Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers

IOAW

Huidige tekst

Artikel 6 IOAW

Geldt sinds 1 januari 2024

  1. 1

    Geen recht op uitkering heeft de werkloze werknemer die: a.buiten Nederland woont of aldaar anders dan tijdelijk verblijf houdt; b.niet rechtmatig verblijf houdt in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000; c.rechtens zijn vrijheid is ontnomen; d.zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel; e.onbetaald verlof geniet als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Werkloosheidswet of die met die persoon gehuwd is, ter hoogte van het bedrag van het verlies van inkomen uit arbeid als gevolg van het genieten van dat verlof, tenzij belanghebbende alleenstaande ouder is en hij verlof geniet als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet arbeid en zorg; f.de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt; g.een uitreiziger is.

  2. 2

    Geen recht op uitkering heeft de echtgenoot, indien ten aanzien van deze, dan wel ten aanzien van de werkloze werknemer zich een omstandigheid voordoet als omschreven in het eerste lid. Indien zich ten aanzien van de echtgenoot een omstandigheid voordoet als omschreven in het eerste lid, onderdelen a, b, c, d en g, wordt de werkloze werknemer aangemerkt als alleenstaande.

  3. 3

    Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat hier te lande verblijvende vreemdelingen, anders dan die bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000, recht op uitkering hebben, onverminderd de overige vereisten voor dat recht: a.ter uitvoering van een verdrag dan wel een besluit van een volkenrechtelijke organisatie, of b.vreemdelingen die, na rechtmatig verblijf te hebben gehouden in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000, rechtmatig in Nederland verblijf hebben als bedoeld in artikel 8, onder g of h, van de Vreemdelingenwet 2000.

  4. 4

    Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt buiten een penitentiaire inrichting, een instelling voor verpleging van ter beschikking gestelden, of een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen. Het eerste lid, onderdelen c en d, is niet van toepassing op de persoon aan wie rechtens zijn vrijheid is ontnomen op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg of de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2023:12791Rechtbank Rotterdam, 12 december 2023 (socialezekerheidsrecht)

    Beroep tegen de afwijzing van de aanvraag om een IOAW-uitkering en de terugvordering van het voorschot is ongegrond. Eiser is in het bezit van een Lets paspoort voor zogeheten niet-burgers. Hij is…

  • ECLI:NL:RBROT:2023:4685Rechtbank Rotterdam, 7 juni 2023 (bestuursrecht)

    Verzoeker heeft hangende beroep opnieuw om een voorlopige voorziening verzocht, terwijl zijn eerdere verzoek, hangende bezwaar, is afgewezen en het standpunt van verweerder in de beslissing op…

  • ECLI:NL:RBROT:2023:2330Rechtbank Rotterdam, 20 maart 2023 (socialezekerheidsrecht)

    IOAW, vovo. Verzoeker is geen Unieburger en kan evenmin als staatloze worden aangemerkt. Hij heeft daarom geen recht op een IOAW-uitkering. De verzoeken zijn afgewezen.

  • ECLI:NL:CRVB:2018:539Centrale Raad van Beroep, 30 januari 2018 (socialezekerheidsrecht)

    Gelijkstelling met een Nederlander. Verblijfsrecht op grond van het Unierecht. Het college en de rechtbank zijn terecht uitgegaan van de juistheid van het besluit van de staatssecretaris over het…

  • ECLI:NL:CRVB:2016:4556Centrale Raad van Beroep, 22 november 2016 (socialezekerheidsrecht)

    Kennelijke misslag of omissie van wetgever waardoor gehuwde IOAW-gerechtigde als alleenstaande wordt aangemerkt. Bedoeling wetgever gaat voor letterlijke wettekst. Geen recht op IOAW naar norm…

  • ECLI:NL:RBDHA:2014:15515Rechtbank Den Haag, 19 december 2014 (bestuursrecht)

    Rechtsoordeel over maximale vakantieduur in IOAW. Besluitkarakter. Rechtstreeks beroep. Besluit in dit geval onevenredig.

  • ECLI:NL:RBGEL:2014:6996Rechtbank Gelderland, 11 november 2014 (socialezekerheidsrecht)

    Toekenning van een uitkering op grond van de IOAW naar de norm voor gehuwden. Het bestreden besluit betreft een herziening van de beslissing op bezwaar waarbij de bezwaren van eiseres alsnog…

  • ECLI:NL:CRVB:2006:AV0675Centrale Raad van Beroep, 24 januari 2006 (socialezekerheidsrecht)

    Beëindiging uitkering. Verblijf in het buitenland langer dan de toegestane periode van 13 weken.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.