bijlage 1, bij artikel 3 Mandaten voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam: Ondermandatenregister
Algemene bepalingen en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam
Ten aanzien van de mandaten voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam gelden de volgende algemene bepalingen en beperkingen:
1Over vergunningverlening:
a.Onder het nemen van besluiten op een aanvraag voor een vergunning, ontheffing of andere beschikking wordt ook het weigeren, wijzigen of intrekken verstaan;
b.Onder het stellen van voorschriften, voorwaarden of beperkingen wordt ook het aanvullen, toevoegen, intrekken of opheffen hiervan verstaan;
c.Het nemen van besluiten als bedoeld onder a omvat tevens de bevoegdheid tot het heffen en innen van leges.
2Onder het nemen van besluiten op een aanvraag om subsidie wordt zowel het verlenen als het vaststellen van subsidie verstaan alsmede het weigeren, wijzigen of intrekken, het opleggen van verplichtingen en voorts de uitvoering van al die bepalingen in genoemde regelingen die zien op de verstrekking van subsidies, met uitzondering van:
a.De bevoegdheid tot het stellen van nadere regels;
b.Het vaststellen van subsidieplafonds;
c.Het vaststellen van formulieren voor het indienen van een aanvraag om subsidie;
d.De handelingen die, voor wat betreft de afdeling van subsidieaanvragen, behoren tot het werkterrein van de directie Subsidie, Inkoop en Juridisch Bureau Sociaal.
3De taken op het gebied van handhaving omvatten:
a.Het nemen van besluiten inzake het opleggen van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:21 Algemene wet bestuursrecht;
b.Het vaststellen van de hoogte van de kosten van bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:25, zesde lid, Algemene wet bestuursrecht;
c.Het nemen van besluiten inzake het toepassen van bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:31a Algemene wet bestuursrecht;
d.Het nemen van besluiten inzake het opleggen van een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 5:31d Algemene wet bestuursrecht;
e.Het nemen van besluiten omtrent het invorderen van een dwangsom, bestuurlijke boete of kosten van bestuursdwang bij dwangbevel als bedoeld in artikel 5:10, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht;
f.Het nemen van besluiten omtrent het nemen van executiemaatregelen ter uitvoering van de hierboven bedoelde dwangbevelen.
Andere algemene bepaling
Als de wet- en regelgeving waarop een verleende bevoegdheid in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam berust wordt gewijzigd in dat besluit, wordt de bevoegdheid op grond van dit ondermandaatbesluit geacht te zijn verleend op de grondslagverwijzing uit het gewijzigde Algemeen mandaatbesluit Amsterdam.
Ondermandatenregister
Nr.
Grondslag in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam
Omschrijving bevoegdheid
Grondslag genoemd in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam
Bevoegd bestuursorgaan
Bijzonderheden en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam
Ondermandaat verleend aan
1.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 1, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 1, onderdeel 1
Het nemen van verkeersbesluiten en het plaatsen van verkeersborden, voor zover het plusnet auto, plusnet ov tram, hoofdnet ov tram en basisnet ov tram betreft
Artt. 15 en 18 Wegenverkeerswet 1994
College
a.Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik;
b.Teammanager Expertisecentrum.
2.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 1, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 1, onderdeel 2
Het nemen van verkeersbesluiten en het plaatsen van verkeersborden op alle wegen als sprake is van een grootstedelijk project of als sprake is van beheer, onderhoud vervanging en uitbreiding van assets en dit een stedelijke taak betreft of een stedelijk belang heeft
Artt. 15 en 18 Wegenverkeerswet 1994
College
a.Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik;
b.Teammanager Expertisecentrum.
3.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 1, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 1, onderdeel 3
Het toepassen en plaatsen van verkeerstekens en onderborden alsmede het nemen van maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer die niet krachtens een verkeersbesluit geschieden en wanneer er sprake is van een grootschalig project
Art. 17 Wegenverkeerswet 1994
College
a.Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik;
b.Afdelingsmanager Infra en Civiel;
c.Teammanager Expertisecentrum.
