Aanhef
De directeur Ruimte en Duurzaamheid,
gelet op gelet op artikel 5, artikel 6, eerste lid en artikel 8, tweede lid, van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam en artikel 2, eerste lid, samen met de bijlage, onderdeel Algemene bepalingen en beperkingen, onder 7, van het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Centrum Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Nieuw-West Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Noord Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Oost Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel West Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Zuid Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Zuidoost Amsterdam 2024 en het Algemeen mandaatbesluit stadsgebied Weesp Amsterdam;
besluit de volgende regeling vast te stellen:
Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam – Ruimte en Duurzaamheid
Artikel 1 Definitiebepaling:
In dit besluit wordt verstaan onder:
-afdelingsmanager / afdelingshoofd: afdelingsmanager werkzaam binnen de ambtelijke organisatie van de directie;
-burgemeester: de burgemeester van de gemeente;
-cluster: een groep directies waarvan de directeuren worden aangestuurd door een stedelijk directeur;
-college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente;
-dagelijks bestuur of DB: dagelijks bestuur als bestuurscommissie van een stadsdeel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de verordening en dagelijks bestuur van de bestuurscommissie van stadsgebied Weesp als bedoeld in artikel 46, eerste lid, van de verordening;
-directeur: de directeur Ruimte en Duurzaamheid
-directie: de directie Ruimte en Duurzaamheid;
-gemeente: de gemeente Amsterdam;
-machtiging: de bevoegdheid om handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;
-mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen, als bedoeld in artikel 10:1 van de Algemene wet bestuursrecht;
-stadsdeel: een stadsdeel als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de verordening;
-stadsgebied: het stadsgebied Weesp als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de verordening;
-stedelijk directeur: de directeur van een cluster;
-teammanager / teamleider: teammanager werkzaam binnen de ambtelijke organisatie van de directie;
-verordening: Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022;
-volmacht: de bevoegdheid om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;
-voorzitter of VZ: de voorzitter van het dagelijks bestuur.
Artikel 2 Machtiging en volmacht
Voor de toepassing van dit besluit wordt met mandaat en ondermandaat gelijkgesteld de verlening van:
a.Volmacht en ondervolmacht om in naam van de oorspronkelijke mandaatgever privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten en in dat kader stukken te tekenen;
b.Machtiging en ondermachtiging om in naam van de oorspronkelijke mandaatgever handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.
Artikel 3 Mandaatverlening voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam
1Ondermandaat wordt verleend tot het uitoefenen van bevoegdheden van de directeur in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam aan functionarissen, zoals weergegeven in het mandatenregister in bijlage 1 bij dit besluit.
2Gemandateerden oefenen de bevoegdheden uit onder voorwaarde van de in bijlage 1 genoemde bepalingen en beperkingen.
3Aan de afdelingsmanagers en teammanagers van de directie wordt mandaat verleend tot het uitoefenen van bevoegdheden als bedoeld in bijlage 5 bij het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam.
Artikel 4 Mandaatverlening voor bevoegdheden uit de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied
1Ondermandaat wordt verleend tot het uitoefenen van bevoegdheden van de directeur in het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Centrum Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Nieuw-West Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Noord Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Oost Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel West Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Zuid Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Zuidoost Amsterdam 2024 en het Algemeen mandaatbesluit stadsgebied Weesp Amsterdam aan functionarissen, zoals weergegeven in het mandatenregister in bijlage 2 bij dit besluit.
2Gemandateerden oefenen de bevoegdheden uit onder voorwaarde van de in bijlage 2 genoemde bepalingen en beperkingen.
Artikel 5 Vervangingsregeling
1De afdelingshoofden Implementatie & Advies, Beleid & Strategie, Ontwerp & Ontwikkeling, Interne Dienstverlening worden aangewezen om de directeur te vervangen in de uitoefening van de aan deze gemandateerde bevoegdheden indien deze meer dan vijf werkdagen afwezig is of indien deze afwezig is en er sprake is van onverwijlde spoed.
2Bij afwezigheid van de directeur in een van de situaties, bedoeld in het eerste lid, wordt deze vervangen door het afdelingshoofd Implementatie & Advies.
3Bij afwezigheid van de directeur in een van de situaties, bedoeld in het eerste lid, en bij afwezigheid van het afdelingshoofd Implementatie & Advies wordt de directeur vervangen door de het afdelingshoofd Beleid & Strategie.
4Bij afwezigheid van de directeur in een van de situaties, bedoeld in het eerste lid, en bij afwezigheid van het afdelingshoofd Implementatie & Advies en het afdelingshoofd Beleid & Strategie wordt de directeur vervangen door het afdelingshoofd Ontwerp & Ontwikkeling.
5Bij afwezigheid van de directeur in een van de situaties, bedoeld in het eerste lid, en bij afwezigheid van het afdelingshoofd Implementatie & Advies en het afdelingshoofd Beleid & Strategie en het afdelingshoofd Ontwerp & Ontwikkeling wordt de directeur vervangen door het afdelingshoofd Interne Dienstverlening.
Artikel 6 Wijze van ondertekening
1Ondermandaat op grond van dit besluit geldt ook voor de ondertekening van stukken.
2In geval van het uitoefenen van een gemandateerde bevoegdheid worden uitgaande stukken als volgt ondertekend:
Namens de burgemeester van Amsterdam / het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
[handtekening]
[voor- en achternaam gemandateerde]
[functieaanduiding]
3Een beslissing die niet in mandaat wordt genomen, maar wel wordt ondertekend in mandaat, wordt als volgt ondertekend:
De burgemeester van Amsterdam / het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
ondertekend namens deze,
[handtekening]
[voor- en achternaam gemandateerde]
[functieaanduiding]
4In het geval er wordt ondertekend door een vervanger als bedoeld in artikel 5, dan wordt de ondertekeninstructie in het tweede en derde lid vanaf de handtekening vervangen door:
[handtekening]
bij afwezigheid,
[voor- en achternaam vervanger]
[functieaanduiding vervanger]
Artikel 7 Intrekken eerder mandaatbesluit
1Het RUIMTE EN ECONOMIE - Ondermandaatbesluit Rve Ruimte & Duurzaamheid van 4 maart 2016 (Gemeenteblad nr. 26350, 3 maart 2016 )wordt ingetrokken.
2Het Ondermandaatbesluit Monumenten en Archeologie Amsterdam van 26 juli 2023 (gmb 2023/333121) wordt ingetrokken
Artikel 8 Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 9 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam – Ruimte en Duurzaamheid.
Bijlage 1, bij artikel 3 Mandaten voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam: Ondermandatenregister
Algemene bepalingen en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam
Ten aanzien van de mandaten voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam gelden de volgende algemene bepalingen en beperkingen:
1Over vergunningverlening:
a.Onder het nemen van besluiten op een aanvraag voor een vergunning, ontheffing of andere beschikking wordt ook het weigeren, wijzigen of intrekken verstaan;
b.Onder het stellen van voorschriften, voorwaarden of beperkingen wordt ook het aanvullen, toevoegen, intrekken of opheffen hiervan verstaan;
c.Het nemen van besluiten als bedoeld onder a omvat tevens de bevoegdheid tot het heffen en innen van leges.
2Onder het nemen van besluiten op een aanvraag om subsidie wordt zowel het verlenen als het vaststellen van subsidie verstaan alsmede het weigeren, wijzigen of intrekken, het opleggen van verplichtingen en voorts de uitvoering van al die bepalingen in genoemde regelingen die zien op de verstrekking van subsidies, met uitzondering van:
a.De bevoegdheid tot het stellen van nadere regels;
b.Het vaststellen van subsidieplafonds;
c.Het vaststellen van formulieren voor het indienen van een aanvraag om subsidie;
d.De handelingen die, voor wat betreft de afdeling van subsidieaanvragen, behoren tot het werkterrein van de directie Subsidie, Inkoop en Juridisch Bureau Sociaal.
3Overeenkomstig de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023
Andere algemene bepaling
Als de wet- en regelgeving waarop een verleende bevoegdheid in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam berust wordt gewijzigd in dat besluit, wordt de bevoegdheid op grond van dit ondermandaatbesluit geacht te zijn verleend op de grondslagverwijzing uit het gewijzigde Algemeen mandaatbesluit Amsterdam. Dit ondermandaatbesluit wordt vervolgens zo spoedig mogelijk gewijzigd.
Ondermandatenregister
Nr.
