Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers

IOAW

Huidige tekst

Artikel 26 IOAW

Geldt sinds 1 juli 2026

  1. 1

    Indien de uitkering met inachtneming van artikel 3 is verleend, worden voor de toepassing van deze paragraaf als belanghebbenden aangemerkt de in dat artikel bedoelde personen.

  2. 2

    Indien de uitkering met inachtneming van artikel 3, had moeten worden verleend, maar zulks achterwege is gebleven omdat de belanghebbende onjuiste of onvolledige inlichtingen heeft verstrekt, dan wel de verplichting, bedoeld in artikel 13, of de verplichtingen, bedoeld in artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, niet of niet behoorlijk is nagekomen, kan de gedurende het betrokken tijdvak ten onrechte verleende uitkering mede worden teruggevorderd van de persoon met wiens inkomen bij de verlening van de uitkering rekening had moeten worden gehouden.

  3. 3

    De in het eerste en tweede lid bedoelde personen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de terugbetaling van de ten onrechte verleende uitkering.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:1127Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 februari 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Kwijtschelding. Gegrond.

  • ECLI:NL:RBZWB:2024:8354Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 6 december 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Terugvordering bijstandsuitkering | Franse invaliditeitsuitkering | Dringende redenen | Brutering.

  • ECLI:NL:RBZWB:2024:5749Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 augustus 2024 (socialezekerheidsrecht)

    PW | Terugvordering bijstandsuitkering | Achteraf ontvangen middelen | Smartengelduitkering.

  • ECLI:NL:RBZWB:2023:7900Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 7 november 2023 (socialezekerheidsrecht)

    PW

  • ECLI:NL:RBOBR:2022:2000Rechtbank Oost-Brabant, 19 mei 2022 (socialezekerheidsrecht)

    Tozo. Intrekking en terugvordering. Afwijzing aanvraag. Woonplaats niet in Boxmeer of Nederland. De rechtbank is van oordeel dat het zwaartepunt van het persoonlijk leven van eiser en dus zijn…

  • ECLI:NL:RBZWB:2021:6235Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 december 2021 (bestuursrecht)

    PW

  • ECLI:NL:CRVB:2019:945Centrale Raad van Beroep, 5 maart 2019 (socialezekerheidsrecht)

    Verzwegen gezamenlijke huishouding. Medeterugvordering op basis van de IOAW. Eerder onderzoek staat aan gezamenlijke huishouding over die periode niet in de weg.

  • ECLI:NL:RBNNE:2017:4790Rechtbank Noord-Nederland, 27 november 2017 (bestuursrecht)

    Hoofdelijk aansprakelijk voor terugvordering IOAW uitkering partner ivm verzwegen samenwoning.

9 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.