Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES

Huidige tekst

Artikel 111 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    Het verzoekschrift of het ingevolge artikel 110, tweede lid, opgemaakte geschrift vermeldt: a.de naam, en in geval van een natuurlijk persoon tevens de voornamen, en de woonplaats van de eiser en, indien het verzoek door een gemachtigde wordt gedaan, de naam en de woonplaats van die gemachtigde; b.de keuze van woonplaats daar waar de rechter zitting houdt, indien de eiser of zijn gemachtigde niet aldaar woonachtig is; c.de naam, en in geval van een natuurlijk persoon zo nodig de voornamen, en de woon- of verblijfplaats van de gedaagde; d.een aanduiding en omschrijving van het onderwerp van de vordering en datgene wat gevorderd wordt; en e.de dagtekening van het verzoekschrift.

  2. 2

    Behoudens artikel 22, tweede lid, wordt daarbij, indien het verzoekschrift door een gemachtigde is ondertekend, de akte van volmacht overgelegd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:OGEABES:2020:42Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 28 oktober 2020 (civiel recht)

    Overeenkomst betreffende de levering en installering van een airco-systeem. Tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst. Geen grond voor ontbinding nu er geen reële mogelijkheid tot herstel is…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.