Grondslag in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam
Omschrijving bevoegdheid
Grondslag genoemd in het Algemeen mandaat-besluit Amsterdam
Bevoegd bestuurs-orgaan
Bijzonderheden en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam
Ondermandaat verleend aan
1.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 1,
Het beslissen tot het toepassen alsmede het uitvoeren van de uniforme algemene voorbereidingsprocedure in de zin van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.
Afd. 3.4 Algemene wet bestuursrecht
College
Afdelingshoofd
Teamleider
2.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 2,
Het reageren op initiatieven van andere gemeenten in de inspraak, bestuurlijk vooroverleg of zienswijzefase in de zin van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.
Afd. 3.4 Algemene wet bestuursrecht
College
Afdelingshoofd
Teamleider
3.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 3,
Het nemen van besluiten op grond van:
a.de Subsidieverordening sloop en schoon alternatief vervoer Amsterdam;
b.de Subsidieverordening voor de aanschaf van uitstootvrije bedrijfsvoertuigen in Amsterdam 2019 – 2021; en
c.de Subsidieverordening voor de aanschaf van uitstootvrije taxi’s in Amsterdam 2019-2021.
College
Afdelingshoofd
Teamleider
4.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 4,
Het geven van gelegenheid tot het naar voren brengen van zienswijzen naar aanleiding van een beleidsvoornemen
Art. 150 Gemeente-wet en de Algemene inspraakverordening
College
Afdelingshoofd
Teamleider
5.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 5.
Het voeren van (voor)overleg in het kader van de voorbereiding van de wijziging van het omgevingsplan of een omgevingsvergun-ning met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de fysieke leefomgeving of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan of vergunning in het geding zijn.
College
Afdelingshoofd
Teamleider
6.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 6.
Het kennis geven, mededelen, ter inzage leggen, beschikbaar stellen van en bekendmaken van (ontwerp) ruimtelijke besluiten, c.q. besluiten tot vaststelling van ruimtelijke besluiten en samenhangende besluiten waaronder in ieder geval begrepen de omgevingsvisie, programma's, de wijziging van het omgevingsplan en een omgevingsvergun-ning en andere besluiten op het gebied van omgevingsrecht en de daarbij behorende stukken. Hieronder worden tevens begrepen andere besluiten in geval van gecoördineerde besluitvorming als bedoeld in Afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht.
Afd. 3.4 en 3.5 Algemene wet bestuursrecht
College
Afdelingshoofd
Teamleider
7.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 7.
Het toezenden van de kennisgeving van de (ontwerp) wijziging van het omgevingsplan en een omgevingsvergun-ning met de bijbehorende stukken.
College
Afdelingshoofd
Teamleider
8.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 8.
Besluiten inzake het stellen van maatwerkvoorschriften in de zin van artikelen 4.5, eerste lid, 13.5 en 13.6 van de Omgevingswet.
Artt. 4.5, lid 1, 13.5 en 13.6 van de Omgevings-wet.
College
Afdelingshoofd
Teamleider
9.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 9.
Het uitoefenen van alle bevoegdheden inzake de (anterieure en posterieure) overeenkomsten over kostenverhaal als bedoeld in afdeling 13.6 van de Omgevingswet en over financiële bijdragen voor ontwikkelingen van een gebied als bedoeld in afdeling 13.7 van de Omgevingswet ongeacht de hoogte van de te verhalen bijdrage.
Afd. 13.6 en 13.7 Omgevings-wet
College
Afdelingshoofd
Teamleider
10.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 10.
Het uitoefenen van alle bevoegdheden inzake het behandelen van en het beslissen op aanvragen om vergoeding van schade
Afd.15.1 en 15.4 Omgevings-wet juncto hoofdstuk 9 Omgevings-besluit.
College
Afdelingshoofd
Teamleider
11.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 11.
Het opstellen van een eindafrekening of een tussentijdse afrekening voor een kostenverhaalsgebied
Art. 13.20 Omgevings-wet.
College
Afdelingshoofd
Teamleider
12.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 12.
Het voorbereiden van en het beslissen tot toepassing van afdeling 3.5 (Coördinatieregeling) van de Algemene wet bestuursrecht.
Afd. 3.5 Algemene wet bestuursrecht
College
Afdelingshoofd
Teamleider
13.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 13
Alle (rechts-) handelingen in verband met het aanvragen van subsidie bij andere bestuursorganen of overheidsinstanties voor zover het werkterrein van de directie betreft
Art.171, lid 1, Gemeente-wet
College
Ondermandatering is niet toegestaan
14.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 14.
Het gehoord worden door provinciale staten respectievelijk de Minister die het aangaat inzake een projectbesluit van provinciale staten of het Rijk
Art. 5.52 Omgevings-wet.
College
15.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 15.
Het verlenen van medewerking indien gedeputeerde staten respectievelijk de Minister die het aangaat dit vordert in het kader van de toepassing van een coördinatieregeling van de provincie of het Rijk
Art. 16.7, 16.8 en 16.13 Omgevings-wet.
College
Afdelingshoofd
Teamleider
16.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 16.
Het geven van een reactie of het indienen van een zienswijze ten aanzien van een provinciale verordening of een ander provinciaal besluit inzake het omgevingsrecht alsmede het indienen van een aanvraag om ontheffing en het voeren van overleg omtrent een voorgenomen aanwijzing van gedeputeerde staten.
Art. 16.20, 16.32, 16.70 , 16.71 Omgevings-wet
College
Ondermandatering is niet toegestaan
17.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 17.
Het geven van een reactie of het indienen van een zienswijze ten aanzien van een algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling inzake het omgevingsrecht (fysieke leefomgeving) alsmede het indienen van een aanvraag om ontheffing van een algemene maatregel van bestuur en het voeren van overleg omtrent een voorgenomen aanwijzing van de Minister die het aangaat.
Afd. 3.4 Algemene wet bestuursrecht
College
Ondermandatering is niet toegestaan
18.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 18.
Het uitvoeren van artikel 2.43 Omgevingswet, inzake het bij besluit bepalen of, en zo ja welke maatregelen aan een gebouw worden getroffen ter beperking van het geluid in het gebouw in samenhang met artikelen 3.52 en 3.53 Besluit kwaliteit leefomgeving, alsmede het wijzigen van het besluit als de eigenaar na het vaststellen zijn toestemming of medewerking intrekt of niet verleend, artikel 3.54 Besluit kwaliteit leefomgeving.
Art. 2.43 Omgevings-wet en artt.3.52, 3.53 en 3.54 Besluit kwaliteit leefomgeving.
College
Afdelingshoofd
Teamleider
19.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 19.
Het uitvoeren van alle handelingen om de geluidbrongegevens volgens artikel 11.52 Besluit kwaliteit leefomgeving, aan te leveren aan het geluidregister.
Art. 11.52 Besluit kwaliteit leefomgeving
College
Afdelingshoofd
Teamleider
20.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 20.
Het uitoefenen van alle bevoegdheden inzake het voorbereiden, opstellen en uitvoeren van een besluit tot het vaststellen van een omgevingswaarde
Art. 2.11 en 2.11a Omgevings-wet
College
Afdelingshoofd
Teamleider
21.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 21.
Het uitoefenen van bevoegdheden en het uitvoeren van taken op grond van bij of krachtens hoofdstuk 8, 10, 17, 19 en 20 van de Wet milieubeheer gestelde regels, voor zover deze bevoegdheden zien op het omgevingsrecht.
Hoofdstuk 8, 10, 17, 19 en 20 van de Wet milieubeheer gestelde regels, voor zover deze bevoegdhe-den zien op het omgevings-recht.
College
Afdelingshoofd
Teamleider
22.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 22.
Het dragen van zorg voor de procedure inzake milieueffectrappor-tage
Afd.16.4 Omgevings-wet juncto hoofdstuk 11 Omgevings-besluit.
College
Afdelingshoofd
Teamleider
23.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 23.
Het vragen of uitbrengen van een advies of instemming als bedoeld in artikel 16.15 tot en met 16.20 van de Omgevingswet.
Art. 16.15 tot en met 16.20 Omgevings-wet
College
Afdelingshoofd
Teamleider
24.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 24.
Het voorbereiden en uitvoeren van alle besluiten en handelingen die op grond van de afdeling 5.2 van de Omgevingswet aan het college zijn opgedragen.
afdeling 5.2 Omgevings-wet
College
Afdelingshoofd
Teamleider
25.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 25.
Het aanvragen van een verklaring van geen bezwaar in de zin van artikel 8.9 en 8.47 van de Wet luchtvaart.
Art. 8.9 en 8.47 Wet luchtvaart.
College
Afdelingshoofd
Teamleider
26.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 26.
Het aanvragen van een ontheffing in de zin van artikel 8.12 en 8.47 van de Wet luchtvaart.