4.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 1, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 1, onderdeel 4, aanhef en onder a
De inschrijving in het register, alsmede weigering, verlenging en doorhalen daarvan, en het verstrekken van een bewijs van inschrijving
Artt. 2.1, 2.3 en 2.4 Marktverordening
College
Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik
5.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 1, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 1, onderdeel 4, aanhef en onder b
Het verstrekken van een vervangerskaart en het bijschrijven
Art. 2.5 Marktverordening
College
Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik
6.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 1, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 1, onderdeel 4, aanhef en onder c
Het aanwijzen van waren die verboden zijn te verhandelen op een markt
Art. 3.2, lid 3, Marktverordening
College
Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik
7.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 1, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 1, onderdeel 4, aanhef en onder d
De plaatsing op de marktlijst, alsmede overschrijving en doorhalen daarvan
Artt. 3.4, 3.5 en 3.6, onder a, b, c en f, Marktverordening
College
Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik
8.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 1, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 1, onderdeel 4, aanhef en onder e
Het verlenen, weigeren en intrekken van vergunningen voor markten op afstand, het vaststellen van de vergoeding voor het gebruik van de grond en van een borgsom voor een markt op afstand
Artt. 4.3 en 4.4 Marktverordening
College
Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik
9.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 1, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 1, onderdeel 4, aanhef en onder f
Het tijdelijk verbieden van handel in bepaalde waren, het gelasten dat een markt op afstand niet wordt gehouden of ontruimd vanwege bijzondere omstandigheden
Art. 4.6 Marktverordening
College
Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik
10.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 1, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 1, onderdeel 4, aanhef en onder g
Het aanwijzen van gedeelten van een markt op afstand waar het venten of verspreiden dan gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen dan wel het voeren van propaganda is toegestaan
Art. 4.7 Marktverordening
College
Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik
11.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 1, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 1, onderdeel 4, aanhef en onder h
Het weigeren of intrekken van een vergunning of ontheffing of vervangerskaart
Art. 6.2, lid 2, onder a tot en met e, g en k, Marktverordening
College
Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik
12.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 1, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 1, onderdeel 4, aanhef en onder i
De intrekking van een vervangerskaart
Art. 6.2, lid 3, Marktverordening
College
Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik
13.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 1, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 1, onderdeel 4, aanhef en onder j
Het toepassen van de hardheidsclausule in geval van het overschrijven van een plaats op de marktlijst voor zover betrekking hebbend op art. 3.5 Marktverordening
Art. 7.4 Marktverordening
College
Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik
14.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 1, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 1, onderdeel 5, aanhef en onder a
Inschrijving in het register, alsmede weigering, verlenging en doorhalen daarvan, het verstrekken van een bewijs van inschrijving en het verlenen van ontheffing van de eis tot inschrijving in het register
Artt. 2.1, 2.3 en 2.4 Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten
College
Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik
15.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 1, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 1, onderdeel 5, aanhef en onder b
Het verstrekken of weigeren van een partnerkaart
Art. 2.5 van de Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten
College
Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik
16.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 1, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 1, onderdeel 5, aanhef en onder c
Plaatsing, overschrijving en doorhalen op de sollicitantenlijst staanplaatsen
Artt. 3.2, 3.5 en 3.6 Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten
College
Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik
17.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 1, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 1, onderdeel 5, aanhef en onder d
Het bekendmaken en toewijzen van vrijgekomen lijstplaatsen en de herplaatsing op de sollicitantenlijst
Art. 3.3 Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten
College
Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik
18.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 1, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 1, onderdeel 5, aanhef en onder e
Het verlenen van een ventvergunning alsmede het verbinden van een maximum aan het aantal te verlenen ventvergunningen
Art. 4.1, lid 1 en 3, Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten
College
Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik
19.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 1, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 1, onderdeel 5, aanhef en onder f
Handhaving van het verbod om geluidshinder te veroorzaken en het verlenen van ontheffing van het verbod op geluidsversterkende apparatuur of andere middelen die geluidshinder kunnen veroorzaken
Art. 4.2 Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten
College
Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik
20.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 1, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 1, onderdeel 5, aanhef en onder g
Het weigeren van een ventvergunning
Art. 6.1, lid 1 en 3, Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten
College
Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik
21.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 1, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 1, onderdeel 5, aanhef en onder h
Het intrekken van een vergunning op diverse gronden
Art. 6.1, lid 5, onder a tot en
met g, h, onderdeel vier, i en k, Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten
College
Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik
22.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 1, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 1, onderdeel 5, aanhef en onder i
Het toepassen van de hardheidsclausule ten aanzien van het doorhalen van een plaats op de sollicitantenlijst voor zover betrekking hebbend op art. 3.6 Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten
Art. 7.4 Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten
College
Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik
23.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel a
Het nemen van alle conservatoire maatregelen en doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht en bezit
Art. 160, lid 3, Gemeentewet
College
a.Behalve beslaglegging;
b.Voor zover het gaat om aangelegenheden die de directie betreffen.
