Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers

IOAW

Huidige tekst

Artikel 14 IOAW

Geldt sinds 1 juli 2015

  1. 1

    Onverminderd artikel 30c, tweede, vierde en vijfde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, bepaalt het college welke gegevens ten behoeve van de verlening van de uitkering dan wel de voortzetting daarvan door de belanghebbende in ieder geval worden verstrekt en welke bewijsstukken worden overgelegd, alsmede de wijze en het tijdstip waarop de verstrekking van gegevens plaatsvindt. De gegevens en bewijsstukken worden door het college niet verkregen van de belanghebbende voor zover ze zijn verkregen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen dan wel voor zover zij verkregen kunnen worden uit de polisadministratie, bedoeld in artikel 33 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de verzekerdenadministratie, bedoeld in artikel 35 van die wet, alsmede uit de basisregistratie personen, tenzij hierdoor een goede vervulling van de taak van het college op grond van dit artikel wordt belet of bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen andere administraties worden aangewezen waarvoor de tweede zin van toepassing is, worden regels gesteld over de gegevens die het betreft en kunnen administraties worden aangewezen waarvoor de tweede zin tijdelijk niet van toepassing is. Indien het authentieke gegevens uit andere basisregistraties betreft, is dit lid van overeenkomstige toepassing.

  2. 2

    In aanvulling op het eerste lid kan het college de belanghebbende verzoeken aan te tonen dat: a.hij een werkloze werknemer is als bedoeld in artikel 5, vierde lid; b.de feitelijke woonsituatie van hemzelf, van zijn echtgenoot of van een kind in overeenstemming is met het door hem verstrekte adres van hemzelf, zijn echtgenoot of van een kind. Teneinde hem daartoe in de gelegenheid te stellen kan het college bij die verzoeken de belanghebbende aanbieden met diens toestemming zijn woning binnen te treden.

  3. 3

    Indien de belanghebbende niet desgevraagd aantoont dat hij een werkloze werknemer is als bedoeld in artikel 5, vierde lid: a.kent het college de uitkering toe respectievelijk herziet het de uitkering naar de helft van de grondslag, bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel a; b.wordt de belanghebbende voor de toepassing van de artikelen 37a, tweede lid, en 38 niet als alleenstaande ouder aangemerkt.

  4. 4

    Indien de belanghebbende niet desgevraagd de woonsituatie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, aantoont op de wijze bedoeld in de laatste zin van dat lid, schort het college de betaling van de uitkering op, niet dan nadat het college aan belanghebbende gelegenheid heeft gegeven op andere wijze aan te tonen dat het feitelijke woonadres overeenkomt met het verstrekte adres, indien daartoe niet eerder aan belanghebbende gelegenheid is geboden.

  5. 5

    Het college doet schriftelijke mededeling van de opschorting aan de belanghebbende en stelt hem daarbij in de gelegenheid om aan te tonen dat het feitelijke woonadres overeenstemt met het verstrekte adres. Artikel 17a, vierde lid, tweede zin, is van overeenkomstige toepassing.

  6. 6

    Het college is bevoegd onderzoek in te stellen naar de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens en zonodig naar andere gegevens die noodzakelijk zijn voor de vaststelling van het recht op uitkering. Indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft kan het college besluiten tot herziening van de uitkering.

  7. 7

    De voordracht voor een krachtens het eerste lid, derde zin, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan twee weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2023:1309Centrale Raad van Beroep, 11 juli 2023 (socialezekerheidsrecht)

    Betrokkene heeft niet de inlichtingenverplichting geschonden door niet alle gevraagde stukken over te leggen. Betrokkene heeft echter wel de medewerkingsverplichting geschonden. Dit betekent nog niet…

  • ECLI:NL:CRVB:2023:2543Centrale Raad van Beroep, 11 juli 2023 (socialezekerheidsrecht)

    Deze uitspraak is gerectificeerd met ECLI:NL:CRVB:2023:2541 en komt in de plaats vanECLI:NL:CRVB:2023:1309. Betrokkene heeft niet de inlichtingenverplichting geschonden door niet alle gevraagde…

  • ECLI:NL:RBNNE:2018:361Rechtbank Noord-Nederland, 5 februari 2018 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing IOAW-uitkering. Recht niet vast te stellen want niet alle opgevraagde gegevens verstrekt. Voorzitter/bestuurder stichtingen. Beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:CRVB:2016:4806Centrale Raad van Beroep, 13 december 2016 (socialezekerheidsrecht)

    Onderzoeksbevoegdheid op basis van anonieme tip. Niet verschijnen afspraak is schending inlichtingenplicht. Boete van € 75,- in verband met recidive terecht door rechtbank opgelegd in aangevallen…

  • ECLI:NL:RBDHA:2015:7872Rechtbank Den Haag, 8 juli 2015 (socialezekerheidsrecht)

    Ioaw uitkering. Onderzoek naar vermeende samenwoning. Uitbesteding van onderzoek en bestandscreening. Gemeenten mogen hun kerntaken bij de uitvoering van de bijstand ingevolge de Wwb niet uitbesteden…

  • ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2390Centrale Raad van Beroep, 17 juni 2009 (socialezekerheidsrecht)

    Intrekking WAO-uitkering: minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. Intrekking IOAW-uitkering. Beroep op vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel faalt. De Raad is van oordeel dat in het besluit…

  • ECLI:NL:CRVB:2006:AV0675Centrale Raad van Beroep, 24 januari 2006 (socialezekerheidsrecht)

    Beëindiging uitkering. Verblijf in het buitenland langer dan de toegestane periode van 13 weken.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.