Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES

Huidige tekst

Artikel 862 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    Degene die een opeisbare geldsom, waarvan de hoofdsom een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag niet te boven gaat, te vorderen heeft, kan de rechter in eerste aanleg de uitvaardiging van een rechterlijk bevel tot betaling verzoeken.

  2. 2

    Zodanig verzoek kan slechts één schuldenaar betreffen, dan wel een vennootschap onder firma of een commanditaire vennootschap.

  3. 3

    Het verzoek kan alleen geschieden ten aanzien van een schuldenaar die een bekende woon- of verblijfplaats hier te lande heeft. Geldt het verzoek een vennootschap onder firma of een commanditaire vennootschap, dan moet hetzij ten minste een van de vennoten of een van de beherende vennoten een bekende woon- of verblijfplaats hier te lande hebben, hetzij het kantoor van de vennootschap hier te lande gevestigd zijn.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:OGEABES:2025:190Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 17 december 2025 (civiel recht)

    Verstek. Schade huurauto

  • ECLI:NL:OGEABES:2022:49Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 24 augustus 2022 (civiel recht)

    Artikel 13 lid 1 Deurwaarderwet BES verbiedt de deurwaarder om bij het gerecht waarbij hij zijn dienst verricht als gemachtigde op te treden. Dat verbod geldt ingevolge lid 2 onder 1 van dat artikel…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.