Afdelingsmanagers
24.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel b
Het stellen van een termijn voor de aanvulling van een aanvraag en het besluiten omtrent het niet in behandeling nemen van een aanvraag dan wel van een aanvraag die niet binnen de gestelde termijn voldoende is aangevuld
Art. 4:5 Algemene wet bestuursrecht
College
Voor zover het gaat om aangelegenheden die de directie betreffen
Afdelingsmanagers
25.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel c
Het beslissen dat een aanvrager of derdebelanghebbende niet in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen
Art. 4:11 Algemene wet bestuursrecht
College
Voor zover het gaat om aangelegenheden die de directie betreffen
Afdelingsmanagers
26.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel d
Het kennisgeven van de verdaging van een beslissing op een aanvraag
Art. 4:14 Algemene wet bestuursrecht
College
Voor zover het gaat om aangelegenheden die de directie betreffen
Afdelingsmanagers
27.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel e
In het geval van niet tijdig beslissen de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij beschikking vaststellen
Art. 4:18 Algemene wet bestuursrecht
College
Voor zover het gaat om aangelegenheden die de directie betreffen
Afdelingsmanagers
28.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel f
Het vaststellen van de verplichting tot betaling van een geldsom aan of door de dienst of bedrijf (bestuursrechtelijke geldschuld)
Art. 4:86 Algemene wet bestuursrecht
College
Voor zover het gaat om aangelegenheden die de directie betreffen
Afdelingsmanagers
Noot: overeenkomstig de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023
29.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel g
Het verlenen van uitstel van betaling
Art. 4:94 Algemene wet bestuursrecht
College
Voor zover het gaat om aangelegenheden die de directie betreffen
Afdelingsmanagers
30.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel h
Het verlenen van voorschotten
Art. 4:95 Algemene wet bestuursrecht
College
Voor zover het gaat om aangelegenheden die de directie betreffen
Afdelingsmanagers
Noot: overeenkomstig de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023
31.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel i
Het intrekken of wijzigen van de beschikking tot uitstel van betaling of verlenen van een voorschot
Art. 4:96 Algemene wet bestuursrecht
College
Voor zover het gaat om aangelegenheden die de directie betreffen
Afdelingsmanagers
Noot: overeenkomstig de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023
32.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel j
Het geheel of gedeeltelijk kwijtschelden van een geldschuld
Art. 4:94a Algemene wet bestuursrecht
College
a.Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald;
b.Alleen indien de nadelige gevolgen van de invordering onevenredig zijn in verhouding tot de met de invordering te dienen doelen;
c.Voor zover het gaat om aangelegenheden die de directie betreffen.
Afdelingsmanagers
Noot: overeenkomstig de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023
33.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel l
Het behandelen en afdoen van klachten
Titel 9.1, Algemene wet bestuursrecht
College
Voor zover het gaat om aangelegenheden die de directie betreffen
Afdelingsmanagers
34.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel m
Het beslissen op verzoeken om publieke informatie
Art. 4.1, lid 1, Wet open overheid
College
Voor zover het gaat om aangelegenheden die de directie betreffen
Afdelingsmanagers
35.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel n
Het beslissen inzake de actieve openbaarmaking van informatie
Art. 3.3 Wet open overheid
College
Voor zover het gaat om aangelegenheden die de directie betreffen
Afdelingsmanagers
36.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 1, en met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 2
Het besluiten tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen in verband met aangaan, aanpassen, beëindigen en uitvoeren van arbeidsovereenkomsten van medewerkers met wie de gemeente een arbeidsovereenkomst heeft, heeft gehad of zal aangaan en de daarmee verband houdende rechtshandelingen
Art. 160, lid 1, onder d, Gemeentewet
College
Met uitzondering van:
a.het opzeggen van de arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:669 Burgerlijk Wetboek, het opzeggen van de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd op grond van art. 7:676 Burgerlijk Wetboek, het doen van een ontbindingsverzoek in de zin van art. 7:671b Burgerlijk Wetboek en het opzeggen van de arbeidsovereenkomst om een dringende reden op grond van art. 7:677 Burgerlijk Wetboek, voor een werknemer die:
-lid is van de ondernemingsraad of van een commissie, genoemd in art. 15 Wor;
-geplaatst is op een kandidatenlijst, genoemd in art. 9 Wor;
-korter dan twee jaar geleden lid is geweest van de ondernemingsraad of van een commissie van de ondernemingsraad, genoemd in art. 15 Wor, of
-aan de ondernemingsraad als secretaris is toegevoegd,
waarbij toestemming van het college niet vereist is:
i.als schriftelijke instemming van de medewerker wettelijk vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, lid 1, Burgerlijk Wetboek en die schriftelijke instemming van de medewerker ook is gegeven;
ii.als schriftelijke instemming van de medewerker vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, lid 1, Burgerlijk Wetboek maar de medewerker die instemming niet heeft gegeven zodat een ontbindingsverzoek zal worden gedaan, waarbij het een ontslag betreft op grond van art. 7:669, lid 3, onder a, Burgerlijk Wetboek (reorganisatie) of art. 7:669, lid 3, onder b, Burgerlijk Wetboek (arbeidsongeschiktheid); of
iii.als schriftelijke instemming van de medewerker niet vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, lid 1, Burgerlijk Wetboek maar de medewerker wel schriftelijke instemming heeft gegeven.
b.het besluiten tot het aangaan van een beëindigingsovereenkomst in de zin van art. 7:670b, Burgerlijk Wetboek en Boek 7, titel 15, Burgerlijk Wetboek, voor zover het bedrag aan extra tegemoetkomingen, uitstijgt boven € 75.000,- bruto;
c.rechtshandelingen waarbij de gemeentesecretaris belanghebbende is;
d.in een individueel geval in het voordeel van de werknemer afwijken van de Cao Gemeenten als naar het oordeel van de werkgever toepassing ervan leidt tot onevenredig nadeel van de werknemer bedoeld in art. 1.7 van de Cao Gemeenten en art. 0.5 van de Cao Amsterdam, voor zover het hiermee gemoeide maximale bedrag uitstijgt boven € 75.000,- bruto.
e.aangelegenheden die niet de eigen directie betreffen.
