Aanhef
De raad van de gemeente Oudewater;
gelezen het voorstel d.d. 26 maart 2024 van:
–burgemeester en wethouders
gelet op het bepaalde in de Gemeentewet;
Artikel 147, eerste lid
b e s l u i t:
de “Algemene plaatselijke verordening gemeente Oudewater 2024” vast te stellen:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1:1 Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
–bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;
–bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet;
–bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;
–college: het college van burgemeester en wethouders;
–gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;
–handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;
–openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;
–openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan;
–parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
–rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht;
–voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen;
–weg:
1de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede de daaraan liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen;
2de – al dan niet met enige beperking – voor het publiek toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor vaartuigen;
3de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen, die uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimte toegang geven en niet afsluitbaar zijn;
4andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet afsluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen; de afsluitbare alleen gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe naar burgerlijk recht bevoegd is, zijn afgesloten.
Artikel 1:2 Beslistermijn
1Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
2Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning zoals bedoeld in artikel 2:28 binnen twaalf weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
3Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.
4Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.
Artikel 1:3
[vervallen]
Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen
1Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.
2Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.
3Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
1De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.
2Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
1De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als:
a.ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
b.op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;
c.de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
d.van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of
e.de houder dit verzoekt.
2Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Artikel 1:7 Termijnen
1De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.
2De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.
Artikel 1:8 Algemene weigeringsgronden
1Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:
a.de openbare orde;
b.de openbare veiligheid;
c.de volksgezondheid;
d.de bescherming van het milieu.
2Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
3Een vergunning voor een evenement als bedoeld in artikel 2:25 kan worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan acht weken voor de beoogde datum van het evenement is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid
Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden
1Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, te vechten, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.
2Degene die op een openbare plaats:
a.aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden of gevechten ontstaan of dreigen te ontstaan;
b.aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of
c.zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;
is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
3Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
4De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, gesteld in het derde lid.
5Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
Artikel 2:2 Optochten
[gereserveerd]
Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen
1Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en ten minste 72 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.
2De kennisgeving bevat:
a.Naam en contactgegevens van degene die de betoging houdt;
b.het doel van de betoging;
c.de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging;
d.de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging;
e.voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en
f.maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.
3Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.
4Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur.
5De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.
Artikel 2:4
[vervallen]
Artikel 2:5
[vervallen]
Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen
1Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.
2Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.
3Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen.
4Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
5Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd en dergelijke
[gereserveerd]
Artikel 2:8 Dienstverlening
[gereserveerd]
Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen
1Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu aangewezen openbare plaatsen.
2De burgemeester kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.
3De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.
4Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg
[vervallen]
Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
[vervallen]
Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg
[vervallen]
Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid
[gereserveerd]
Artikel 2:14
[vervallen]
Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.
Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
Artikel 2:17 Kelderingangen en dergelijke
1Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de veiligheid van de weggebruikers opleveren.
2Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder 1. of 3. van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:18
[vervallen]
Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp
[gereserveerd]
Artikel 2:20 Vallende voorwerpen
[gereserveerd]
Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting
1De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
2Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.
Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn
[vervallen]
Artikel 2:23
[vervallen]
Afdeling 3. Evenementen
Artikel 2:24 Begripsbepaling
1In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
a.bioscoopvoorstellingen;
b.markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet;
c.kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
d.het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;
e.betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
f.activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39.
2Onder evenement wordt mede verstaan:
a.een herdenkingsplechtigheid;
b.een braderie;
c.een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3;
d.een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
e.een straatfeest of buurtbarbecue op één dag;
f.een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportevenement of -gala.
Artikel 2:25 Evenementen
1Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
2Naast de weigeringsgronden genoemd in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd, als:
a.onevenredig veel beslag wordt gelegd op de hulpdiensten of de gemeentelijke diensten;
b.de aard van het evenement zich niet verdraagt met het karakter of de bescherming van de gevraagde locatie.
c.aan de organisator in de afgelopen drie jaar een bestuurlijke sanctie is opgelegd of indien de organisator in deze periode zich herhaaldelijk niet aan de vergunningsvoorschriften of wettelijke voorschriften heeft gehouden;
d.naar het oordeel van de burgemeester, de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen niet kan worden gewaarborgd;
e.naar het oordeel van de burgemeester, de organisator onvoldoende waarborgen biedt voor een goed verloop van het evenement, gelet op de belangen genoemd in artikel 1:8.
3Een vergunning is niet vereist voor een klein evenement. Een evenement is klein als:
a.het aantal gelijktijdig aanwezigen minder bedraagt dan 200 personen;
b.het evenement op maandag t/m zaterdag tussen 09.00 uur en 24.00 uur en op zon- of feestdag tussen 13.00 uur en 22.00 uur plaatsvindt;
c.geen muziek ten gehore wordt gebracht op maandag t/m zaterdag vóór 09.00 uur en na 24.00 uur en op zon- of feestdag vóór 13.00 uur of na 22.00 uur;
d.het geluidsniveau beneden 77 dB(A) en 87 dB(C) blijft, gemeten op de dichtstbijzijnde gevel van derden (achtergrondmuziek);
e.er een tent of overkapping wordt geplaatst die gelijktijdig door minder dan 50 personen zal worden gebruikt;
f.geen (alcoholhoudende) drank en/of etenswaren tegen betaling word(t)(en) verstrekt;
g.er een organisator is;
h.slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25m2 per object;
i.de organisator ten minste tien werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.
4De burgemeester kan binnen vijf werkdagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. Dit kan onder andere het geval zijn wanneer het evenement plaatsvindt in een stiltegebied, zoals aangewezen in de provinciale omgevingsverordening.
5Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.
6Van de melding wordt kennisgegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze van bekendmaken.
7Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
8De burgemeester is bevoegd nadere eisen te stellen naar aanleiding van de ingediende melding.
Artikel 2:26 Ordeverstoring
1Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.
2Het is verboden enig gereedschap, voorwerp of middel te vervoeren of bij zich te hebben met de kennelijke bedoeling daarmee bij een evenement de orde te verstoren.
Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen
Artikel 2:27 Begripsbepalingen
1In deze afdeling wordt verstaan onder:
a.openbare inrichting:
i.een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, afhaalcentrum, bezorgcentrum of clubhuis;
ii.elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt of bereid;
b.terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt;
c.leidinggevende:
–de natuurlijke persoon of de bestuurder(s) van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt geëxploiteerd.
–de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan een onderneming, waarin de openbare inrichting wordt uitgeoefend;
–de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft in een openbare inrichting;
d.exploitant: de natuurlijke persoon of personen voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt geëxploiteerd;
e.afhaalcentrum of bezorgcentrum: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waar anders dan om niet uitsluitend voor gebruik elders dan ter plaatse in hoofdzaak ter plekke bereide en voor directe consumptie geschikte etenswaren en dranken plegen te worden verstrekt.
2Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een bij deze inrichting behorend terras en de andere aanhorigheden.
Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting
1Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
2De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.
3Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een:
a.winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
b.zorginstelling;
c.museum; of
d.bedrijfskantine of – restaurant.
4Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid.
Artikel 2:28a Weigerings-, intrekkings- en wijzigingsgronden
Onverminderd de in artikel 1:6 en 1:8 genoemde gronden voor het intrekken, wijzigen of weigeren van een vergunning, en onverminderd de bepalingen van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, kan de burgemeester de exploitatievergunning tijdelijk of voor onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk intrekken, weigeren of wijzigingen indien:
a.de exploitant of leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
b.de exploitant of leidinggevende onder curatele staat;
c.de exploitant of leidinggevende de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt;
d.naar zijn oordeel de openbare orde gevaar loopt of het woon- en leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting door de aanwezigheid van de openbare inrichting nadelig wordt beïnvloed;
e.aannemelijk is dat de exploitant of de leidinggevende betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de openbare inrichting, die gevaar kunnen veroorzaken voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting;
f.de exploitant of de leidinggevende strafbare feiten pleegt in de openbare inrichting, dan wel toelaat of gedoogt dat in zijn openbare inrichting strafbare feiten worden gepleegd;
g.zich in of vanuit de openbare inrichting anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van de openbare inrichting gevaar kan veroorzaken voor de openbare orde of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting;
h.voor de openbare inrichting een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet is geweigerd, is ingetrokken of is vervallen.
Artikel 2:29 Terras
1De voorschriften met betrekking tot een terras worden opgenomen in de exploitatievergunning.
2Een terras mag geopend zijn op zondag tot en met donderdag van 07.00 tot 22.00 uur en op vrijdag en zaterdag van 07.00 tot 23.00 uur. De burgemeester kan hierop in geval van bijzondere omstandigheden beperkingen aanbrengen.
3In afwijking van het bepaalde in het tweede lid mag een terras geopend zijn op zondag tot en met donderdag van 07.00 tot 23.00 uur en op vrijdag en zaterdag van 07.00 tot 24.00 uur als de buitentemperatuur om 12.00 uur 28° Celsius of hoger bedraagt (volgens het KNMI).
4De burgemeester kan besluiten dat op dagen dat er een evenement als bedoeld in artikel 2:25 eerste lid plaatsvindt, de terrassen gesloten zijn in het belang van de openbare orde.
Artikel 2:30 Sluitingstijd
1De sluitingstijd van een openbare inrichting wordt vastgesteld middels een voorschrift dat verbonden is aan een vergunning als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid, van deze verordening (exploitatievergunning).
2Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.
3De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd die bepaald is via een exploitatievergunning op grond van artikel 2:28, eerste lid, van deze verordening.
4Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor een winkel.
5Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing in die situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.
6Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:31 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
1De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
2Het eerste lid is niet van toepassing in die situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
Artikel 2:32 Verboden gedragingen
Het is verboden in een openbare inrichting:
a.de orde te verstoren;
b.zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:31, eerste lid.
Artikel 2:33 Handel binnen openbare inrichtingen
1In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
2De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.
Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan
Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:31 op als bevoegd bestuursorgaan.
Afdeling 5. Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Alcoholwet
Artikel 2:34a Begripsbepaling
In deze afdeling wordt verstaan onder:
–alcoholhoudende drank,
–horecabedrijf,
–horecalokaliteit,
–inrichting,
–paracommerciële rechtspersoon,
–sterke drank,
–slijtersbedrijf en
–zwak-alcoholhoudende drank,
dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.
Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen
1Een paracommercieel rechtspersoon kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken bij een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon en binnen de volgende tijden:
a.maandag tot en met vrijdag vanaf 18.00 uur tot 1 uur na afloop van de hoofdactiviteit met een maximale eindtijd van 00:30 uur;
b.zaterdag en zondag vanaf 13.00 uur tot 1 uur na afloop van de hoofdactiviteit met een maximale eindtijd van 0:30 uur;
2Een paracommercieel rechtspersoon kan alcoholhoudende drank verstrekken tijdens per jaar ten hoogste:
a.5 bijeenkomsten van persoonlijke aard;
b.5 bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn.
3Een paracommercieel rechtspersoon doet uiterlijk 2 weken voor een bijeenkomst als bedoeld in het tweede lid hiervan melding aan de burgemeester.
Artikel 2:34c Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven
1Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank te verstrekken in inrichtingen van de volgende aard:
a.een horecalokaliteit van een paracommerciële rechtspersoon;
b.een snackbar.
2De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid aan een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet voorschriften verbinden en de vergunning beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank.
Artikel 2:34d Verbod ‘happy hours’
Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd.
Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Artikel 2:35 Begripsbepaling
In deze afdeling wordt onder inrichting verstaan elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.
Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie
Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.
Artikel 2:37 Nachtregister
[gereserveerd]
Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister
Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.
Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden
Artikel 2:39 Speelgelegenheden
1In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.
2Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen.
3Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als:
a.naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of
b.de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan.
4Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:40 Kansspelautomaten
1In dit artikel wordt verstaan onder:
a.Wet: de Wet op de kansspelen;
b.kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c. van de Wet;
c.hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet;
d.laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet.
2In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten toegestaan.
3In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.
Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal
1Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.
2Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.
3Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.
Artikel 2:42 Plakken en kladden
1Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.
2Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:
a.een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;
b.met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.
3Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing als gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.
4Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.
5Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.
6Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.
7De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht deze aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.
Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap en dergelijke
1Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben.