Art. 8.12 en 8.47 Wet luchtvaart.
College
Afdelingshoofd
Teamleider
27.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 27
Het aanvragen van een advies bedoeld in artikel 2.2.2a, eerste lid van het Luchthaveninde-lingsbesluit Schiphol.
Art. 2.2.2a, lid 1 Luchthaven-indelingsbe-sluit Schiphol
College
Afdelingshoofd
Teamleider
28.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 28.
Het indienen van een schriftelijk verzoek bedoeld in artikel 2.2.2a, tweede lid van het Luchthaveninde-lingsbesluit Schiphol.
Art. 2.2.2a, lid 2, Luchthaven-indelingsbe-sluit
College
Afdelingshoofd
Teamleider
29.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 29.
Het voorbereiden, aanvragen en uitvoeren van besluiten, beslissingen en handelingen die betrekking hebben op een flora- en fauna-activiteit of een Natura 2000-activiteit als bedoeld in de Omgevingswet, voor zover deze nodig zijn voor de uitoefening van bevoegdheden en taken ten aanzien van het werkterrein van de directie.
Art. 4.25 Omgevings-besluit
College
Ondermandatering is niet toegestaan
30.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 30.
Het doen van een verzoek om instemming als bedoeld in artikel 4.27 in het Omgevingsbesluit aan de minister van BZK om met het oog op duurzaam bouwen een maatwerk voorschrift op te leggen op grond van artikel 4.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Art. 4.27 Omgevings-besluit
College
Ondermandatering is niet toegestaan
31.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 31.
Het voorbereiden van het wijzigen van een beleidsregel als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet.
Art. 4.19 Omgevings-wet
College
Afdelingshoofd
Teamleider
32.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 32.
Het doen van een verzoek om toepassing van de experimentenrege-ling in de zin van artikel 120a van de Woningwet.
Art. 120a Woningwet.
College
Ondermandatering is niet toegestaan
33.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 33.
Het nemen van een selectiebesluit in de zin van artikel 24, eerste lid van de Erfgoedverordening Amsterdam.
Art. 24, lid 1 Erfgoedverordening Amsterdam
College
Afdelingshoofd
Teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie
34.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 34.
Het stellen van nadere eisen ten aanzien van een archeologisch onderzoek en het vaststellen van een programma van eisen voor de kwaliteit van een archeologisch veldonderzoek
Art. 24, lid 2 en 3, Erfgoedverordening Amsterdam.
College
Afdelingshoofd
Teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie
35.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 35.
Het bepalen dat een terrein in het belang van een archeologisch onderzoek wordt betreden, dat daarop metingen worden verricht, dan wel daarin opgravingen worden gedaan, voor zover dat onderzoek dient ter voorbereiding of ter uitvoering van een besluit
Art. 2.4 van de Omgevingswet en art. 5.1 van de Omgevingswet, in de zin van art. 26 Erfgoedverordening Amsterdam.
College
Afdelingshoofd
Teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie
36.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 36.
Het vaststellen of een archeologisch rapport voldoet aan de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie en het Kwaliteitshandboek van de afdeling Monumenten
Art. 39, lid 2, Monumentenwet 1988.
College
Afdelingshoofd
Teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie
37.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 37.
Het opstellen van een selectiebesluit aan de hand van een archeologisch rapport
Art. 39, lid 2, Monumentenwet 1988, de Wet op de archeologische monumentenzorg, de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie en de Erfgoedverordening Amsterdam
College
Afdelingshoofd
Teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie
38.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 38.
Het bijhouden van een gemeentelijk erfgoedregister van aangewezen cultureel erfgoed
Art. 3.16, lid 3, Erfgoedwet
College
Afdelingshoofd
Teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie
39.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 39.
Het uitoefenen van de rol van bronhouder van de kernregistratie op grond van het Reglement basisinformatie 2018.
Art. 6 Reglement basisinforma-tie 2018.
College
Afdelingshoofd
Teamleider
40.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 40.
Het voorbereiden en uitvoeren van besluiten, beslissingen en handelingen op grond van de Erfgoedwet.
Erfgoedwet
College
Afdelingshoofd
Teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie
41.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 41.
Het opleggen van een gedoogplicht in het belang van archeologisch onderzoek
Art. 10.19, lid 2, Omge-vingswet
College
Afdelingshoofd
Teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie
42.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 42.
Het verstrekken van gegevens en treffen van maatregelen bij een archeologische toevalvondst.
Afd. 19.2 Omgevings-wet
College
Afdelingshoofd
Teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie
43.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, aanhef en paragraaf 2, onderdeel 43.
Aanwijzen van gebieden waar een gasaansluiting strikt noodzakelijk is om zwaarwegende redenen van algemeen belang, zoals nader uitgewerkt in de Regeling gebiedsaanwijzing gasaansluitplicht.
Art. 10, lid 7, onder a, Gaswet
College
Afdelingshoofd
Teamleider
44.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 44.
Het aanmelden van project als een experiment in de zin van artikel 23.3 van de Omgevingswet.
Art. 23.3, Omgevings-wet
College
Afdelingshoofd
Teamleider
45.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 45.
Beslissen over het in bewaring nemen, in eigendom aan een derde overdragen en afmaken van dieren.
Art. 5.8, lid 3, Burgerlijk Wetboek
Burgemeester
Afdelingshoofd
Teamleider
46.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel a
Het nemen van alle conservatoire maatregelen en doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht en bezit
Art. 160, lid 3, Gemeente-wet
College
Behalve beslaglegging
Afdelingshoofd
Teamleider
47.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel b
Het stellen van een termijn voor de aanvulling van een aanvraag en het beslissen omtrent het niet in behandeling nemen van een onvolledige aanvraag dan wel van een aanvraag die niet binnen de gestelde termijn is aangevuld
Art. 4:5 Algemene wet bestuursrecht
College
Afdelingshoofd
Teamleider
48.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel c
Het beslissen dat een aanvrager of derde-belanghebbende niet in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen
Art. 4:11 Algemene wet bestuursrecht
College
Afdelingshoofd
Teamleider
49.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel d
Het kennisgeven van de verdaging van een beslissing op een aanvraag
Art. 4:14 Algemene wet bestuursrecht
College
Afdelingshoofd
Teamleider
50.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel e
In het geval van niet tijdig beslissen de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij beschikking vaststellen
Art. 4:18 Algemene wet bestuursrecht
College
Afdelingshoofd
Teamleider
51.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel f
Het vaststellen van de verplichting tot betaling van een geldsom aan of door de dienst of bedrijf (bestuursrechtelijke geldschuld)
Art. 4:86 Algemene wet bestuurs- recht
College
Afdelingshoofd
Teamleider
52.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel g
Het nemen van beslissingen inzake verrekening
Art. 4:93 Algemene wet bestuursrecht
College
Afdelingshoofd
Teamleider
53.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel h
Het verlenen van uitstel van betaling
Art. 4:94 Algemene wet bestuursrecht
College
Afdelingshoofd
Teamleider
54.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel i
Het verlenen van voorschotten
Art. 4:95 Algemene wet bestuursrecht
College
Afdelingshoofd
Teamleider
55.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel j
Het intrekken of wijzigen van de beschikking tot uitstel van betaling of verlenen van een voorschot
Art. 4:96 Algemene wet bestuursrecht
College
Afdelingshoofd
Teamleider
56.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel q
Het behandelen en afdoen van klachten
Titel 9.1, Algemene wet bestuursrecht
College
Afdelingshoofd
Teamleider
57.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel r
Het beslissen op verzoeken om publieke informatie
Art. 4.1 Wet open overheid
College
Afdelingshoofd
Teamleider
58.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel s
Het beslissen inzake de actieve openbaarmaking van informatie
Art. 3.3 Wet open overheid
College
Afdelingshoofd
Teamleider
59.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 1, en met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 2
Het besluiten tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen in verband met aangaan, aanpassen, beëindigen en uitvoeren van arbeids-overeenkomsten van medewerkers met wie de gemeente een arbeids-overeenkomst heeft, heeft gehad of zal aangaan en de daarmee verband houdende rechtshandelingen
Art. 160, lid 1, onder d, Gemeente-wet
College
Met uitzondering van:
a.het opzeggen van de arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:669 Burgerlijk Wetboek, het opzeggen van de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd op grond van art. 7:676 Burgerlijk Wetboek, het doen van een ontbindingsverzoek in de zin van art. 7:671b Burgerlijk Wetboek en het opzeggen van de arbeidsovereenkomst om een dringende reden op grond van art. 7:677 Burgerlijk Wetboek, voor een werknemer die:
-lid is van de ondernemingsraad of van een commissie, genoemd in art. 15 Wor;
-geplaatst is op een kandidatenlijst, genoemd in art. 9 Wor;
-korter dan twee jaar geleden lid is geweest van de ondernemingsraad of van een commissie van de ondernemingsraad, genoemd in art. 15 Wor, of
-aan de ondernemingsraad als secretaris is toegevoegd,
waarbij toestemming van het college niet vereist is:
i.als schriftelijke instemming van de medewerker wettelijk vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek en die schriftelijke instemming van de medewerker ook is gegeven;
ii.als schriftelijke instemming van de medewerker vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek maar de medewerker die instemming niet heeft gegeven zodat een ontbindingsverzoek zal worden gedaan, waarbij het een ontslag betreft op grond van art. 7:669, derde lid, onder a, Burgerlijk Wetboek (reorganisatie) of art. 7:669, derde lid, onder b, Burgerlijk Wetboek (arbeidsongeschiktheid); of
iii.als schriftelijke instemming van de medewerker niet vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek maar de medewerker wel schriftelijke instemming heeft gegeven.
