Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers

IOAW

Huidige tekst

Artikel 25 IOAW

Geldt sinds 1 januari 2013

  1. 1

    Het college van de gemeente die de uitkering heeft verleend, vordert de uitkering terug voor zover de uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is ontvangen als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 13, eerste lid, of de verplichtingen, bedoeld in artikel 30c, tweede en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

  2. 2

    De uitkering die als gevolg van een besluit als bedoeld in artikel 17, derde of vierde lid, of artikel 20, anders dan in het eerste lid, ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend, alsmede hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald, kan van de belanghebbende worden teruggevorderd.

  3. 3

    De uitkering kan van de belanghebbende worden teruggevorderd indien blijkt dat deze over dezelfde periode waarover een uitkering op grond van deze wet is verleend, later inkomsten ontvangt waarmede bij de vaststelling van de uitkering rekening zou zijn gehouden.

  4. 4

    Het college is bevoegd tot verrekening van in de voorgaande drie maanden ontvangen middelen met de uitkering.

  5. 5

    Bij gebreke van tijdige betaling kan de vordering worden verhoogd met de op de terugvordering betrekking hebbende kosten. Loonbelasting en de premie voor de volksverzekeringen waarvoor het college dat de uitkering verstrekt krachtens de Wet op de loonbelasting 1964, onderscheidenlijk de Wet financiering sociale verzekeringen, inhoudingsplichtige is, kunnen worden teruggevorderd, voor zover deze belasting en premie niet verrekend kunnen worden met de door het college af te dragen loonbelasting en premie volksverzekeringen.

  6. 6

    In afwijking van het eerste lid kan het college besluiten van terugvordering of van verdere terugvordering als bedoeld in het eerste lid af te zien, indien de persoon van wie de uitkering wordt teruggevorderd: a.gedurende tien jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; b.gedurende tien jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald; c.gedurende tien jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of d.een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom, in één keer aflost.

  7. 7

    Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het college besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering als bedoeld in het eerste lid af te zien.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1193Centrale Raad van Beroep, 1 september 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Terugvordering van bijstand. Inkomen uit pgb. Geen dringende redenen. Herhaling beroepsgronden. Wat appellante aanvoert, is in de kern een herhaling van wat in beroep is aangevoerd. De Raad is het…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:1127Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 februari 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Kwijtschelding. Gegrond.

  • ECLI:NL:CRVB:2026:109Centrale Raad van Beroep, 20 januari 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Herziening en terugvordering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) terecht. Schending inlichtingenverplichting. Appellant heeft…

  • ECLI:NL:CRVB:2025:383Centrale Raad van Beroep, 25 februari 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Terugvordering van bijstand. Naderhand verkregen middelen. Erfenis. Peildatum. Geen dringende redenen. Appellante heeft een erfenis van haar tante ontvangen. Het aanvullende karakter van de bijstand…

  • ECLI:NL:CRVB:2025:97Centrale Raad van Beroep, 7 januari 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Opschorting, intrekking en terugvordering van bijstand. Opleggen boete. Afwijzing aanvraag. Stortingen. De contante geleende bedragen en stortingen zijn inkomsten. Appellant heeft…

  • ECLI:NL:CRVB:2024:2364Centrale Raad van Beroep, 10 december 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Het college heeft de aan appellant verstrekte uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) ingetrokken en teruggevorderd over…

  • ECLI:NL:CRVB:2023:1309Centrale Raad van Beroep, 11 juli 2023 (socialezekerheidsrecht)

    Betrokkene heeft niet de inlichtingenverplichting geschonden door niet alle gevraagde stukken over te leggen. Betrokkene heeft echter wel de medewerkingsverplichting geschonden. Dit betekent nog niet…

  • ECLI:NL:CRVB:2023:2543Centrale Raad van Beroep, 11 juli 2023 (socialezekerheidsrecht)

    Deze uitspraak is gerectificeerd met ECLI:NL:CRVB:2023:2541 en komt in de plaats vanECLI:NL:CRVB:2023:1309. Betrokkene heeft niet de inlichtingenverplichting geschonden door niet alle gevraagde…

40 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.