2Dit verbod is niet van toepassing, als de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42.
Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen
1Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.
2Dit verbod is niet van toepassing als de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.
Artikel 2:45
[vervallen]
Artikel 2:46
[vervallen]
Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
1Het is verboden op een openbare plaats:
a.te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair;
b.zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder veroorzaakt.
2Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:47a Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen
1De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of als er naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten.
2Onverminderd hetgeen in artikel 5:24 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald omtrent de bekendmaking, wordt het bevel tot sluiting tevens bekend gemaakt door een schrijven, waaruit van dat bevel tot sluiting blijkt, aan te brengen op of nabij de toegang(en) van het gebouw of erf.
3Een sluiting kan op aanvraag van belanghebbenden door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
4Het is de rechthebbende op het gebouw en/of het erf, verboden om, nadat het bevel tot sluiting bekend is gemaakt op de in het tweede lid aangegeven wijze, daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven.
5Het is een ieder verboden om, nadat het bevel tot sluiting openbaar bekend gemaakt is op de in het tweede lid aangegeven wijze, in een bij dit bevel gesloten gebouw en/of erf als bezoeker te verblijven.
6Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het onderwerp van de regeling van het eerste lid elders wordt voorzien in deze verordening of in artikel 13b van de Opiumwet.
Artikel 2:48 Verboden drankgebruik
1Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.
2Het verbod is niet van toepassing op:
a.een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; en
b.een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.
Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen
1Het is verboden zonder redelijk doel:
a.zich in een portiek of poort op te houden;
b.in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.
2Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.
Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval begrepen: portalen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.
Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als steekwapen
1Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen of in daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen of op bij die gebouwen behorende erven messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben.
2Het verbod geldt niet voor messen of voorwerpen die zodanig zijn ingepakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik gereed zijn.
3Dit artikel is niet van toepassing voor zover het wapens betreft als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie.
Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen en dergelijke
Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek als:
a.dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek; of
b.daardoor die ingang versperd wordt.
Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en tijdelijk aangewezen evenemententerrein.
Het is verboden gedurende de markt of een evenement zich met een rijdende fiets of bromfiets te bevinden op het terrein waar deze markt of dit evenement gehouden wordt.
Artikel 2:53 Bespieden van personen
1Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon of een gebouw, woonwagen, woonschip of anderszins op te houden met de kennelijke bedoeling deze persoon of een persoon die zich in dit gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindt, te bespieden.
2Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander optisch instrument een persoon die zich in een gebouw, woonwagen of woonschip bevindt te bespieden.
Artikel 2:54 Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats
1Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op een openbare plaats een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of een andere vorm van beschutting als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden:
a.tussen zonsondergang en zonsopgang:
1°. binnen de bebouwde kom;
2°. buiten de bebouwde kom in natuurgebieden;
3°. buiten de bebouwde kom op verharde parkeerplaatsen;
b.in andere gevallen dan genoemd onder a voor zover:
1°. sprake is van overlast of hinder voor de omgeving;
2°. er gevaar is of dreigt voor de omgeving;
3°. het woon- of leefklimaat wordt aangetast; of
4°. langer dan drie nachten op of nabij dezelfde locatie.
2Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
3Het verbod geldt niet:
a.voor vaartuigen en woonboten die een ligplaats innemen waar dit op grond van artikel 2.30 van de Verordening fysieke leefomgeving Oudewater 2025 is toegestaan;
b.voor woonwagens met een woonbestemming;
c.op een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd.
Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren
[gereserveerd]
Artikel 2:56 Alarminstallaties
[gereserveerd]
Artikel 2:57 Loslopende honden
1Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
a.op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;
b.binnen de bebouwde kom op een weg als de hond niet fysiek is aangelijnd; of
c.buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de hond niet fysiek is aangelijnd; of
d.op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
2Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
3Het eerste lid aanhef en onder a tot en met d zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die:
a.zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of
b.deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
Artikel 2:58 Verontreiniging door honden
1Degene die zich met een hond op een weg begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.
2Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.
3Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
Artikel 2:59 Gevaarlijke honden
1De burgemeester kan een hond, in verband met zijn gedrag, als gevaarlijk of hinderlijk aanmerken.
2Indien de burgemeester een hond als gevaarlijk of hinderlijk heeft aangemerkt, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.
3Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.
4Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf die:
a.vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;
b.door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en
c.zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.
5Onverminderd artikel 2:57, eerste lid aanhef en onder d, moet een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.
Artikel 2:59a Gevaarlijke honden op eigen terrein
1Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen als de burgemeester een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:59, tweede lid, dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk.
2Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet als:
a.op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht;
b.het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden; en
c.het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.
Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren
1Het is verboden op door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:
a.aanwezig te hebben;
b.aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college gestelde regels;
c.aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven; of
d.te voeren.
2Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een plaats die krachtens het eerste lid is aangewezen, ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het eerste lid.
Artikel 2:61 Wilde dieren
[gereserveerd]
Artikel 2:62
[vervallen]
Artikel 2:63
[vervallen]
Artikel 2:64
[vervallen]
Artikel 2:65 Bedelarij
Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken in door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast aangewezen gebieden.
Afdeling 9. Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Artikel 2:66 Begripsbepaling
In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: een handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
1De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te nemen:
a.het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;
b.de datum van verkoop of overdracht van het goed;
c.een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het goed;
d.de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; en
e.de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.
2De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen.
3Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht
De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:
a.de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen:
1dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging;
2van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde adressen;
3dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;
4dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan;
b.de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven;
c.aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn;
d.een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste vijf dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.
Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen
[gereserveerd]
Artikel 2:70
[vervallen]
Afdeling 10. Consumentenvuurwerk
Artikel 2:71 Definitie
In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.
Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen
1Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van het college.
2Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
1Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.
2Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.
3De verboden bedoeld in het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2.73a Carbidschieten
1Onder carbidschieten wordt verstaan het in een (melk)bus, container, opslagvat of ander daarmee gelijk te stellen voorwerp op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen.
2Behoudens het bepaalde in het derde lid is carbidschieten verboden.
