Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers

IOAW

Huidige tekst

Artikel 8 IOAW

Geldt sinds 1 juli 2026

  1. 1

    In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder inkomen verstaan: a.voor de werkloze werknemer en de echtgenoot: de som van het inkomen uit arbeid of overig inkomen van hemzelf en zijn echtgenoot; b.voor de alleenstaande werkloze werknemer: zijn inkomen uit arbeid of overig inkomen.

  2. 2

    In afwijking van het eerste lid wordt niet als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen uit arbeid gedurende zes maanden tot 25 procent van dit inkomen, met een maximum van € 448,90 per maand, voor zover een uitkering wordt ontvangen en dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders bijdraagt aan de arbeidsinschakeling.

  3. 3

    Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat wordt verstaan onder inkomen uit arbeid of overig inkomen als bedoeld in het eerste lid. Daarbij kan tevens worden bepaald dat nader te bepalen inkomen dat gedeeltelijk, niet, of niet langer wordt genoten als gevolg van gewijzigde omstandigheden of enig handelen of nalaten van betrokkene in aanmerking wordt genomen alsof het wel volledig wordt genoten.

  4. 4

    Het bedrag, genoemd in het tweede lid, wordt gewijzigd met ingang van de dag waarop het in artikel 31, tweede lid, onderdeel n, van de Participatiewet genoemde bedrag wordt gewijzigd. Het gewijzigde bedrag, wordt, samen met de dag waarop de wijzigingen ingaan, door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant.

  5. 5

    In afwijking van het eerste lid wordt niet als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen uit arbeid van een alleenstaande ouder tot 12,5 procent van dit inkomen, met een maximum van € 280,95 per maand, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden, voor zover hij een uitkering ontvangt, ingeval: a.hij de volledige zorg heeft voor zijn kind tot 12 jaar, b.de periode van zes maanden, bedoeld in het tweede lid, is verstreken, en c.dit volgens het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling.

  6. 6

    Het bedrag, genoemd in het vijfde lid, wordt gewijzigd met ingang van de dag waarop het in artikel 31, tweede lid, onderdeel r, van de Participatiewet genoemde bedrag wordt gewijzigd. Het gewijzigde bedrag, wordt, samen met de dag waarop de wijzigingen ingaan, door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant.

  7. 7

    In afwijking van het eerste lid wordt niet als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen uit arbeid van een persoon die medisch urenbeperkt is tot 15 procent van dit inkomen uit arbeid, met een maximum van € 285,20 per maand, voor zover hij een uitkering op grond van deze wet ontvangt, tenzij het tweede of vijfde lid van toepassing is.

  8. 8

    Het bedrag, genoemd in het zevende lid, wordt gewijzigd met ingang van de dag waarop het in artikel 31, tweede lid, onderdeel y, van de Participatiewet genoemde bedrag wordt gewijzigd. Het gewijzigde bedrag, wordt, samen met de dag waarop de wijzigingen ingaan, door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant.

  9. 9

    In afwijking van het eerste lid wordt niet als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen uit arbeid van een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie tot 15 procent van dit inkomen, met een maximum van € 285,20 per maand, gedurende een periode van twaalf maanden nadat de periode van zes maanden, bedoeld in het tweede lid, is verstreken, voor zover hij een uitkering op grond van deze wet ontvangt, tenzij het zevende lid van toepassing is.

  10. 10

    In afwijking van het eerste lid wordt niet als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen uit arbeid van een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie tot 15 procent van dit inkomen, met een maximum van € 285,20 per maand, nadat de periode van twaalf maanden, bedoeld in het negende lid, is verstreken, voor zover hij een uitkering op grond van deze wet ontvangt en het college gelet op de in de persoon gelegen omstandigheden een uitbreiding van zijn arbeidsomvang niet mogelijk acht.

  11. 11

    De bedragen, genoemd in het negende en tiende lid, worden gewijzigd met ingang van de dag waarop de in artikel 31, tweede lid, onderdelen z en aa, van de Participatiewet genoemde bedragen worden gewijzigd. De gewijzigde bedragen worden, samen met de dag waarop de wijzigingen ingaan, door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:17531Rechtbank Den Haag, 9 september 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Pre-pensioen is inkomen en moet daarom in mindering worden gebracht op de IOAW-uitkering. Afwijzing verzoek vergoeding materiële schade. Wel toekenning schadevergoeding ivm overschrijding redelijke…

  • ECLI:NL:CRVB:2024:2047Centrale Raad van Beroep, 22 oktober 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Verlaging IOAW-uitkering met 100% voor twee maanden. Aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling geweigerd. Blijvend gehele weigering. Door eigen toedoen geen geaccepteerde arbeid…

  • ECLI:NL:CRVB:2023:1456Centrale Raad van Beroep, 25 juli 2023 (socialezekerheidsrecht)

    Intrekking en terugvordering NIOAW-uitkering. Inhoudelijke beroepsgrond in strijd met de goede procesorde pas ter zitting aangevoerd. In de hoger beroepsgronden heeft appellant alleen procedurele…

  • ECLI:NL:CRVB:2022:468Centrale Raad van Beroep, 8 maart 2022 (socialezekerheidsrecht)

    Verrekening inkomsten met NIOAW-uitkering. Toepasbaarheid van artikel 5, vijfde lid, IOAW. De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat het college dient te beoordelen of toepassing van artikel 5…

  • ECLI:NL:CRVB:2021:2443Centrale Raad van Beroep, 5 oktober 2021 (socialezekerheidsrecht)

    Intrekking na opschorting, herziening en terugvordering IOAW-uitkering, oplegging boete. Gevraagde gegevens niet overgelegd. Werkzaamheden als snorder. - Appellant heeft de gevraagde bankafschriften…

  • ECLI:NL:RBZWB:2021:2195Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29 april 2021 (bestuursrecht)

    IOAW

  • ECLI:NL:RBROT:2020:9331Rechtbank Rotterdam, 14 oktober 2020 (bestuursrecht)

    “IOAW-uitkering. Inkomsten uit verkoop van brommers en scooters. Schatting mogelijk op grond van notitieboekje. Beslagvrije voet voor op te leggen boete te bepalen op netto uitkering.”

  • ECLI:NL:CRVB:2020:1157Centrale Raad van Beroep, 2 juni 2020 (socialezekerheidsrecht)

    Intrekken en terugvorderen IOAW op de grond dat appellant geen melding heeft gemaakt van zijn verkoopactiviteiten op rommelmarkten. Inkomsten uit verkoop op rommelmarkten worden in beginsel…

17 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.