37.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 7 en onderdeel 1, met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 3
Het nemen van besluiten over het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen
Art. 160, lid 1, onder d, Gemeentewet
College
Mits:
a.zij geen betrekking hebben op onderwerpen die politiek of bestuurlijk gevoelig zijn;
b.zij geen betrekking hebben op:
i.de oprichting van of deelneming in een rechtspersoon;
ii.het lenen of uitlenen van geld;
iii.borgstelling of garantstelling voor schulden van derden; of
iv.andere arbeidsrechtelijke bevoegdheden anders dan genoemd in onderdeel 2 van hoofdstuk 2 van bijlage 1, Algemeen mandaatbesluit Amsterdam; en
c.de desbetreffende rechtshandeling plaatsvindt binnen de door college en raad vastgestelde beleidskaders zoals het Inkoop- en Aanbestedingsbeleid van de gemeente Amsterdam en de daarop gebaseerde werkinstructies, de ‘Notitie Samen Inkopen’, de ‘Notitie Doelgericht op afstand 2’, het ‘Lening- en garantiebeleid van de gemeente Amsterdam’ en het gemeentelijk integriteitsbeleid.
d.het gaat om aangelegenheden die de directie betreffen.
a.Afdelingsmanagers;
b.Teammanagers;
c.Projectleiders binnen de afdeling Markten, Gebied en Gebruik.
Noot: overeenkomstig de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023
38.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 1, en met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 4
Het in en buiten rechte vertegenwoordigen van de gemeente ter uitvoering van een gegeven mandaat
Art. 171, lid 1, Gemeentewet
Burgemeester
Voor zover het gaat om aangelegenheden die de directie betreffen
a.Afdelingsmanagers;
b.Teammanagers;
c.projectleiders van de afdeling Markten, Gebied en Gebruik.
Noot 1:
Dit gaat onder andere over het tekenen van overeenkomsten.
Noot 2:
overeenkomstig de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023
18.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 1, en met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 5
De ondertekening van stukken die van het college uitgaan
Art. 59a, lid 1, Gemeentewet
College
Voor zover het gaat om aangelegenheden die de directie betreffen
Afdelingsmanagers
39.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 2
De volgende bevoegdheden en feitelijke handelingen die verband houden met:
a.de uitoefening van de rechten van betrokkene;
b.een melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene;
c.de voorafgaande raadpleging bij de Autoriteit Persoonsgegevens
Artt. 12 tot en met 23, 34 en 36 Algemene Verordening Gegevensbescherming
College
Voor zover het gaat om aangelegenheden die de directie betreffen
Afdelingsmanagers
40.
Art. 5, lid 2,, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 3
Het beslissen op een aanvraag om nadeelcompensatie
Art. 4:126 Algemene wet bestuursrecht
College
a.Voor zover het gaat om aangelegenheden die de directie betreffen.
b.Onder de voorwaarde dat de beslissing in overeenstemming is met een uitgebracht advies van de adviescommissie als bedoeld in art. 4 Verordening nadeelcompensatie Amsterdam 2022 dan wel in overeenstemming is met het conceptbesluit, zoals door het Schadeloket Algemene Nadeelcompensatie is vastgesteld.
Afdelingsmanagers
Noot: overeenkomstig de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023
41.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 4
Het verlenen van goedkeuring van de met de schadebeperkende maatregelen gemoeide kosten
Art. 4:126, lid 2, onderdeel b, Algemene wet bestuursrecht
College
Voor zover het gaat om aangelegenheden die de directie betreffen
Afdelingsmanagers
42.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 5
Het beslissen op een aanvraag om een voorschot te verlenen
Art. 7 Verordening nadeelcompensatie Amsterdam 2022
College
a.Voor zover het gaat om aangelegenheden die de directie betreffen.
b.Onder de voorwaarde dat de beslissing in overeenstemming is met een uitgebracht advies van de adviescommissie als bedoeld in art. 4 Verordening nadeelcompensatie Amsterdam 2022
Afdelingsmanagers
Noot: overeenkomstig de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023
43.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 6
De volgende bevoegdheden op grond van de Archiefwet 1995, het Archiefbesluit 1995 en het Besluit informatiebeheer 2010:
a.Het vervangen van archiefbescheiden door reproducties, teneinde de aldus vervangen bescheiden te vernietigen;
b.Het opmaken van een verklaring van vervanging van archiefbescheiden door reproducties;
c.Het vervreemden van archiefbescheiden;
d.Het opmaken van een verklaring van vervreemding van archiefbescheiden;
e.Het overbrengen van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats;
f.Het vervroegd overbrengen van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam);
g.Het verzoeken om het verlenen van een machtiging door Gedeputeerde Staten tot opschorting van de overbrenging van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam);
h.Het opmaken van een verklaring van overbrenging van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam);
i.Het opmaken van een verklaring van vernietiging van archiefbescheiden;
j.Het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden;
k.Het overdragen van informatie (archiefbescheiden) van een organisatieonderdeel aan een ander organisatieonderdeel;
l.Het beslissen inzake verzoeken tot het opvragen of hergebruiken van gemeentelijke databanken.