3Voor het carbidschieten gelden de volgende regels:
a.het gebruik vindt plaats tussen 31 december 10.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daaropvolgende jaar.
b.carbidschieten vindt enkel plaats buiten de bebouwde kom.
c.er wordt niet geschoten met harde materialen, zoals metalen busdeksels.
d.bij het carbidschieten dienen maatregelen te worden genomen, zodat op de schietlocatie geen reëel gevaar of schade kan optreden voor mens of milieu.
e.het vrije schootsveld minimaal 75 meter is en hierin geen openbare wegen of paden liggen; en
f.er wordt geschoten in een richting die is afgewend van de woonbebouwing.
4Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie of het Wetboek van Strafrecht.
Afdeling 11. Drugsoverlast
Artikel 2:74 Drugshandel op straat
Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling, af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik
Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding
De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet te besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:10, 2:11, 2:16, 2:19, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:73 of 5:35 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Oudewater groepsgewijs niet naleven.
Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.
Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.
Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen
1De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 48 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.
2Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod als bedoeld in het eerste lid is opgelegd en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste veertien dagen in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.
3Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een verbod als bedoeld in het tweede lid is opgelegd en die binnen zes maanden na dit eerdere tijdelijke verbod wordt geconstateerd dat hij opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste vier weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.
4Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste, tweede of derde lid opgelegd verbod.
5De burgemeester beperkt het krachtens het eerste, tweede of derde lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod.
6Als de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.
7De burgemeester kan nadere regels stellen.
Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d van de Gemeentewet
1Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
2De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijk(e):
•intimiderend gedrag vanuit de woning of vanaf het erf;
•verbaal geweld, intimidatie of bedreiging en stelselmatig treiteren;
•vernielingen;
•vuilnisoverlast of verwaarlozing van de woning of het erf;
•overlast door dieren;
•burenruzie;
•geluids- of geuroverlast (door volwassenen, kinderen, dieren, muziek, motoren);
•drugsoverlast;
•vervuiling;
•overlast door bezoekers of personen die tegelijk in de woning of op het erf aanwezig zijn.
3De last kan een verbod inhouden om aanwezig te zijn in of bij de woning of op of bij het erf als bedoeld in artikel 151d, derde lid, van de Gemeentewet.
4De burgemeester stelt beleidsregels op ten behoeve van de uitvoering van het derde lid.
Artikel 2:80 Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf
1De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf.
2Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:31, eerste lid, of artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
3De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf.
4Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.
5Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester.
6De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
Artikel 2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
1In dit artikel wordt verstaan onder:
a.bedrijfsmatige activiteit: activiteit in de uitoefening van een beroep of bedrijf, die niet valt onder de vergunningplicht bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet of de artikelen 2:28 of 3:4;
b.beheerder: natuurlijk persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteit;
c.exploitant: natuurlijk persoon of bestuurder van een rechtspersoon of tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.
2De burgemeester kan in het belang van de leefbaarheid, de openbare orde en veiligheid of ter voorkoming van een nadelige beïnvloeding daarvan bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen of bij die gebouwen behorende erven of gebieden aanwijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing is.
3Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een door hem aangewezen bedrijfsmatige activiteit uit te oefenen in een door hem aangewezen gebouw, op een bij dat gebouw behorend erf of in een door hem aangewezen gebied.
4De exploitant vraagt de vergunning aan door gebruik te maken van een door de burgemeester vastgesteld formulier, waarbij in elk geval de volgende gegevens worden verstrekt:
a.voor welke bedrijfsmatige activiteit de vergunning wordt gevraagd;
b.de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en beheerder;
c.het adres en telefoonnummer van de locatie waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend;
d.het nummer van inschrijving in het Handelsregister;
e.voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant en beheerder;
f.voor zover van toepassing, een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant en beheerder gerechtigd zijn om in Nederland arbeid te verrichten;
g.een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over het gebouw of erf te beschikken waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend;
h.een verklaring omtrent het gedrag van de exploitant en beheerder.
5Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren:
a.als de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;
b.als de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
c.als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;
d.als niet voldaan is aan de bij of krachtens het vierde lid gestelde eisen voor de aanvraag;
e.als er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;
f.als het uitoefenen van de bedrijfsmatige activiteit in strijd is met het omgevingsplan of de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
6De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijfsmatige activiteit waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als de bedrijfsmatige activiteit aan de vereisten voldoet.
7Het is verboden het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is.
8De exploitant of de beheerder ziet erop toe dat in of vanuit het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend geen strafbare feiten plaatsvinden.
9Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning intrekken of wijzigen als de omstandigheden sinds de vergunningverlening zijn gewijzigd, doordat:
a.de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
b.de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten die verband houden met de bedrijfsmatige activiteit of toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed;
c.er in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden;
d.er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;
e.de exploitant de bedrijfsmatige activiteit heeft beëindigd of gewijzigd; of
f.redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is.
10Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning of het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester, onverminderd het bepaalde in artikel 2:80, een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.
11De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit tot sluiting aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of erf.
12Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.
13Het is eenieder verboden een overeenkomstig het tiende lid gesloten gebouw of erf te betreden of daarin of daarop te verblijven.
14De burgemeester kan de sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
15In afwijking van het derde lid geldt het verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit al een onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteit verricht, voor die bestaande activiteit op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of, als dat eerder is, met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering van een door hem aangevraagde of intrekking van een aan hem verleende vergunning.
16Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Hoofdstuk 3. Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie en dergelijke
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Artikel 3:1 Begripsbepalingen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a.prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
b.prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
c.seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;
d.escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;
e.sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd;
f.exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen;
g.beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;
h.bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van:
1de exploitant;
2de beheerder;
3de prostituee;
4het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;
5toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2 van deze verordening;
6andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.
Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.
Artikel 3:3 Nadere regels
Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid kan het college nadere regels stellen met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in dit hoofdstuk.
Afdeling 2. Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke
Artikel 3:4 Seksinrichtingen
1Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.
2In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld:
a.de persoonsgegevens van de exploitant;
b.de persoonsgegevens van de beheerder;
c.het aantal werkzame prostituees;
d.de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf;
e.de plaatselijke en kadastrale ligging van de seksinrichting door middel van een situatietekening;
f.de plattegrond van de seksinrichting door middel van een tekening;
g.bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; en
h.bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimte voor een seksinrichting.
3Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder
1De exploitant en de beheerder:
a.staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij;
b.zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en
c.hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.
2Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de exploitant en de beheerder niet:
a.met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld;
b.binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter in Nederland, inclusief de drie openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten;
c.binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:
–bepalingen gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;
–de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273f, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht;
–de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;
–de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de Kansspelen;
–de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;
–de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.
3Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk gesteld:
a.vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt;
b.een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.
4De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:
a.bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;
b.bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.
5De exploitant of de beheerder zijn binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt treft.
Artikel 3:6 Sluitingstijden
1Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven op alle dagen tussen 01.00 en 06.00 uur.
2Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen.
3Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste lid, gesloten moet zijn.
4Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, gebaseerde voorschriften.
Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting
1Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:
a.tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede lid, geldende sluitingstijden vaststellen;
b.van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.
2Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht maakt het bevoegd bestuursorgaan het besluit bedoeld in het eerste lid bekend op de voet van artikel 3:42, tweede lid.
Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder
1Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat exploitant of de beheerder bedoeld in artikel 3:4, tweede lid onder a of b in de seksinrichting aanwezig is.
2De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de seksinrichting:
a.geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie; en
b.geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.
Artikel 3:9 Straatprostitutie
1Het is verboden door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten te bewegen gebruik te maken van de diensten van een prostituee, uit te nodigen dan wel aan te lokken:
a.op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of gebieden;
b.gedurende andere dan door het college vastgestelde tijden.
2Met het oog op de naleving van het verbod bedoeld in het eerste lid, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.
3Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid, kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de wegen of gebieden en gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.
4De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid, personen aan wie ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid, verbieden zich gedurende een bepaalde termijn, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen of gebieden en op de tijden bedoeld in het eerste lid onder b.
5De burgemeester beperkt het verbod bedoeld in het vierde lid als dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.
Artikel 3:10 Sekswinkels
Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de gemeente.
Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke
1Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen:
a.als het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt;
b.anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels.
2Het verbod bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.
Afdeling 3. Beslistermijn: weigeringsgronden
Artikel 3:12 Beslistermijn
1In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, eerste lid, beslist het bevoegd bestuursorgaan op de aanvraag om vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.
2Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf weken verdagen.
Artikel 3:13 Weigeringsgronden
1De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd als:
a.de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen;
b.de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan;
c.er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde; of
d.de aanvraag voor een inrichting ziet op een locatie binnen een afstand 300 meter van een school of andere instellingen die door jongeren onder de 18 jaren worden bezocht, kerken of daarmee gelijk te stellen instellingen of gebouwen.
2Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, achterwege gelaten, in het belang van:
a.het voorkomen of beperken van overlast;
b.het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;
c.de veiligheid van personen of goederen;
d.de verkeersvrijheid of -veiligheid;
e.de gezondheid of zedelijkheid; of
f.de arbeidsomstandigheden van de prostituee.
Afdeling 4. Beëindiging exploitatie; wijziging beheer
Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie
1De vergunning vervalt zodra de exploitant die overeenkomstig artikel 3:4 op de vergunning is vermeld, de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.
2Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.
Artikel 3:15 Wijziging beheer
1Als de beheerder het beheer van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk beëindigt, geeft de exploitant daarvan binnen een week schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.
2Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, als het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant besluit de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing.
3In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder vanaf het moment waarop de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.
Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Afdeling 1. Geluidhinder en verlichting
Artikel 4:1 Begripsbepalingen
[vervallen]
Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten
[vervallen]
Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten
[vervallen]
Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten
[gereserveerd]
Artikel 4:5 Onversterkte muziek
[vervallen]
Artikel 4:6 Overige geluidhinder
[vervallen]
Artikel 4:6a Mosquito
[vervallen]
Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Artikel 4:7 Straatvegen
Het is verboden op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.
Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen
Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.
Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen
[vervallen]
Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden
Artikel 4:10 Begripsbepalingen
[vervallen]
Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
[vervallen]
Artikel 4:12 Afstand van de erfgrenslijn
[vervallen]
Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.
[vervallen]
Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen
[gereserveerd]
Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
[vervallen]
Artikel 4:16 Vergunningplicht lichtreclame
[gereserveerd]
Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen
Artikel 4:17 Definitie
[vervallen]
Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
[vervallen]
Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen
[vervallen]
Artikel 4:20 Verbod om weg te gebruiken als slaapplaats
[vervallen]
Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Afdeling 1. Parkeerexcessen
Artikel 5:1
[vervallen]
Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf en dergelijke
1[vervallen]
Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen
[vervallen]
Artikel 5:4 Defecte voertuigen
Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.
Artikel 5:5 Voertuigwrakken
[vervallen]
Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a.
[vervallen]
Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen
[vervallen]
Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen
[vervallen]
Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen
[vervallen]
Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
[gereserveerd]
Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen
[vervallen]
Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets
[vervallen]
Afdeling 2. Collecteren
Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen
1Degene die voornemens is een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden vraagt daarvoor uiterlijk vier weken tevoren een vergunning aan bij het college.
2Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
3Geen vergunning is vereist als het gaat om:
a.een inzameling door een instelling met een CBF-keurmerk;
b.een inzameling die in besloten kring gehouden wordt.
4Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Afdeling 3. Venten
Artikel 5:14 Begripsbepaling
1In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis.
2Onder venten wordt niet verstaan:
a.het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;
b.het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;
c.het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in bijlage 1 van de Verordening fysieke leefomgeving Oudewater 2025.
Artikel 5:15 Ventverbod
1Het is verboden te venten als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
2Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag tussen 22.00 en 10.00 uur.
3Het verbod als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.
Artikel 5:16
[vervallen]
Afdeling 4. Standplaatsen
Artikel 5:17 Begripsbepaling
[vervallen]
Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
[vervallen]
Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende
[vervallen]
Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen
[vervallen]
Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht
[gereserveerd]
Afdeling 5. Snuffelmarkten
Artikel 5:22
[vervallen]
Artikel 5:23
[vervallen]
Afdeling 6. Openbaar water
Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water
[vervallen]
Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen
[vervallen]
Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats
[vervallen]
Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats
[vervallen]
Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken
[vervallen]
Artikel 5:29 Reddingsmiddelen
Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.
