Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES

Huidige tekst

Artikel 226 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    In alle spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist, wendt de belanghebbende partij zich tot de rechter in eerste aanleg met het verzoek om in die zaak zo spoedig mogelijk een beslissing bij voorraad te geven.

  2. 2

    Tenzij de partijen vrijwillig zijn verschenen, beveelt de rechter in eerste aanleg de oproeping van de wederpartij op een door hem bepaalde dag en uur; bij grote spoed ’s zondags ingesloten.

  3. 3

    De rechter in eerste aanleg kan tevens gelasten dat de terechtzitting op een andere plaats dan in het gerechtsgebouw wordt gehouden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:OGEABES:2026:89Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 2 april 2026 (civiel recht)

    Beslissing op verzoekt tot het treffen van een ordemaatregel voor de duur van een aanhangig kort geding om bouwactiviteiten te staken. Onvoldoende aannemelijk is geworden dat in de stadium waarin de…

  • ECLI:NL:OGAACMB:2017:128Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 9 november 2017 (civiel recht)

    Kort geding. Afwijzing vordering doorbetaling van loon vanwege ontbreken spoedeisendheid en verjaring.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.