a.Art. 7 Archiefwet 1995 en art. 6 Archiefbesluit 1995.
b.Art. 8 Archiefbesluit 1995.
c.Art. 8, leden 1 en 2, Archiefwet 1995 en artt. 7 en 8 Archiefbesluit 1995.
d.Art. 8 Archiefbesluit 1995.
e.Art. 12, lid 1, Archiefwet 1995 en art. 9 Archiefbesluit 1995.
f.Art. 13, lid 1, Archiefwet 1995.
g.Art. 13, leden 3 en 4, Archiefwet 1995.
h.Art. 8 Archiefbesluit 1995.
i.Art. 8 Archiefbesluit 1995.
j.Art. 15, leden 1 en 2, art. 16, lid 2, Archiefwet 1995 en art. 19 Archiefbesluit 1995.
k.Art. 4, onderdeel d, Besluit informatiebeheer 2010.
l.Art. 2 Databankenverordening Amsterdam.
College
a.Voor zover het gaat om aangelegenheden die de directie betreffen.
b.Na overleg met en instemming van de conform art. 32, lid 3, Archiefwet 1995 door burgemeester en wethouders benoemde functionaris (de gemeentearchivaris)
Afdelingsmanagers
44.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 3, onderdeel 1
Het verstrekken van subsidie aan een instelling
College
Voor ten hoogste het bedrag dat op de begroting is vermeld, voor zover het zijn werkterrein betreft en overeenkomstig de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023
Afdelingsmanagers
45.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 3, onderdeel 2
Het verstrekken van subsidie op grond van de subsidieregelingen die door het college zijn vastgesteld
College
Die behoren tot het werkterrein van de directie en overeenkomstig de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023
Afdelingsmanagers
46.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 3, onderdeel 3
Het aanvragen van subsidie namens de gemeente voor activiteiten die behoren tot het aan de betreffende directie opgedragen werkterrein
College
Voor zover het gaat om aangelegenheden die de directie betreffen
Afdelingsmanagers
47.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 5
Beslissen op bezwaar tegen besluiten die genomen worden op basis van bevoegdheden genoemd in dit besluit
College
a.Tenzij het gaat om mandaat voor het nemen van primaire rechtspositionele besluiten in de zin van art. 1:3 Algemene wet bestuursrecht die zijn genomen en bekendgemaakt vóór 1 januari 2020; of
b.Tenzij die bevoegdheid in bijlage 2 en 3 is uitgezonderd; en
c.Met inachtneming van de beperkingen uit de Regeling bezwaar en beroep (college en burgemeester); en
d.Voor zover deze behoren tot het werkterrein van de directie.
Afdelingsmanagers
Bijlage 2, bij artikel 4 Mandaten voor bevoegdheden uit de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied: Ondermandatenregister
Algemene bepalingen en beperkingen
Ten aanzien van mandaten voor bevoegdheden uit de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied gelden de volgende algemene bepalingen en beperkingen:
1Algemene bepalingen en beperkingen
Ten aanzien van mandaten voor bevoegdheden uit de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied gelden de volgende algemene bepalingen en beperkingen:
1De bevoegdheden worden uitgeoefend binnen het gemeentelijke beleid en eventuele (mondelinge) instructies van het dagelijks bestuur of de voorzitter van het dagelijks bestuur van het stadsdeel of stadsgebied of de directeur.
2De gemandateerde betrekt de directeur en het dagelijks bestuur of de voorzitter bij het gebruikmaken van de bevoegdheden indien sprake is van politiek gevoelige onderwerpen. Onder politiek gevoelige onderwerpen wordt in ieder geval verstaan, onderwerpen waarbij:
a.hoge afbreukrisico’s aanwezig zijn;
b.stadsdeel- of stadsgebiedoverstijgende belangen spelen;
c.uniforme besluitvorming gewenst is;
d.strategische belangen van het stadsbestuur in het geding zijn;
e.expertise nodig is die op stadsdeel- of stadsgebiedniveau niet goed is ontwikkeld.
3Als de wet- en regelgeving waarop een verleende bevoegdheid berust wijzigt, wordt de bevoegdheid geacht te zijn verleend op grond van de bepalingen uit de gewijzigde wet- en regelgeving. De wijzigingen worden zo spoedig mogelijk in het mandatenregister verwerkt.
4Het mandaat voor het uitoefenen van een bevoegdheid omvat tevens alle direct met de gemandateerde bevoegdheid – al dan niet in de Algemene wet bestuursrecht opgenomen – samenhangende handelingen en besluiten zoals, maar niet beperkt tot:
a.het verrichten van alle benodigde (feitelijke) voorbereidings- en uitvoeringshandelingen en voeren van correspondentie;
b.het verstrekken van mondelinge of schriftelijke informatie en gegevens van feitelijke en objectieve aard;
c.het ondertekenen van de betreffende stukken;
d.het voldoen aan publicatieverplichtingen;
e.het verdagen (verlengen) c.q. opschorten van beslistermijnen inzake te nemen besluiten overeenkomstig van toepassing zijnde regelgeving, voor zover niet opgenomen in het ondermandatenregister;
f.het beslissen op ingebrekestellingen wegens het niet tijdig beslissen als bedoeld in paragraaf 4.1.3.2 Algemene wet bestuursrecht;
g.het vragen van adviezen en het inwinnen van inlichtingen.
