Wet handhaving consumentenbescherming

Whc

Huidige tekst

Artikel 3.4 Whc

Geldt sinds 28 mei 2022

  1. 1

    De Stichting Autoriteit Financiële Markten kan in het kader van haar taken, genoemd in deze wet, een openbare waarschuwing uitvaardigen voordat zij een inbreuk of inbreuk binnen de Unie heeft vastgesteld, indien dat redelijkerwijs noodzakelijk is om consumenten snel en effectief te informeren over een schadeveroorzakende handelspraktijk van een ondernemer en daardoor schade te voorkomen. Artikel 2.23, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  2. 2

    De Stichting Autoriteit Financiële Markten kan, indien zij van oordeel is dat een inbreuk of inbreuk binnen de Unie op een van de wettelijke bepalingen, bedoeld in de onderdelen a en b van de bijlage bij deze wet, heeft plaatsgevonden: a.een zelfstandige last opleggen; b.een bestuurlijke boete opleggen; c.een last onder dwangsom opleggen.

  3. 3

    Artikel 4.3 is van overeenkomstige toepassing indien begrippen worden uitgelegd, die worden gehanteerd in een van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel a van de bijlage bij deze wet.

  4. 4

    Met betrekking tot de toepassing van het tweede lid is artikel 2.24 van overeenkomstige toepassing.

  5. 5

    Met betrekking tot de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, is artikel 2.15 van toepassing dan wel, indien het betreft een overtreding van onderdeel b van de bijlage bij deze wet, artikel 1:81 van de Wet op het financieel toezicht.

  6. 6

    Met betrekking tot de toepassing van het tweede lid, onderdeel c, zijn de artikelen 5:48 tot en met 5:51 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing en is artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht van overeenkomstige toepassing.

  7. 7

    Aan een last onder dwangsom kunnen voorschriften worden verbonden die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om effectieve controle op de uitvoering van de last te verzekeren.

  8. 8

    Door vernummering vervallen.

  9. 9

    Met betrekking tot de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, is artikel 2.10 van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2023:12727Rechtbank Rotterdam, 29 december 2023 (bestuursrecht)

    Voorlopige voorziening. Openbare waarschuwing om consumenten te informeren over (vermoedelijk) schadeveroorzakende handelspraktijken. Verzoekster maakt zich vermoedelijk schuldig aan misleidende…

  • ECLI:NL:GHAMS:2023:438Gerechtshof Amsterdam, 21 februari 2023 (civiel recht)

    Kort geding. Bericht van AFM op haar website omtrent uitkomst van het hoger beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven met betrekking tot door haar opgelegde last onder dwangsom wegens…

  • ECLI:NL:GHAMS:2022:1961Gerechtshof Amsterdam, 5 juli 2022 (civiel recht)

    Toezichthoudersaansprakelijkheid; Europese en Nationale consumentenbescherming; Zijn AFM en Staat aansprakelijk jegens beleggers wegens onvoldoende toezicht op grond van Wft, Whc en Europese…

  • ECLI:NL:RBROT:2022:1561Rechtbank Rotterdam, 3 maart 2022 (bestuursrecht)

    Wet handhaving consumentenbescherming. Deelneming in vastgoedondernemingen. Uitgifte van obligaties. De AFM heeft een last opgelegd wegens onjuiste of misleidende informatie aan investeerders en…

  • ECLI:NL:CBB:2021:969College van Beroep voor het bedrijfsleven, 2 november 2021 (bestuursrecht)

    Wet handhaving consumentenbescherming, hoger beroep. Last onder dwangsom opgelegd wegens overtredingen van artikel 8.8 Whc. Uitgifte obligaties ten behoeve van investering in windturbines.…

  • ECLI:NL:RBROT:2021:7987Rechtbank Rotterdam, 14 juli 2021 (bestuursrecht)

    Boetes voor (het feitelijk leidinggeven aan) het niet voeren van een adequaat beleid dat een integere uitoefening van het bedrijf waarborgt. Overtredingen regels omtrent beloningsbeleid en…

  • ECLI:NL:RBROT:2020:2324Rechtbank Rotterdam, 17 maart 2020 (bestuursrecht)

    Wet handhaving consumentenbescherming - niet voldaan aan inlichtingenvordering - last onder dwangsom - verzoek om voorlopige voorziening afgewezen

  • ECLI:NL:RBROT:2019:8214Rechtbank Rotterdam, 12 juli 2019 (bestuursrecht)

    Last onder dwangsom opgelegd aan bestuurder als medepleger van de overtreding van de rechtspersonen. De bestuurder is naar het oordeel van de voorzieningenrechter mogelijk feitelijk leidinggever van…

21 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.