Wet handhaving consumentenbescherming

Whc

Huidige tekst

Artikel 3.10 Whc

Geldt sinds 1 juli 2021

  1. 1

    Met het toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel e van de bijlage bij deze wet, zijn belast de bij besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen ambtenaren. Van dat besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

  2. 2

    Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan, indien naar zijn oordeel een inbreuk binnen de Unie op een van de wettelijke bepalingen als bedoeld in onderdeel e van de bijlage bij deze wet heeft plaatsgevonden: a.een bestuurlijke boete opleggen; b.een last onder dwangsom opleggen.

  3. 3

    De artikelen 2.24, 3.2, tweede lid, 3.4, zesde en zevende lid, en 3.4a zijn van overeenkomstige toepassing.

  4. 4

    De in het tweede lid bedoelde bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie geldboete, bedoeld in artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht.

  5. 5

    De artikelen 2.2a en 2.7 zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van inbreuken of inbreuken binnen de Unie op bepalingen waarvoor de Inspectie Leefomgeving en Transport krachtens artikel 3.9 is aangewezen als bevoegde autoriteit, met dien verstande dat voor «de Autoriteit Consument en Markt» wordt gelezen «de Minister van Infrastructuur en Waterstaat».

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2017:399Raad van State, 15 februari 2017 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 19 juli 2011 heeft de staatssecretaris een verzoek van [appellant A] en [appellant B] om handhavend op te treden tegen ArkeFly Nederland B.V., handelend onder de naam ArkeFly…

  • ECLI:NL:RVS:2017:400Raad van State, 15 februari 2017 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 2 augustus 2012 heeft de staatssecretaris een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen Martinair Holland N.V. afgewezen.

  • ECLI:NL:RVS:2017:401Raad van State, 15 februari 2017 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 20 april 2012 heeft de staatssecretaris een verzoek van [wederpartij] om handhavend op te treden tegen United Airlines afgewezen.

  • ECLI:NL:RVS:2017:402Raad van State, 15 februari 2017 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 20 april 2012 heeft de staatssecretaris een verzoek van [wederpartij] om handhavend op te treden tegen United Airlines afgewezen.

  • ECLI:NL:RVS:2017:403Raad van State, 15 februari 2017 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 11 september 2012 heeft de staatssecretaris een verzoek van [appellant sub 1] om handhavend op te treden tegen Transavia Airlines afgewezen.

  • ECLI:NL:RVS:2017:404Raad van State, 15 februari 2017 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 23 februari 2011 heeft de staatssecretaris een verzoek van [appellante sub 1] om handhavend op te treden tegen Malaysia Airlines niet in behandeling genomen.

  • ECLI:NL:RVS:2017:422Raad van State, 15 februari 2017 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 4 september 2012 heeft de staatssecretaris een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen Transavia Airlines afgewezen.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.