Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES

Huidige tekst

Artikel 811 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    In zaken betreffende minderjarigen worden bij het recht op inzage en afschrift, bedoeld in artikel 429l, van door de voogdijraad of het openbaar ministerie overgelegde bescheiden alsmede van door een deskundige op verzoek van de rechter overgelegde bescheiden als belanghebbenden aangemerkt: a.de verzoekers, b.de ouders en voogden, c.degenen die de minderjarige als behorende tot hun gezin verzorgen en opvoeden en die uit dien hoofde een nauwe persoonlijke betrekking met het kind hebben, en d.de minderjarige van twaalf jaren of ouder, tenzij de rechter is gebleken dat hij niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake.

  2. 2

    Inzage of afschrift kan evenwel worden geweigerd door de rechter aan wie de bescheiden zijn overgelegd, voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer of het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel derden.

  3. 3

    Tegen de beschikking staat geen andere voorziening open dan cassatie in het belang der wet.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.