b.het besluiten tot het aangaan van een beëindigings-overeenkomst in de zin van art. 7:670b, Burgerlijk Wetboek en Boek 7, titel 15, Burgerlijk Wetboek, voor zover het bedrag aan extra tegemoetkomingen, uitstijgt boven € 75.000,- bruto;
c.rechtshandelingen waarbij de gemeentesecretaris belanghebbende is;
d.in een individueel geval in het voordeel van de werknemer afwijken van de Cao Gemeenten als naar het oordeel van de werkgever toepassing ervan leidt tot onevenredig nadeel van de werknemer bedoeld in art. 1.7 van de Cao Gemeenten en art. 0.5 van de Cao Amsterdam, voor zover het hiermee gemoeide maximale bedrag uitstijgt boven € 75.000,- bruto.
Afdelingshoofd
Teamleider
60.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 7 en onderdeel 1, met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 3
Het nemen van besluiten over het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen
Art. 160, lid 1, onder d, Gemeente-wet
College
Mits:
a.zij geen betrekking hebben op onderwerpen die politiek of bestuurlijk gevoelig zijn;
b.zij geen betrekking hebben op:
i.de oprichting van of deelneming in een rechtspersoon;
ii.het lenen of uitlenen van geld;
iii.borgstelling of garantstelling voor schulden van derden; of
iv.andere arbeidsrechtelijke bevoegdheden anders dan genoemd in onderdeel 2 van hoofdstuk 2 van bijlage 1, Algemeen mandaatbesluit Amsterdam; en
c.de desbetreffende rechtshandeling plaatsvindt binnen de door college en raad vastgestelde beleidskaders zoals het Inkoop- en Aanbestedingsbeleid van de gemeente Amsterdam en de daarop gebaseerde werkinstructies, de ‘Notitie Samen Inkopen’, de ‘Notitie Doelgericht op afstand 2’, het ‘Lening- en garantiebeleid van de gemeente Amsterdam’ en het gemeentelijk integriteitsbeleid.
Afdelingshoofd
Teamleider
61.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 1, en met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 4
Het in en buiten rechte vertegenwoordigen van de gemeente ter uitvoering van een gegeven mandaat
Art. 171 Gemeente-wet
Burgemeester
Afdelingshoofd
Teamleider
62.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 1, en met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 5
De ondertekening van stukken die van het college uitgaan
Art. 59a Gemeente-wet
Afdelingshoofd
Teamleider
63.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 2
De bevoegdheden en feitelijke handelingen op grond van de Algemene Verordening Gegevens-bescherming:
a.die verband houden met de uitoefening van de rechten van betrokkene;
b.die verband houden met een melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene;
c.die verband houden met de voorafgaande raadpleging bij de Autoriteit Persoonsgegevens.
a.Artt. 12 tot en met 23 Algemene Verordening Gegevens-bescherming.
b.Art. 34 Algemene Verordening Gegevens-bescherming.
c.Art. 36 Algemene Verordening Gegevens-bescherming.
College
Afdelingshoofd
Teamleider
64.
Art. 5, lid 2,, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 3
Het beslissen op een aanvraag om nadeelcompensatie
Art. 4:126 Algemene wet bestuursrecht
College
Onder de voorwaarde dat de beslissing in overeenstemming is met een uitgebracht advies van de adviescommissie als bedoeld in art. 4 Verordening nadeelcompensatie Amsterdam 2022 dan wel in overeenstemming is met het conceptbesluit, zoals door het Schadeloket Algemene Nadeelcompensatie is vastgesteld
Afdelingshoofd
Teamleider
65.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 4
Het verlenen van goedkeuring van de met de schade-beperkende maatregelen gemoeide kosten
Art. 4:126, lid 2, onderdeel b, Algemene wet bestuursrecht
College
Afdelingshoofd
Teamleider
66.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 5
Het beslissen op een aanvraag om een voorschot te verlenen
Art. 7 Verordening nadeel-compensatie Amsterdam 2022
College
Onder de voorwaarde dat de beslissing in overeenstemming is met een uitgebracht advies van de adviescommissie als bedoeld in art. 4 Verordening nadeelcompensatie Amsterdam 2022
Afdelingshoofd
Teamleider
67.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 6
De volgende bevoegdheden op grond van de Archiefwet 1995, het Archiefbesluit 1995 en het Besluit informatiebeheer 2010:
a.Het vervangen van archiefbescheiden door reproducties, teneinde de aldus vervangen bescheiden te vernietigen;
b.Het opmaken van een verklaring van vervanging van archiefbescheiden door reproducties;
c.Het vervreemden van archiefbescheiden;
d.Het opmaken van een verklaring van vervreemding van archiefbescheiden;
e.Het overbrengen van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archief-bewaarplaats;
f.Het vervroegd overbrengen van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam);
g.Het verzoeken om het verlenen van een machtiging door Gedeputeerde Staten tot opschorting van de overbrenging van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam);
h.Het opmaken van een verklaring van overbrenging van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archief-bewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam);
i.Het opmaken van een verklaring van vernietiging van archiefbescheiden;
j.Het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden;
k.Het overdragen van informatie (archiefbescheiden) van een organisatie-onderdeel aan een ander organisatie-onderdeel;
l.Het beslissen inzake verzoeken tot het opvragen of hergebruiken van gemeentelijke databanken.
a.Art. 7 Archiefwet 1995 en art. 6 Archiefbesluit 1995.
b.Art. 8 Archiefbesluit 1995.
c.Art. 8, leden 1 en 2, Archiefwet 1995 en artt. 7 en 8 Archief-besluit 1995.
d.Art. 8 Archiefbesluit 1995.
e.Art. 12, lid 1, Archiefwet 1995 en art. 9 Archiefbesluit 1995.
f.Art. 13, lid 1, Archiefwet 1995.
g.Art. 13, leden 3 en 4, Archiefwet 1995.
h.Art. 8 Archiefbesluit 1995.
i.Art. 8 Archiefbesluit 1995.
j.Art. 15, leden 1 en 2, art. 16, lid 2, Archiefwet 1995en art. 19 Archiefbesluit 1995.
k.Art. 4, onderdeel d, Besluit informatie-beheer 2010.
l.Art. 2 Databanken-verordening Amsterdam.
College
Na overleg met en instemming van de conform art. 32, lid 3, Archiefwet 1995 door burgemeester en wethouders benoemde functionaris (de gemeentearchivaris)
Afdelingshoofd
Teamleider
68.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 8
Het aanmelden van wijzigingen van de gemeentelijke gegevens in het Handelsregister aan de Kamer van Koophandel
Artt. 18 en 19 Handels-registerwet 2007
College
Afdelingshoofd
Teamleider
69.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 3, onderdeel 1
Het verstrekken van subsidie aan een instelling
College
Voor ten hoogste het bedrag dat op de begroting is vermeld, voor zover het zijn werkterrein betreft en overeenkomstig de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023
Afdelingshoofd
Teamleider
70.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 3, onderdeel 2
Het verstrekken van subsidie op grond van de subsidieregelingen die door het college zijn vastgesteld
College
Die behoren tot het werkterrein van de directie en overeenkomstig de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023
Afdelingshoofd
Teamleider
71.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 3, onderdeel 4
Het aanvragen van subsidie namens de gemeente voor activiteiten die behoren tot het aan de betreffende directie opgedragen werkterrein
College
Afdelingshoofd
Teamleider
72.
Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 5
Beslissen op bezwaar tegen besluiten die genomen worden op basis van bevoegdheden genoemd in dit besluit
College
a.tenzij het gaat om mandaat voor het nemen van primaire rechtspositionele besluiten in de zin van art. 1:3 Algemene wet bestuursrecht die zijn genomen en bekendgemaakt vóór 1 januari 2020; of
b.tenzij die bevoegdheid in bijlage 2 en 3 is uitgezonderd; en
c.met inachtneming van de beperkingen uit de Regeling bezwaar en beroep (college en burgemeester).
Afdelingshoofd
Teamleider
Bijlage 2, bij artikel 4: Mandaten voor bevoegdheden uit de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied
Algemene bepalingen en beperkingen
Ten aanzien van mandaten voor bevoegdheden uit de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied gelden de volgende algemene bepalingen en beperkingen:
1De bevoegdheden worden uitgeoefend binnen het gemeentelijke beleid en eventuele (mondelinge) instructies van het dagelijks bestuur of de voorzitter van het dagelijks bestuur van het stadsdeel of stadsgebied of de directeur.
2De gemandateerde betrekt de directeur en het dagelijks bestuur of de voorzitter bij het gebruikmaken van de bevoegdheden indien sprake is van politiek gevoelige onderwerpen. Onder politiek gevoelige onderwerpen wordt in ieder geval verstaan, onderwerpen waarbij:
a.hoge afbreukrisico’s aanwezig zijn;
b.stadsdeel- of stadsgebiedoverstijgende belangen spelen;
c.uniforme besluitvorming gewenst is;
d.strategische belangen van het stadsbestuur in het geding zijn;
e.expertise nodig is die op stadsdeel- of stadsgebiedniveau niet goed is ontwikkeld.
3Als de wet- en regelgeving waarop een verleende bevoegdheid berust wijzigt, wordt de bevoegdheid geacht te zijn verleend op grond van de bepalingen uit de gewijzigde wet- en regelgeving. De wijzigingen worden zo spoedig mogelijk in het mandatenregister verwerkt.
4Het mandaat voor het uitoefenen van een bevoegdheid omvat tevens alle direct met de gemandateerde bevoegdheid – al dan niet in de Algemene wet bestuursrecht opgenomen – samenhangende handelingen en besluiten zoals, maar niet beperkt tot:
a.het verrichten van alle benodigde (feitelijke) voorbereidings- en uitvoeringshandelingen en voeren van correspondentie;
b.het verstrekken van mondelinge of schriftelijke informatie en gegevens van feitelijke en objectieve aard;
c.het ondertekenen van de betreffende stukken;
d.het voldoen aan publicatieverplichtingen;
e.het verdagen (verlengen) c.q. opschorten van beslistermijnen inzake te nemen besluiten overeenkomstig van toepassing zijnde regelgeving, voor zover niet opgenomen in het ondermandatenregister;
f.het beslissen op ingebrekestellingen wegens het niet tijdig beslissen als bedoeld in paragraaf 4.1.3.2 Algemene wet bestuursrecht;
g.het vragen van adviezen en het inwinnen van inlichtingen.
1De mandaatverlening omvat in ieder geval de bevoegdheid om, ter zake van de bevoegdheden opgenomen in dit mandatenregister, verzoeken te weigeren, besluiten in te trekken, te wijzigen, voorschriften of voorwaarden te stellen, verzoeken niet in behandeling te nemen, te verzoeken om aanvullende gegevens te verstrekken e.e.a. voor zover niet reeds opgenomen in het mandatenregister en mits niet uitdrukkelijk uitgesloten of beperkt is.
5Overeenkomstig de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023
Nr.
Onderdeel zoals aangegeven in de verordening
Omschrijving bevoegdheid in de verordening
Grondslag genoemd in de verordening
Bevoegd bestuurs-orgaan volgens de verordening
Bijzonderheden en beperkingen op basis van de verordening en de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied
Ondermandaat verleend aan
1.
A.1
Besluiten tot het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente
Art. 160, lid 1, aanhef en onder d, Gemeente-wet
College
a.Geldt niet voor het oprichten of deelneming in een rechtspersoon.
b.Financiële dekking moet aanwezig zijn in de vorm van een daarvoor bestemde begrotingspost.
c.Het aangaan van de rechtshandeling moet voortvloeien uit de aan het dagelijks bestuur expliciet opgedragen taken en bevoegdheden.
d.De rechtshandelingen vinden plaats binnen stedelijke kaders, dit betekent in elk geval in lijn met de nota inkopen en aanbesteden, de aanbestedingsinstructies, de nota 10 wegen, het leningen- en garantiebeleid, de nota doelgericht op afstand 2.
e.Het aangaan van een rechtshandeling heeft betrekking op het verhaal van kosten van de grondexploitatie bij een ruimtelijk besluit, als bedoeld in art. 6.24 Wro.
Tot een maximumbedrag conform de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023
Noot 1:
De ondergemandateerde bevoegdheid is beperkt tot privaatrechtelijke rechtshandelingen:
a.Voor zover het aangaan van die rechtshandelingen voortvloeien uit de aan het betreffende onderdeel of functie opgedragen taak of werkzaamheden;
b.Tot het aanschaffen van goederen, het huren of leasen van bedrijfsmiddelen, het inhuren van personeel, alsmede het vervreemden van overtollige goederen, voor zover deze goederen niet meer zijn vereist voor de bedrijfsvoering, dan wel het vervreemden van goederen die het resultaat zijn van die bedrijfsvoering, alles voor zover deze rechtshandelingen noodzakelijk zijn voor een goed en doelmatig functioneren van het stadsdeel;
c.Het verlenen van advies- of onderzoeksopdrachten, voor zover deze betrekking hebben op het werkterrein van het stadsdeel of het betreffende onderdeel of functie en noodzakelijk zijn voor een goed en doelmatig functioneren van het stadsdeel.
Hierbij geldt de voorwaarde dat de voor de genoemde rechtshandeling gemoeide financiële dekking aanwezig is in de vorm van een daar voor bestemde begrotingspost of daarvoor beschikbaar gesteld krediet.
Afdelingshoofd
Teamleider
2.
A.2
Verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen (waaronder het ondertekenen van overeenkomsten)
Art. 171 Gemeente-wet
Burgemeester
Zie de bijzonderheden bij A.1 betreft privaatrechtelijke rechtshandelingen voortvloeiend uit de bevoegdheid bij A.1
Afdelingshoofd
Teamleider
3.
A.3
Beslissen op aansprakelijk-stellingen van derden, voor zover deze betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van de bestuurscommissie
Art. 160, lid 1, aanhef en onder d, Gemeente-wet
Dagelijks bestuur
Afdelingshoofd
Teamleider
4.
A.7
Behandelen en afdoen van klachten als bedoeld in titel 9.1 Algemene wet bestuursrecht, voor zover die betrekking hebben op een aangelegenheid opgenomen in de takenlijst bij de verordening en dit mandatenregister
Titel 9.1 Algemene wet bestuursrecht
College, burgemeester
De machtiging omvat niet de verantwoordelijkheid voor een zorgvuldige klachtbehandeling. De kaders voor zorgvuldige klachtbehandeling worden vastgesteld in een stedelijke regeling.
Afdelingshoofd
Teamleider
5.
A.10
Beslissen op verzoeken om verstrekking van informatie m.b.t. bestuurlijke aangelegenheden voor zover die betrekking hebben op de in dit mandatenregister opgenomen bevoegdheden
Art. 4.1 Wet open overheid
College, burgemeester
Afdelingshoofd
Teamleider
6.
A.11
Beslissen inzake het uit eigen beweging verstrekken van informatie m.b.t. bestuurlijke aangelegenheden voor zover die betrekking hebben op de in dit mandatenregister opgenomen bevoegdheden
Art. 3.1 Wet open overheid
College,
burgemeester
Afdelingshoofd
Teamleider
Algemene bepalingen en beperkingen onderdeel 1.
1Gebiedsontwikkeling en ruimtelijk beheer
Algemene bepalingen en beperkingen op grond van de verordening:
1Mandaat geldt niet voor stedelijke gebieden, projecten en belangen, zoals nader aangegeven op bij het bevoegdhedenregister behorende kaart bijlage A van de Verordening. De kaart wordt jaarlijks geactualiseerd en ter vaststelling voorgelegd aan het college. Een uitzondering hierop vormen de taken en bevoegdheden op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht met betrekking tot woonboten en bedrijfsvaartuigen waar een ligplaatsvergunning voor is vereist. Als een ligplaatsvergunningen is vereist, is het dagelijks bestuur wel bevoegd.