Artikel 5:30 Veiligheid op het water
1Het is aan eenieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.
2Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of ter bescherming van de veiligheid aangewezen openbare plaatsen te zwemmen, baden, of zich in het water te bevinden.
3De verboden in het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.
Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen
1Het is verboden zich zonder redelijk doel vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden.
2Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.
Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Artikel 5:32 Crossterreinen
[vervallen]
Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden
[vervallen]
Afdeling 8. Verbod vuur te stoken
Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
[vervallen]
Afdeling 9. Verstrooiing van as
Artikel 5:35 Begripsbepaling
In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.
Artikel 5:36 Verboden plaatsen
1Incidentele asverstrooiing is verboden op:
a.verharde delen van de weg;
b.gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.
2Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.
3Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod bedoeld in het eerste lid, onder a.
4Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:37 Hinder of overlast
Incidentele asverstrooiing is verboden als daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.
Hoofdstuk 6. Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Artikel 6:1 Strafbepaling
Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen worden gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.
Artikel 6:2 Toezichthouders
1Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast:
–de opsporingsambtenaren zoals bedoeld in artikel 141 sub b Wetboek van Strafvordering,
–de ambtenaren van de brandweer en de Omgevingsdienst,
–de bij besluit van het college of de burgemeester aangewezen personen, werkzaam bij de gemeente Oudewater.
2Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.
3Onverminderd het eerste en tweede lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.
Artikel 6:3 Binnentreden woningen
Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Artikel 6:4 Intrekking oude verordening
De Algemene plaatselijke verordening gemeente Oudewater 2017 wordt ingetrokken.
Artikel 6:5 Overgangsbepaling
1Besluiten genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4 die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
2Als voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van de verordening bedoeld in artikel 6:4 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding als bedoeld in artikel 6:6 van deze verordening nog niet is beslist, wordt op grond van de verordening bedoeld in artikel 6:4 beslist.
3Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een besluit, bedoeld in het eerste lid dat voor de inwerkingtreding als bedoeld in artikel 6:6 is binnengekomen, wordt beslist met de toepassing van de verordening bedoeld in artikel 6:4.
4De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 6.4 heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening genomen nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten, als en voor zover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.
Artikel 6:6 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.
Artikel 6:7 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: "Algemene plaatselijke verordening gemeente Oudewater 2024".
Bijlage 1 (beschermdebomenlijst van de gemeente Oudewater)
Adres
Huisnummer
Plaats
Aantal
Soort Latijn
Botanisch
locatie
Bomen in eigendom van particulieren
Buitengebied en omliggende kernen
Diemerbroek
12
Papekop
10
Metasequoia
watercipres
Laantje langs de oprit
Diemerbroek
39
Papekop
1
Alnus
els
Boom staat links van de woning,
solitair in het land.
Goejanverwelle
1
Hekendorp
5
Acer saccharinum
zilver esdoorn
links naast het huis
Goejanverwelle
3
Hekendorp
1
Acer saccharinum
zilver esdoorn
boom rechts voor het huis
Goejanverwelle
11
Hekendorp
3
Tilia
lei linde
Aan de voorkant van de woning, tegen de
dijk aan
Goejanverwelle
33
Hekendorp
3
Platanus
plataan
rechts naast de oprit
Goejanverwelle
33
Hekendorp
1
Tilia
linde
langs de oprit
Goudse straatweg
23
Oudewater
1
Platanus
plataan
Aan de rechterzijde van de oprit.
Hekendorpse Buurt
1
Hekendorp
1
Platanus hybrida
plataan
voor het huis (de dikste boom)
Hekendorpse Buurt
3
Hekendorp
1
Platanus hybrida
plataan
voorste plataan
Hekendorpse Buurt
6a
Hekendorp
1
Fraxinus
es
op de dijk
Hekendorpse Buurt
25
Hekendorp
1
Fraxinus excelsior
es
staat langs de weg, naast hek
Hekendorpse Buurt
27
Hekendorp
1
Tilia x vulgaris
hollandse linde
staat achter het hek
Hekendorpse Buurt
t.o. nr 31a
Hekendorp
1
Juglans regia
walnoot
staat op de dijk
Hekendorpse Buurt
39
Hekendorp
3
Tilia
lei linde
Naast de woning
Hekendorpse Buurt
67
Hekendorp
5
Tilia
lei linde
Aan de voorkant en rechterzijde van
de woning
Hekendorpse Buurt
75
Hekendorp
3
Acer pseudoplatanus 'Leopoldii'
esdoorn
staan in de voortuin
Hekendorpse Buurt
75
Hekendorp
1
Ulmus x hollandica
iep
staan in de voortuin
Hekendorpse Buurt
75
Hekendorp
1
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