De mandaatverlening omvat in ieder geval de bevoegdheid om, ter zake van de bevoegdheden opgenomen in dit mandatenregister, verzoeken te weigeren, besluiten in te trekken, te wijzigen, voorschriften of voorwaarden te stellen, verzoeken niet in behandeling te nemen, te verzoeken om aanvullende gegevens te verstrekken e.e.a. voor zover niet reeds opgenomen in het mandatenregister en mits niet uitdrukkelijk uitgesloten of beperkt is.
Ondermandatenregister
Nr.
Onderdeel zoals aangegeven in de verordening
Omschrijving bevoegdheid in de verordening
Grondslag genoemd in de verordening
Bevoegd bestuursorgaan volgens de verordening
Bijzonderheden en beperkingen op basis van de verordening en de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied
Ondermandaat verleend aan
1.
A.1
Besluiten tot het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente
Art. 160, lid 1, aanhef en onder d, Gemeentewet
College
a.Geldt niet voor het oprichten of deelneming in een rechtspersoon.
b.Financiële dekking moet aanwezig zijn in de vorm van een daarvoor bestemde begrotingspost.
c.Het aangaan van de rechtshandeling moet voortvloeien uit de aan het dagelijks bestuur expliciet opgedragen taken en bevoegdheden.
d.De rechtshandelingen vinden plaats binnen stedelijke kaders, dit betekent in elk geval in lijn met de nota inkopen en aanbesteden, de aanbestedingsinstructies, de nota 10 wegen, het leningen- en garantiebeleid, de nota doelgericht op afstand 2.
e.Het aangaan van een rechtshandeling heeft betrekking op het verhaal van kosten van de grondexploitatie bij een ruimtelijk besluit, als bedoeld in art. 13.22 Omgevingswet.
Tot een maximumbedrag conform de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023.
Noot 1:
De ondergemandateerde bevoegdheid is beperkt tot privaatrechtelijke rechtshandelingen:
a.Voor zover het aangaan van die rechtshandelingen voortvloeien uit de aan het betreffende onderdeel of functie opgedragen taak of werkzaamheden;
b.Tot het aanschaffen van goederen, het huren of leasen van bedrijfsmiddelen, het inhuren van personeel, alsmede het vervreemden van overtollige goederen, voor zover deze goederen niet meer zijn vereist voor de bedrijfsvoering, dan wel het vervreemden van goederen die het resultaat zijn van die bedrijfsvoering, alles voor zover deze rechtshandelingen noodzakelijk zijn voor een goed en doelmatig functioneren van het stadsdeel;
c.Het verlenen van advies- of onderzoeksopdrachten, voor zover deze betrekking hebben op het werkterrein van het stadsdeel of het betreffende onderdeel of functie en noodzakelijk zijn voor een goed en doelmatig functioneren van het stadsdeel.
Hierbij geldt de voorwaarde dat de voor de genoemde rechtshandeling gemoeide financiële dekking aanwezig is in de vorm van een daar voor bestemde begrotingspost of daarvoor beschikbaar gesteld krediet.
a.
Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik;
b.
Teammanager Expertisecentrum
Noot 1:
Voor zover het aangaan van die rechtshandelingen voortvloeien uit de aan het betreffende onderdeel of functie opgedragen taak of werkzaamheden.
Noot 2:
Tot het aanschaffen van goederen, het huren of leasen van bedrijfsmiddelen, het inhuren van personeel, alsmede het vervreemden van overtollige goederen, voor zover deze goederen niet meer zijn vereist voor de bedrijfsvoering, dan wel het vervreemden van goederen die het resultaat zijn van die bedrijfsvoering, alles voor zover deze rechtshandelingen noodzakelijk zijn voor een goed en doelmatig functioneren van het stadsdeel.
Noot 3:
Voor het verlenen van advies- of onderzoeksopdrachten, voor zover deze betrekking hebben op het werkterrein van het stadsdeel of het betreffende onderdeel of functie en noodzakelijk zijn voor een goed en doelmatig functioneren van het stadsdeel.
Hierbij geldt de voorwaarde dat de voor de genoemde rechtshandeling gemoeide financiële dekking aanwezig is in de vorm van een daar voor bestemde begrotingspost of daarvoor beschikbaar gesteld krediet.
2.
A.2
Verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen (waaronder het ondertekenen van overeenkomsten)
Art. 171 Gemeentewet
Burgemeester
Zie de bijzonderheden bij A.1 betreft privaatrechtelijke rechtshandelingen voortvloeiend uit de bevoegdheid bij A.1
a.
Teammanager Expertisecentrum
b.
Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik
c.Projectleiders
3.
A.3
Beslissen op aansprakelijkstellingen van derden, voor zover deze betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van de bestuurscommissie
Art. 160, lid 1, aanhef en onder d, Gemeentewet
Dagelijks bestuur
a.
