Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES

Huidige tekst

Artikel 177 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    In elke stand van het geding kan de rechter, op verzoek van een der partijen of ambtshalve, partijen gelasten, in persoon dan wel vertegenwoordigd, op de bepaalde dag en het bepaalde uur voor hem te verschijnen tot het geven van inlichtingen. De rechter kan daarbij of op een later tijdstip aan partijen of aan een van hen bevelen bepaalde stellingen bij de verschijning mondeling toe te lichten of, in overeenstemming met artikel 141, bepaalde op de zaak betrekking hebbende boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of voorwerpen over te leggen.

  2. 2

    De rechter ondervraagt de partijen. Deze kunnen, ook bij monde van haar gemachtigden of raadslieden, elkaar vragen stellen, behoudens de bevoegdheid van de rechter om te beletten dat aan een bepaalde vraag gevolg wordt gegeven.

  3. 3

    De rechter kan uit de afgelegde verklaringen, uit het niet-verschijnen, uit een weigering om te antwoorden, dan wel uit een weigering om boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of voorwerpen over te leggen zonder dat een gewichtige reden de weigering rechtvaardigt, de gevolgtrekking maken, die hij geraden acht, behoudens hetgeen in artikel 133 is bepaald.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:OGEABES:2016:19Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 25 mei 2016 (civiel recht)

    Ongerechtvaardigde verrijking, nakoming, artikel 177 RV BES.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.