rode beuk
staan in de voortuin
Hekendorpse Buurt
95
Hekendorp
7
Platanus
plataan
Aan de linkerzijde van de woning
Hekendorpse Buurt
95
Hekendorp
2
Tilia
lei linde
Voor de woning
Hoenkoopse Buurtweg
15
Oudewater
3
Fagus
beuk
Rechts van de woning
Hoenkoopse Buurtweg
15A
Oudewater
2
Aesculus
kastanje
Helemaal achter de woning en achter
de schuur. Grote bomen
Hoenkoopse Buurtweg
51
Oudewater
6
Tilia
lei linde
Rechts langs de oprit
Hoenkoopse Buurtweg
55
Oudewater
1
Aesculus
kastanje
Links van het erf, achter het boenhok
Hoenkoopse Buurtweg
73
Oudewater
1
Aesculus
kastanje
Rechterkant van het erf, voor het schuurtje
Noord-Linschoterzandweg
1
Snelrewaard
3
Tilia
lei linde
Voor de woning
Noord-Linschoterzandweg
6
Snelrewaard
3
Tilia x vulgaris
hollandse linde (leiboom)
voor het huis
Noord-Linschoterzandweg
8
Snelrewaard
3
Tilia x vulgaris
hollandse linde (leiboom)
voor het huis (worden binnenkort
aangeplant)
Noord-Linschoterzandweg
12
Snelrewaard
1
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
rode beuk
Voor de woning
Noord-Linschoterzandweg
28
Snelrewaard
3
Tilia
lei linde
Voor de woning
Noord-Linschoterzandweg
29
Snelrewaard
2
Tilia
lei linde
Voor de woning
Noord-Linschoterzandweg
41
Snelrewaard
2
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
rode beuk
voor het huis
Noord-Linschoterzandweg
41
Snelrewaard
1
Tilia x vulgaris
hollandse linde
naast de oprit
Noord-Linschoterzandweg
45
Snelrewaard
1
Tilia x vulgaris
hollandse linde
bij de brievenbus
Noord-Linschoterzandweg
46
Snelrewaard
1
Platanus x hybrida
plataan
naast de oprit
Noord-Linschoterzandweg
50
Snelrewaard
3
Tilia
lei linde
Voor de woning, tegen de gevel aan
Noord-Linschoterzandweg
57
Snelrewaard
2
Aesculus hippocastanum
kastanje
naast de woning
Oudeweg
10
Willeskop
3
Tilia x vulgaris
hollandse linde (leiboom)
voor de woning
Papekopperdijk
10
Papekop
1
Aesculus hippocastanum
witte paardenkastanje
voor de woning
Papekopperdijk
17
Papekop
1
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
rode beuk
zijkant woning
Papekopperstraatweg
48
Papekop
2
Tilia
lei linde
Voor de woning
Papekopperstraatweg
60
Papekop
3
Tilia
lei linde
Voor de woning
Ruige Weide
17
Oudewater
6
Tilia
lei linde
Rechts langs de oprit
Ruige Weide
17
Oudewater
2
Fraxinus excelsior
es (geknot)
aan beide zijden van de brug
Ruige Weide
17
Oudewater
2
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
rode beuk
voor het huis
Ruige Weide
17
Oudewater
1
Fraxinus excelsior
es
aan de zijkant van het huis
Ruige Weide
23
Oudewater
3
Tilia
lei linde
Voor de woning
Ruige Weide
25
Oudewater
4
Tilia
lei linde
Voor de woning
Ruige Weide
27
Oudewater
2
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
rode beuk
voor het huis
Ruige Weide
43
Oudewater
2
Tilia x vulgaris
hollandse linde
voor het huis
Waardsedijk
20
Snelrewaard
3
Juglans
walnoot
Rechts naast de oprit, langs de rijweg
Waardsedijk
naast 20
Snelrewaard
1
Fraxinus excelisior
es
Staat naast de dam
Waardsedijk
41
Snelrewaard
1
Acer
esdoorn
Staan langs het rijpad naar de woning
Waardsedijk
43
Snelrewaard
8
Acer
esdoorn
Staan langs het rijpad naar de woning
Willeskop
127
Oudewater
2
Fraxinus excelsior
es
weilandje t.o. 127
Willeskop
127
Oudewater
2
Juglans regia
walnoot
weilandje t.o. 127
Willeskop
135
Oudewater
3
Tilia
lei linde
voor het huis
Willeskop
t.h.v. 160
Oudewater
4
Juglans
inktnoot
provinciale weg
Zuid-Linschoterzandweg
5
Snelrewaard
1
Fraxinus excelsior
es (geknot)
naast de schuur
Zuid-Linschoterzandweg
15
Snelrewaard
6
Juglans regia
walnoot
in het weilandje naast het huis
Zuid-Linschoterzandweg
18
Snelrewaard
1
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
rode beuk
Voor de woning
Zuid-Linschoterzandweg
21
Snelrewaard
6
Tilia x vulgaris
hollandse linde (leiboom)
staan voor en naast het huis
Zuid-Linschoterzandweg
30
Snelrewaard
2
Taxus baccata
venijnboom
voor het huis
Zuid-Linschoterzandweg
32
Snelrewaard
1
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
rode beuk
staat voor het huis
Zuid-Linschoterzandweg
34
Snelrewaard
2
Platanus
plataan
Voor de woning
Zuid-Llinschoterzandweg
60
Snelrewaard
1
Quercus robur
zomereik
voor het huis
Kern Oudewater
Cornelis Valeriusstraat
7
Oudewater
2
Platanus
plataan
bij Futurahuis, voor de ingang
Donkere Gaard
18
Oudewater
1
Platanus
plataan
achtertuin
Donkere Gaard
26
Oudewater
4
Juglans regia
walnoot
achter kaaspakhuis
Goudse straatweg
Oudewater
5
Platanus
plataan
langs weg
Hekendorperweg
2
Oudewater
1
Carpinus
haagbeuk
Hoek Schuylenburg
Hekendorperweg
2
Oudewater
3
Prunus
kers
Achterkant, langs de Vierbergenweg
Leeuweringerstraat
10
Oudewater
1
Aesculus hippocastanum
kastanje
achtertuin
Leeuweringerstraat
10
Oudewater
1
Juglans regia
noot
achtertuin
Leeuweringerstraat
10
Oudewater
1
Acer
esdoorn
achtertuin
Markt-Oostzijde
14
Oudewater
1
Platanus
plataan
achtertuin
Oude Hekendorperweg
17
Oudewater
1
Fagus
bruine beuk
naast het huis
Oude Hekendorperweg
21
Oudewater
1
Carpinus
treur sierpeer
Zijkant van de woning, bij de garage
Oude Hekendorperweg
21
Oudewater
1
Ceder
Hoek van de woning
Oude Singel
47
Oudewater
1
Aesculus hippocastanum
kastanje
achtertuin
Papenhoef
Oudewater
1
Acer
esdoorn
Papenhoef
Oudewater
1
Fagus
treurbeuk
beschermd na aanplant.