2Mandaat is beperkt tot die projecten waarvan het dagelijks bestuur opdrachtgever is. Voor alle nieuwe projecten wordt in de initiatieffase bepaald welk bestuur verantwoordelijk is. Richtlijn daarbij is dat de minder complexe en/of minder risicovolle projecten tot de bevoegdheid van het dagelijks bestuur behoren.
3Als op grond van onderdeel 7 (Milieu en duurzaamheid) de bevoegdheden o.g.v. de Wabo en milieuregelgeving niet gemandateerd worden, dan zijn de bevoegdheden genoemd in de onderdelen B.12 tot en met B.17 ook niet gemandateerd.
4Mandaat geldt niet als de vergunningverlening betrekking heeft op tunnels.
7.
B.1
doen van een kennisgeving van het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden
art. 1.3.1, lid 1 Besluit ruimtelijke ordening
college
Afdelingshoofd
Teamleider
8.
B.2
plegen van vooroverleg
art. 3.1.1, lid 1 Besluit ruimtelijke ordening
college
Afdelingshoofd
Teamleider
9.
B.3
plegen van vooroverleg i.v.m. voorbereiden van het vaststellen van een wijzigingsplan
art. 3.9a Wet ruimtelijke ordening, art. 3.1.1, lid 1 Besluit ruimtelijke ordening
college
Afdelingshoofd
Teamleider
10.
B.4
plegen van vooroverleg i.v.m. voorbereiden van het vaststellen van een uitwerkingsplan
art. 3.9a Wet ruimtelijke ordening, art. 3.1.1, lid 1 Besluit ruimtelijke ordening
college
Afdelingshoofd
Teamleider
11.
B.5
besluiten tot het stellen van nadere eisen
art. 3.6, lid 1, aanhef en onder d en lid 4 Wet 6ruimtelijke ordening
college
Afdelingshoofd
Teamleider
12.
B.6
beslissen tot het toepassen van de coördinatie-regeling
art. 3.30, lid 2 en lid 3 en art. 3.31 Wet ruimtelijke ordening
college
soort overdracht is afhankelijk van en volgt de bevoegdheid van de te coördineren bevoegdheden
Voor zover een van de te coördineren besluiten een bestemmingsplan, wijzigingsplan of uitwerkingsplan betreft, heeft mandaat uitsluitend betrekking op:
1de beslissing om de coördinatieregeling toe te passen
2beslissingen en handelingen die samenvallen/samen-lopen met beslissingen in het kader van de voorbereiding van het bestemmingsplan, wijzigings- en uitwerkingsplan
Afdelingshoofd
Teamleider
13.
B.7
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een vergoeding voor planschade (incl. sluiten van een overeenkomst)
art. 6.1 (m.u.v. het bepaalde onder lid 2, aanhef en onder a) en 6.4a Wet ruimtelijke ordening, art. 6.1.3.1 en 6.1.3.2 Besluit ruimtelijke ordening
college
mandaat geldt alleen als het schadeveroorzakend besluit door het dagelijks bestuur in mandaat genomen is
Afdelingshoofd
Teamleider
14.
B.8
verbinden voorschriften exploitatie-bijdrage aan omgevings-vergunning en stellen termijn exploitatie-bijdrage
art. 6.17 Wet ruimtelijke ordening
college
Afdelingshoofd
Teamleider
15.
B.9
stilleggen bouw bij niet voldoen betalen exploitatie-bijdrage
art. 6.21, lid 1, Wet ruimtelijke ordening
college
Afdelingshoofd
Teamleider
16.
B.10
invorderen exploitatie-bijdrage bij dwangbevel
art. 6.21, lid 2, Wet ruimtelijke ordening
college
Afdelingshoofd
Teamleider
17.
B.11
geheel of gedeeltelijk intrekken van een omgevings-vergunning bij niet betalen van exploitatie-bijdrage
art. 6.21, lid 3, Wet ruimtelijke ordening
college
Afdelingshoofd
Teamleider
18.
B.12
het opnemen van de in artikel 6.24 Wro genoemde bepalingen in (anterieure en posterieure) overeenkomsten;
het publiceren van de kennisgeving van de overeenkomst;
het ter inzage leggen van een zakelijke beschrijving van de inhoud van de overeenkomst
art. 6.24 Wet ruimtelijke ordening en art. 6.2.12 Besluit ruimtelijke ordening
college en burgemeester
Afdelingshoofd
Teamleider
Algemene bepalingen en beperkingen onderdeel 4.
4Monumenten en Archeologie
Algemene beperking op grond van de verordening: als op grond van onderdeel 7 (Milieu en duurzaamheid) de bevoegdheden o.g.v. de Wabo en milieuregelgeving bij het college blijven, dan blijven de bevoegdheden genoemd in dit onderdeel ook bij het college.
19.
E.6
bepalen dat een beschrijving wordt opgesteld van het beoogde aan te wijzen gemeentelijk monument
art. 3, lid 4, Erfgoed-verordening Amsterdam
college
Afdelingshoofd en teamleiders
Bureau Monumenten en Archeologie.
20.
E.7
bepalen dat een gemeentelijk monument gedocumenteerd moet worden
art. 9, lid 5,
Erfgoed-verordening Amsterdam
college
Afdelingshoofd en teamleiders
Bureau Monumenten en Archeologie.
21.
E.8
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van nadeelcompensatie
art. 25 Erfgoed-
verordening Amsterdam
college
Afdelingshoofd en teamleiders
Bureau Monumenten en Archeologie.
22.
E.9
registreren van gemeentelijke stads- en dorpsgezichten op de lijst van gemeentelijke stads- en dorpsgezichten
art. 17 Erfgoed-
verordening Amsterdam
college
Afdelingshoofd en teamleiders
Bureau Monumenten en Archeologie.
23.
E.10
reageren op een voornemen tot aanwijzing van stads- en dorpsgezichten als gemeentelijk stads- en dorpsgezicht of wijziging van een aanwijzing als gemeentelijk stads- en dorpsgezicht
art. 16 en 18 Erfgoedverordening Amsterdam
Raad
het college vraagt het DB daarbij om advies
Afdelingshoofd en teamleiders
Bureau Monumenten en Archeologie.
24.
E.11
het nemen van een selectiebesluit conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie
art. 24, lid 1, Erfgoedverordening Amsterdam
college
deze taak wordt door het bevoegd gezag door-gemandateerd aan het afdelingshoofd Monumenten en Archeologie.
De afdeling Monumenten en Archeologie van de directie R&D stelt vast of een archeologisch rapport (artikel 39, lid 2 van de Monumentenwet) voldoet aan de kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie en het Kwaliteitshandboek van het team Archeologie van de afdeling Monumenten en Archeologie. De afdeling Monumenten en Archeologie stelt aan de hand van een archeologisch rapport ook het selectiebesluit op
Afdelingshoofd en teamleiders
Bureau Monumenten en Archeologie.
25.
E.12
het vaststellen van een programma van eisen conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie
art. 24, lid 3, Erfgoedverordening Amsterdam
college
deze taak wordt door het bevoegd gezag door- gemandateerd aan het afdelingshoofd Monumenten en Archeologie. De afdeling Monumenten en Archeologie van de directie R&D stelt vast of een archeologisch rapport (artikel 39, lid 2 van de Monumentenwet) voldoet aan de kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie en het Kwaliteitshandboek van het team Archeologie van de afdeling Monumenten en Archeologie. De afdeling Monumenten en Archeologie stelt aan de hand van een archeologisch rapport ook het selectiebesluit op
Afdelingshoofd en teamleiders
Bureau Monumenten en Archeologie.
Algemene bepalingen en beperkingen onderdeel 7.
7Milieu (VTH)
Algemene beperking op grond van de verordening:als sprake is van een inrichting waarvoor op 1 januari 2013 een vergunning benodigd is op grond van artikel 2.1, lid 1, onder e, van de Wabo, worden de bevoegdheden tot het beslissen op aanvragen om een omgevingsvergunning niet gemandateerd.
26.
H.2
alle voorbereidings-besluiten en –handelingen ten behoeve van het vaststellen van hogere geluidwaarden
art. 45 e.v, art. 55, lid 4, art. 110a t/m art. 110c Wet geluidhinder
college
mandaat voor het voorbereiden van besluit hogere waarden volgt de bevoegdheidsverdeling van de besluiten waarop voor het besluit hogere waarde ziet
Afdelingshoofd
Teamleider
27.