Teammanager Expertisecentrum
b.
Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik
4.
A.7
Behandelen en afdoen van klachten als bedoeld in titel 9.1 Algemene wet bestuursrecht, voor zover die betrekking hebben op een aangelegenheid opgenomen in de takenlijst bij de verordening en dit mandatenregister
Titel 9.1 Algemene wet bestuursrecht
College, burgemeester
De machtiging omvat niet de verantwoordelijkheid voor een zorgvuldige klachtbehandeling. De kaders voor zorgvuldige klachtbehandeling worden vastgesteld in een stedelijke regeling.
a.
Afdelingsmanager Schoon
b.
Afdelingsmanager Groen Flora en Fauna
c.
Afdelingsmanager Infra en Civiel
d.
Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik
e.
Afdelingsmanager Bedrijfsvoering, Ondersteuning en Services
f.
Afdelingsmanager Strategie Advies en Innovatie
5.
A.10
Beslissen op verzoeken om verstrekking van informatie met bettrekking tot bestuurlijke aangelegenheden voor zover die betrekking hebben op de in dit mandatenregister opgenomen bevoegdheden
Art. 4.1, lid 1, Wet open overheid
College, burgemeester
a.
Afdelingsmanager Strategie Advies en Innovatie
b.
Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik
6.
A.11
Beslissen inzake het uit eigen beweging verstrekken van informatie met betrekking tot bestuurlijke aangelegenheden voor zover die betrekking hebben op de in dit mandatenregister opgenomen bevoegdheden
Art. 3.1 Wet open overheid
College,
burgemeester
a.
Afdelingsmanager Strategie Advies en Innovatie
b.
Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik
c.
Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik
7.
C.4a
Alle overige besluiten ter uitvoering van de Bomenverordening 2014 dan de bevoegdheden voor het beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een omgevings-vergunning voor het vellen of doen vellen van een houtopstand, met uitzondering van de aanwijzing van toezichthouders
Bomenverordening 2014
College
a.
Afdelingsmanager en teammanagers Groen, Flora en Fauna
b.
Afdelingsmanager Strategie Advies en Innovatie
8.
G.2
Uitvoering geven aan de Marktverordening
Artt. 3.1 lid 1, 2, 4, 6 en 7, 3,3, lid 1, art. 3.6, onder d, e, g, h, i en j, artt. 3.7 tot en met 3.10, 3.11 lid 5, 3.12 tot en met3.16,
3.19 lid 2, 3.20, 3.21, onder e, artt. 3.22, 3.24 tot en met 3.27, 3.29, 4.1, 4.5, 6.1, 6.2, leden 1 en 2, onder f, h i en j, art. 7.4 (met betrekking tot art. 3.15)
College
De bevoegdheid op grond van art. 4.5 beperkt zich tot verboden die worden ingesteld om het karakter van een markt op afstand te bepalen en te garanderen
Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik
9.
G.3
Uitvoering geven aan de Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten
Artt. 3.1, 3.4, 3.7, 3.8, 3.9, 3.11, 4.5, 6.1, leden 1, 2 en 5, onder h, onder 1 tot en met 3 en 5, art. 7.4 (met betrekking tot art. 3.7)
College
Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik
10.
I.1
Nemen van verkeersbesluiten en het plaatsen van verkeersborden op het onderliggende wegennet en Plusnet ov bus, Plusnet fiets en overige wegen
Artt. 15 en 18 Wegen-verkeerswet 1994
College
Mandaat geldt niet indien sprake is van een door het college aan te wijzen grootstedelijk opgave dan wel een stadsdeeloverschrijdend belang betreft
a.
Afdelingsmanager Infra en Civiel
b.
Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik
c.
Teammanager Expertisecentrum
11.
I.2
Besluiten over ontheffingverlening
Art. 87 Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990
College
Mandaat is beperkt tot situaties die zich geheel binnen de grenzen van een stadsdeel voordoen
a.
Afdelingsmanager Infra en Civiel
b.
Afdelingsmanager Markten, Gebied en Gebruik
c.
Teammanager Expertisecentrum
12.
I.3
Dagelijks beheer en onderhoud
Art. 15 Wegenwet
College
Mandaat is beperkt tot de wegen en werkzaamheden die tot de taken van het dagelijks bestuur behoren (zie de overzichtskaarten opgenomen als bijlage B bij de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022)
Teammanager Expertisecentrum
Toelichting
Algemene toelichting
Het ondermandaatbesluit heeft tot doel om de ambtelijke organisatie van de directie goed te laten functioneren en om te voorkomen dat de directeur alle door het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester gemandateerde, bevoegdheden, en de bevoegdheden waarvoor deze is gevolmachtigd of gemachtigd, in eigen persoon dient uit te oefenen.
Op het ondermandaatbesluit zijn de algemene regels ten aanzien van mandaat in de artikelen 10:6, 10:7 en 10:8 de Algemene wet bestuursrecht van toepassing: de directeur is bevoegd om per geval of in het algemeen instructies te geven over de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden, de gemandateerde functionarissen geven op verzoek inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, de directeur blijft bevoegd om de gemandateerde bevoegdheden zelf uit te oefenen en deze kan een mandaat altijd intrekken.