Locatie nog nader te bepalen
Statenland
3
Oudewater
3
Juglans regia
walnoot
klimaatbosje naast het pand in wilgenbos
Utrechtse straatweg
6
Oudewater
1
Fagus
bruine beuk
zijtuin
Utrechtse straatweg
18
Oudewater
1
Platanus
plataan
voortuin
Utrechtse straatweg
18
Oudewater
1
Acer
esdoorn
voortuin
Utrechtse straatweg
18
Oudewater
2
Fagus
bruine beuk
voortuin
Utrechtse straatweg
30
Oudewater
1
Acer
esdoorn
zijtuin
Waardsedijk
RK begraafplaats
Oudewater
19
Fagus
bruine beuk
begraafplaats
Noorder-Kerkstraat
Nederlands Hervormde kerk
Oudewater
3
Tilia x vulgaris
hollandse linde (leiboom)
Zijtuin aan de Zuider-Kerkstraat
Totaal
224
Solitaire bomen in eigendom van de gemeente
Achterom
t.h.v. nr 3
Oudewater
3
Tilia
linde
Rode dorp achterkant
Broeckerpark
Oudewater
5
Juglans regia
walnoot
Oudewater
De Cope
naast nr 24
Oudewater
1
Platanus
plataan
Hoek schoolplein
Dijkgraaflaan
t.h.v. nr 14
Oudewater
1
Platanus
plataan
hoek van de straat
Dijkgraaflaan
t.h.v. 93
Oudewater
1
Alnus
els
t.o. speeltuin
Gasplein
Oudewater
1
Tilia tomentosa
zilverlinde
plein
Heemraadsingel
t.h.v. nr 8
Oudewater
1
Aesculus
kastanje
Heemraadsingel
t.h.v. nr 8
Oudewater
1
Acer
esdoorn
Heemraadsingel
t.h.v. nr 14
Oudewater
1
Fraxinus
es
Heemraadsingel
t.h.v. nr 24
Oudewater
1
Aesculus
kastanje
Zwarte Veldje
Heemraadsingel / Schoutdreef
Oudewater
1
Quercus
eik
Heemraadsingel/Schoutdreef bij speeltuin
Hekendorpse Buurt
115
Hekendorp
4
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
rode beuk
twee achter de begraafplaats, 2 voor
het huis
IJsselvere
Oudewater
1
Fagus sylvatica
beuk
plantsoen
IJsselvere
Oudewater
1
Tilia
linde
plantsoen
Kloosterstraat
Oudewater
1
Robinia
valse acacia
Oudewater
Lange Burchwal
t.h.v. 71
Oudewater
2
Robinia
bol accacia
Lange Burchwal
t.h.v. 73
Oudewater
1
Tilia
linde
Lijnbaan
Oudewater
1
Alnus
es
in middenberm ter hoogte van de Jumbo
Lijnbaan
Oudewater
1
Pterocarya fraxinifolia
vleugelnoot
Oudewater
Oostkade
Hekendorp
1
Fagus sylvatica
beuk
Goejanverwelle sluis
Reijersteeg
Oudewater
2
Platanus
plataan
bij Touwmuseum
Rosendaal
t.o. nr 6
Oudewater
1
Gleditsia triacanthos
valse christusdoorn
Spoorwijk
speeltuin
Papekop
1
Prunus
sierkers
Speeltuin
Vliet parkeercircel
Oudewater
1
Pterocarya fraxinifolia
vleugelnoot
Oudewater
35
Beschermde Laanbeplanting in eigendom van de gemeente
Amsterdamse Veer
Oudewater
5
Platanus acerifolia
plataan
Amsterdamse Veer
Oudewater
3
Tilia cordata
winterlinde
Beatrixstraat, prinses
Oudewater
16
Metasequoia
watercipres
Biezenwal
Oudewater
5
Tilia cordata
winterlinde
Donkere Gaard
Oudewater
23
Tilia cordata
winterlinde
Goejanverwelle
Hekendorp
10
Tilia europea
koningslinde
Korte Havenstraat
Oudewater
4
Platanus acerifolia
plataan
Kromme Haven
Oudewater
8
Tilia cordata
winterlinde
Laan van Snelrewaard
Snelrewaard
58
Fraxinus excelsior 'westhof's Glorie'
es
Laan van Snelrewaard
Snelrewaard
29
Quercus palustris
moeraseik
Lange Burchwal
Oudewater
25
Corylus coggygria
boomhazelaar
Leeuweringerstraat
Oudewater
3
Platanus acerifolia
plataan
Lefebureplein
Oudewater
11
Tilia cordata
winterlinde
Lijnbaan
Oudewater
5
Quercus
eik
tussen Strengen en Vlasakker
Lijnbaan
Langs bedrijf Snel
Oudewater
35
Metasequoia
watercipres
Langs bedrijf Snel
Linschoterpoort
Oudewater
6
Tilia cordata
winterlinde
Markt Oostzijde
Oudewater
3
Platanus acerifolia
plataan
Markt Westzijde
Oudewater
3
Platanus acerifolia
plataan
Nieuwe Singel
Oudewater
127
Tilia europea
koningslinde
Noord Ijsselkade
Oudewater
10
Tilia tomentosa
zilverlinde
Noord Ijsselkade
Oudewater
11
Tilia cordata
winterlinde
Noord Linschoterkade
Oudewater
20
Tilia cordata
winterlinde
Oost Ijsselkade
Oudewater
8
Ulmus
iep
Oude Singel
Oudewater
58
Pyrus chantecleer
sierpeer
Sint Jansstraat
Oudewater
11
Salix
treurwilgen
Nieuwe bouwlocatie. T.o. stadskantoor.
Oude locatie bibliotheek
Van Veenendaalstraat
Oudewater
13
Tilia cordata
winterlinde
Vierbergenweg
Oudewater
224
Fraxinus excelsior 'westhof's Glorie'
es
Vierbergenweg
Oudewater
51
Platanus acerifolia
plataan
Waardsedijk
Oudewater
98
Tilia cordata
winterlinde
Wantslag
Oudewater
14
Platanus
plataan
Westsingel
Oudewater
38
Tilia cordata
winterlinde
Westsingel
Oudewater
2
Ulmus
iep
Zuid Linschoterkade
Oudewater
20
Tilia cordata
winterlinde
Zwier Regelinkstraat
Oudewater
17
Fraxinus excelsior 'westhof's Glorie'
es
974
Verder zijn beschermd
Alle knotbomen (mits ze niet beschermd zijn via de waardenkaart landschapselementen van de provincie Utrecht of de Wet natuurbescherming)
Waardenkaart landschapselementen provincie (o.a. knotbomen)
Wetnatuurbescherming(o.a.knotbomen)