H.4
voorbereiden en opstellen van milieueffecten-beoordelingen en besluit betreffende (aanmeld)notitie vormvrije mer-beoordeling
art. 7.2, lid 1 onder b en 7.16 en 7.17 Wet milieubeheer en Besluit milieu-effecten-rapportage
college
bevoegd gezag hangt af van besluit waarvoor de al dan niet vormvrije beoordeling van de milieu-effectenrapportage wordt verricht mandaat tot het voorbereiden van de al dan niet vormvrije beoordeling van de milieu-effectenrapportage volgt de bevoegdheidsverdeling van het besluit waarvoor de beoordeling van de milieu-effectenrapportage wordt opgesteld
Afdelingshoofd
Teamleider
28.
H.5
voorbereiden en opstellen van het milieu-effecten-rapportage
art. 7.2, 7.2a, 7.7, 7.16 t/m 7.19, 7.22, 7.24, 7.25, 7.27 Wet milieubeheer en Besluit milieu-
effecten
rapportage
college
bevoegd gezag: hangt af van besluit waarvoor milieueffecten-rapportage wordt opgesteld mandaat van de voorbereiding van het milieueffecten-rapportage: volgt de bevoegdheidsverdeling van het besluit waarvoor het milieu-effectenrapportage wordt opgesteld mandaat ziet niet op het advies omtrent reikwijdte en detailniveau van de informatie ten behoeve van een milieu-effecten-rapportage als bedoeld in art. 7.24, lid 2 en 3, art .7.27, lid 2, Wet milieubeheer
Afdelingshoofd
Teamleider
29.
H.6
uitoefenen van bevoegdheden en uitvoeren van taken op grond van het Activiteiten-besluit milieubeheer en de Activiteiten-regeling milieubeheer
Activiteiten-besluit milieu-beheer en Activiteiten-regeling milieu-beheer
college
mandaat heeft uitsluitend betrekking op inrichtingen:
1waarvoor op 1 januari 2013 geen vergunning benodigd is op grond van artikel 2.1, lid 1, onder e, Wabo, en
2waarbij geen sprake is van een vergunningplicht als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder i, Wabo, waarbij het college bevoegd is op grond van de onder 1. van dit hoofdstuk genoemde algemene beperking
Afdelingshoofd
Teamleider
30.
H.7
uitoefenen van bevoegdheden en uitvoeren van taken op grond van bij of krachtens hoofdstuk 8, 10, 17, 19 van de Wet milieubeheer (Wm) gestelde regels
Wet milieu-beheer
college
voor zover de taken en bevoegdheden betrekking hebben op inrichtingen, heeft het mandaat uitsluitend betrekking op inrichtingen:
1waarvoor op 1 januari 2013 geen vergunning benodigd is op grond van artikel 2.1, lid 1, onder e, Wabo, en
2waarbij geen sprake is van vergunningplicht als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder i Wabo, waarbij het college bevoegd is op grond van de onder 1. van dit hoofdstuk genoemde algemene beperking
Afdelingshoofd
Teamleider
31.
H.8
uitoefenen van bevoegdheden en uitvoeren van taken op grond van het Besluit lozen buiten inrichtingen
Besluit lozen buiten inrichtingen
college
met uitzondering van bevoegdheden en taken die betrekking hebben op:
1het lozen van grondwater bij bodemsaneringen en proefboringen als bedoeld in artikel 3.1;
2het lozen van grondwater bij ontwateringen als bedoeld in artikel 3.2
Afdelingshoofd
Teamleider
32.
W.1
uitvoeren Algemene Subsidie-verordening Amsterdam 2023 en titel 4.2 Awb binnen taken, bevoegdheden en budgetten bestuurs-commissies
Algemene Subsidie-verordening Amsterdam 2023 en titel 4.2 Awb
college
Afdelingshoofd
Teamleider
33.
W.2
uitvoeren van subsidie-regelingen
diverse subsidie-regelingen
college
mandaat geldt alleen als uit beleidskaders blijkt dat het dagelijks bestuur een uitvoerende rol heeft bij de betreffende subsidieregeling
Afdelingshoofd
Teamleider
Algemene bepalingen en beperkingen onderdeel 24.
24Omgevingswet
De Algemene bepalingen en beperkingen, zoals genoemd bovenaan dit ondermandatenregister zijn onverminderd van toepassing. In aanvulling daarop gelden voor onderdeel 24 de navolgende algemene bepalingen en beperkingen.
Algemene beperkingen op grond van de verordening:
Het mandaat geldt niet voor:
1bevoegdheden bedoeld in artikel 13.12, in de gevallen zoals genoemd in bijlage VI bij artikel 13.12, lid 1 van het Omgevingsbesluit (Basistakenpakket omgevingsdienst), welke taken en bevoegdheden aan de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG) zijn gemandateerd;
2taken en bevoegdheden die betrekking hebben op de realisatie van ondergrondse infrastructuur voor wegverkeer, trein, tram en metro met een langste omsloten lengte van meer dan 250 meter waaronder in ieder geval begrepen de taken en bevoegdheden krachtens de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels;
3taken en bevoegdheden die op grond van het document “Afspraken taak- en bevoegdheidsverdeling plustaken OD/VTH Stadsdelen " bij de OD zijn belegd;
4bevoegdheden betreffende de wijziging van het omgevingsplan en daarmee samenhangende besluiten in gebieden die op kaart in bijlage A behorende bij de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 zijn aangewezen als stedelijke gebieden, projecten en belangen;
5VTH-taken en bevoegdheden (waaronder ook meldingen, maatwerk ed. behoren) in de gearceerde gebieden op kaart C behorende bij de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022. Binnen deze gearceerde gebieden blijven de VTH-taken en bevoegdheden t.a.v. de navolgende activiteiten altijd bij het stadsdeel/stadsgebied:
i.een horeca-activiteit, niet zijnde de bouw of gebruiksactiviteit, of milieubelastende activiteit als bedoeld in afdeling 22.3 Omgevingsplan (bruidsschat milieu);
ii.een reclame activiteit, niet zijnde de bouw of gebruiksactiviteit;
iii.activiteiten die zien op woonboten en bedrijfsvaartuigen;
iv.overige activiteiten die beschreven zijn in de "Afspraken taken en bevoegdheidsverdeling plustaken OD/VTH stadsdelen”.
AA1. Algemene bevoegdheden omgevingsvergunning, melding en maatwerkvoorschrift
34.
AA1.f.
het van toepassing verklaren afd. 3.4 Algemene wet bestuursrecht
art. 16.65 Omgevingswet
college
Afdelingshoofd
Teamleider
35.
AA1.g.
het gelegenheid bieden tot het inzien van milieustukken
art. 16.67 Omgevingswet
college
Afdelingshoofd
Teamleider
36.
AA1.h.
het besluiten betreffende het treffen van geluidwerende maatregelen aan gebouwen
art. 2.43 Omgevingswet
college
Afdelingshoofd
Teamleider
37.
AA1.n.
het besluiten tot coördinatie van besluitvorming en rechtsbescherming
art. 16.8 Omgevingswet jo. art. 3:21, lid 1, onder b, Awb
college
Afdelingshoofd
Teamleider
AA6. Omgevingsplan
38.
AA6.a.
het kennisgeven van het voornemen om een omgevingsplan te wijzigen incl. aangeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding worden betrokken
art. 16.29 Omgevingswet jo. art. 10.2 Omgevingsbesluit
college
Afdelingshoofd
Teamleider
AA7. Gedoogplichten
39.
AA7. a.
het opleggen van een gedoogplicht in het belang van archeologisch onderzoek
art. 10.11, art. 10.19, lid 2, Omgevingswet
college
Afdelingshoofd
Teamleider
AA8. Financiële bepalingen (kostenverhaal en financiële zekerheid)
40.
AA8. b.
het aangaan van een overeenkomst voor kostenverhaal
art. 13.13 Omgevingswet
college
Afdelingshoofd
Teamleider
41.
AA8. g.
het kennisgeven van een overeenkomst kostenverhaal
art. 16.138 Omgevingswet
college
Afdelingshoofd
Teamleider
42.
AA8. h.
het afzien van het verhalen van kosten
art. 13.11, tweede lid, Omgevingswet ko. 8.14 Omgevingsbesluit
college
Afdelingshoofd
Teamleider
AA9. Schade
43.
AA9. a.
het toekennen van nadeelcompensatie
art. 15.1, lid 1, onder d, i, j, k, m, n en o en lid 2, Omgevingswet
college
Afdelingshoofd
Teamleider
44.