In het ondermandaatbesluit is niet bepaald dat de gemandateerden weer op hun beurt ondermandaat, ondervolmacht of ondermachtiging kunnen verlenen aan andere functionarissen voor het uitoefenen van een bevoegdheid. Enkel de directeur kan dat doen door die functionarissen op te nemen in dit ondermandaatbesluit.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 3 Mandaatverlening voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam
Leden 1 en 2
In bijlage 1 is onder het kopje Andere algemene bepaling aangegeven dat als de wet- en regelgeving waarop een verleende bevoegdheid in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam berust wordt gewijzigd in dat besluit, wordt de bevoegdheid op grond van dit ondermandaatbesluit geacht te zijn verleend op de grondslagverwijzing uit het gewijzigde Algemeen mandaatbesluit Amsterdam. Dit ondermandaatbesluit wordt vervolgens zo spoedig mogelijk gewijzigd.
De inhoud van de kolom ‘Bijzonderheden en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam’ is overgenomen uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam. Deze kolom bevat dus geen nieuwe rechtsregels, omdat de inhoud al in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam bepaald is. Voor de gebruiksvriendelijkheid is ervoor gekozen de bepalingen toch over te nemen. Daarnaast verkleint het de kans op fouten bij het gebruik van een bevoegdheid door een ondergemandateerde. Het zou voor ondergemandateerden en andere lezers van het besluit namelijk anders erg ingewikkeld zijn om uit te zoeken waartoe een gemandateerde wel en niet bevoegd is. Hetzelfde geldt voor hetgeen bepaald is onder de ‘Algemene bepalingen en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam’ bovenaan het ondermandatenregister. Hierin zijn de volgende onderdelen uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam overgenomen: Bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 2 (Vergunningverlening), paragraaf 3 (verstrekking en aanvraag van subsidies), onderdeel 4, en paragraaf 4 (Handhaving).
Als in de bijlage in de laatste kolom geen gemandateerden zijn opgenomen, dan is de directeur de enige die de genoemde bevoegdheden kan uitoefenen. Hoewel het toch opnemen van een dergelijke bevoegdheid in de tabel geen nieuwe rechtsregel is (er is geen sprake van een nieuwe bevoegdheidsverdeling) is het voor ambtenaren en andere lezers van het besluit zo wel volledig duidelijk waartoe de ambtenaren binnen een directie bevoegd zijn.
Artikel 4 Mandaatverlening voor bevoegdheden uit de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied
In bijlage 2 onder de ‘Algemene bepalingen en beperkingen’, onderdelen 1, 2 en 4, zijn de volgende onderdelen uit de bijlage bij de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied deels verwerkt: onder ‘Algemene bepalingen en beperkingen’, onderdelen 1, 3 en 9. De onderdelen 1, 2 en 4 van de Algemene bepalingen en beperkingen van dit besluit bevatten daardoor geen volledig nieuwe rechtsregels, omdat de inhoud deels al in de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied is bepaald. Voor de gebruiksvriendelijkheid is ervoor gekozen de bepalingen toch over te nemen. Daarnaast verkleint het de kans op fouten bij het gebruik van een bevoegdheid door een ondergemandateerde. Hetzelfde geldt voor de inhoud van de kolom ‘Bijzonderheden en beperkingen op basis van de verordening en de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied’, waarvan de inhoud ook al bepaald is in de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied. Het zou voor ondergemandateerden en andere lezers van het besluit namelijk anders erg ingewikkeld zijn om uit te zoeken waartoe een gemandateerde wel en niet bevoegd is.
Als in de bijlage in de laatste kolom geen gemandateerden zijn opgenomen, dan is de directeur de enige die de genoemde bevoegdheden kan uitoefenen. Hoewel het toch opnemen van een dergelijke bevoegdheid in de tabel geen nieuwe rechtsregel is (er is geen sprake van een nieuwe bevoegdheidsverdeling) is het voor ambtenaren en andere lezers van het besluit zo wel volledig duidelijk waartoe de ambtenaren binnen een directie bevoegd zijn.
Artikel 5 Vervangingsregeling
De vervanging van de directeur eindigt op het moment dat die weer (volgens diens normale arbeidsuren) aanwezig is. De vervanging zoals omschreven in de situatie in het derde of vierde lid eindigt in het geval de vervanger bedoeld in het tweede, dan wel die bedoeld in het derde lid, weer aanwezig is.
Zoals bepaald in artikel 8, tweede lid, van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam wijzen afdelingsmanagers en teammanagers in het geval van afwezigheid een andere afdelingsmanager respectievelijk een andere teammanager binnen de directie aan als vervanger en stellen de directie Personeel en Organisatie daarvan in kennis.
Artikel 8 Inwerkingtreding
De dag na bekendmaking als moment van inwerkingtreding is passend, omdat ondergemandateerden zo snel mogelijk gebruik moeten kunnen maken van hun mandaat en hierop zijn voorbereid.