AA9. b.
het toekennen van nadeelcompensatie m.b.t raadsbesluit
art. 15.8 Omgevingswet
college
Afdelingshoofd
Teamleider
45.
AA9. c.
het besluiten tot overdracht van de bevoegdheid van een ander bestuursorgaan om te beslissen op verzoek om nadeelcompensatie, dan wel het instemmen met een verzoek daartoe
art. 15.8, lid 3, Omgevingswet
college
Afdelingshoofd
Teamleider
46.
AA9. d.
het sluiten van een schadeverhaals-overeenkomst
art. 13.3c Omgevingswet
college
Afdelingshoofd
Teamleider
47.
AA9. f.
het beslissen over een verzoek om nadeelcompensatie
art. 4:126 Awb
college
Afdelingshoofd
Teamleider
48.
AA9. g.
het aanwijzen van adviseurs met betrekking tot de aanvraag nadeelcompensatie
art. 4 Verordening nadeel-compensatie Amsterdam 2022
college
Afdelingshoofd
Teamleider
49.
AA9. i.
de bevoegdheid tot het verlenen v/e voorschot op de nadeelcompensatie
art. 7 Verordening nadeel-compensatie Amsterdam 2022
college
Afdelingshoofd
Teamleider
AA10. Milieueffectrapportage (m.e.r.)
50.
AA10. a.
het beoordelen of er sprake is van aanzienlijke milieueffecten
art. 16.43, lid 2, Omgevingswet
college
Afdelingshoofd
Teamleider
51.
AA10.b.
het op verzoek uitbrengen van advies over reikwijdte en detailniveau
art. 16.46 Omgevingswet
college
Afdelingshoofd
Teamleider
52.
AA10.c.
het vragen van advies aan de Commissie mer
art.16.47 Omgevingswet
college
Afdelingshoofd
Teamleider
53.
AA10.e.
het opnemen van het resultaat van de plan-mer-beoordeling in een (ontwerp) plan of programma
art.11.1 Omgevingsbesluit
college
Afdelingshoofd
Teamleider
54.
AA10.f.
het monitoren van milieueffecten van plan of programma
art.11.5 Omgevingsbesluit
college
Afdelingshoofd
Teamleider
AA12. Bevoegdheden in bijzondere omstandigheden
55.
AA12.b.
het verstrekken van gegevens en treffen van maatregelen bij een archeologische toevalsvondst
art.19.2 Omgevingswet
college
Afdelingshoofd
Teamleider
Toelichting
Algemeen deel
Het ondermandaatbesluit heeft tot doel om de ambtelijke organisatie van de directie goed te laten functioneren en om te voorkomen dat de directeur alle door het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester gemandateerde, bevoegdheden, en de bevoegdheden waarvoor deze is gevolmachtigd of gemachtigd, in eigen persoon dient uit te oefenen.
Op het ondermandaatbesluit zijn de algemene regels ten aanzien van mandaat in de artikelen 10:6, 10:7 en 10:8 de Algemene wet bestuursrecht van toepassing: de directeur is bevoegd om per geval of in het algemeen instructies te geven over de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden, de gemandateerde functionarissen geven op verzoek inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, de directeur blijft bevoegd om de gemandateerde bevoegdheden zelf uit te oefenen en deze kan een mandaat altijd intrekken.
In het ondermandaatbesluit is niet bepaald dat de gemandateerden weer op hun beurt ondermandaat, ondervolmacht of ondermachtiging kunnen verlenen aan andere functionarissen voor het uitoefenen van een bevoegdheid. Enkel de directeur kan dat doen door die functionarissen op te nemen in dit ondermandaatbesluit.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 3 Mandaatverlening voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam
Leden 1 en 2
In bijlage 1 is de inhoud van de kolom ‘Bijzonderheden en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam’ overgenomen uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam. Deze kolom bevat dus geen nieuwe rechtsregels, omdat de inhoud al in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam bepaald is. Voor de gebruiksvriendelijkheid is ervoor gekozen de bepalingen toch over te nemen. Daarnaast verkleint het de kans op fouten bij het gebruik van een bevoegdheid door een ondergemandateerde. Het zou voor ondergemandateerden en andere lezers van het besluit namelijk anders erg ingewikkeld zijn om uit te zoeken waartoe een gemandateerde wel en niet bevoegd is. Hetzelfde geldt voor hetgeen bepaald is onder de ‘Algemene bepalingen en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam’ bovenaan het ondermandatenregister. Hierin zijn de volgende onderdelen uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam overgenomen: Bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 2 (Vergunningverlening) en paragraaf 3 (verstrekking en aanvraag van subsidies.
Als in de bijlage in de laatste kolom geen gemandateerden zijn opgenomen, dan is de directeur de enige die de genoemde bevoegdheden kan uitoefenen. Hoewel het toch opnemen van een dergelijke bevoegdheid in de tabel geen nieuwe rechtsregel is (er is geen sprake van een nieuwe bevoegdheidsverdeling) is het voor ambtenaren en andere lezers van het besluit zo wel volledig duidelijk waartoe de ambtenaren binnen een directie bevoegd zijn. Als in de laatste kolom een specifieke afdeling wordt genoemd, wordt alleen aan het afdelingshoofd en teamleiders van die specifieke afdeling onder gemandateerd. Als gesproken wordt van afdelingshoofd en teamleider dan worden alle afdelingshoofden en teamleiders binnen de directie bedoeld.
Artikel 4 Mandaatverlening voor bevoegdheden uit de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied
In bijlage 2 onder de ‘Algemene bepalingen en beperkingen’, onderdelen 1, 2 en 4, zijn de volgende onderdelen uit de bijlage bij de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied deels verwerkt: onder ‘Algemene bepalingen en beperkingen’, onderdelen 1, 3 en 9. De onderdelen 1, 2 en 4 van de Algemene bepalingen en beperkingen van dit besluit bevatten daardoor geen volledig nieuwe rechtsregels, omdat de inhoud deels al in de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied is bepaald. Voor de gebruiksvriendelijkheid is ervoor gekozen de bepalingen toch over te nemen. Daarnaast verkleint het de kans op fouten bij het gebruik van een bevoegdheid door een ondergemandateerde. Hetzelfde geldt voor de inhoud van de kolom ‘Bijzonderheden en beperkingen op basis van de verordening en de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied’, waarvan de inhoud ook al bepaald is in de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied. Het zou voor ondergemandateerden en andere lezers van het besluit namelijk anders erg ingewikkeld zijn om uit te zoeken waartoe een gemandateerde wel en niet bevoegd is.
Als in de bijlage in de laatste kolom geen gemandateerden zijn opgenomen, dan is de directeur de enige die de genoemde bevoegdheden kan uitoefenen. Hoewel het toch opnemen van een dergelijke bevoegdheid in de tabel geen nieuwe rechtsregel is (er is geen sprake van een nieuwe bevoegdheidsverdeling) is het voor ambtenaren en andere lezers van het besluit zo wel volledig duidelijk waartoe de ambtenaren binnen een directie bevoegd zijn. Als in de laatste kolom een specifieke afdeling wordt genoemd, wordt alleen aan het afdelingshoofd en teamleiders van die specifieke afdeling onder gemandateerd. Als gesproken wordt van afdelingshoofd en teamleider dan worden alle afdelingshoofden en teamleiders binnen de directie bedoeld.
Artikel 5 Vervangingsregeling
De vervanging van de directeur eindigt op het moment dat die weer (volgens diens normale arbeidsuren) aanwezig is. De vervanging zoals omschreven in de situatie in het derde, vierde of vijfde lid eindigt in het geval de vervanger bedoeld in het tweede, dan wel die bedoeld in het derde of vierde lid, weer aanwezig is.
Zoals bepaald in artikel 8, tweede lid, van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam wijzen afdelingsmanagers en teammanagers in het geval van afwezigheid een andere afdelingsmanager respectievelijk een andere teammanager binnen de directie aan als vervanger en stellen de directie Personeel en Organisatie daarvan in kennis.
Artikel 7 intrekken eerder mandaatbesluit.
Het oude mandaatbesluit was erg gedateerd wordt vervangen door het huidige besluit. Voor de latere toevoeging van het Bureau Monumenten en Archeologie bij R&D is een separaat mandaatbesluit opgesteld. Dit mandaatbesluit is verwerkt in het voorliggende besluit, waardoor er geen apart mandaatbesluit meer nodig is.
Artikel 8 Inwerkingtreding
De inwerkingtreding van dit nieuwe ondermandaatbesluit is 1 januari 2026 omdat vanaf dat moment de directie start in een nieuwe organisatiestructuur.