Wet handhaving consumentenbescherming

Whc

Huidige tekst

Artikel 2.23 Whc

Geldt sinds 19 februari 2020

  1. 1

    De Autoriteit Consument en Markt kan in het kader van haar taken, genoemd in deze wet, een openbare waarschuwing uitvaardigen voordat zij een inbreuk of inbreuk binnen de Unie heeft vastgesteld, indien dat redelijkerwijs noodzakelijk is om consumenten snel en effectief te informeren over een schadeveroorzakende handelspraktijk van een ondernemer en daardoor schade te voorkomen.

  2. 2

    Een ondernemer wordt uitsluitend met name genoemd in de openbare waarschuwing indien er sprake is van een reëel en acuut risico op benadeling van consumenten en van een redelijk vermoeden van overtreding. In de openbare waarschuwing komt duidelijk naar voren dat er nog geen sprake is van een door de Autoriteit Consument en Markt vastgestelde inbreuk of inbreuk binnen de Unie.

  3. 3

    De uitvaardiging van een openbare waarschuwing waarin een ondernemer met name wordt genoemd geschiedt niet eerder dan nadat vijf werkdagen zijn verstreken na de dag waarop het besluit tot het uitvaardigen van de openbare waarschuwing aan hem is bekend gemaakt, tenzij hij het besluit zelf heeft openbaar gemaakt, heeft doen openbaar maken of heeft aangegeven geen bedenkingen te hebben tegen eerdere openbaarmaking.

  4. 4

    Indien wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt de werking van het besluit opgeschort totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan of het verzoek is ingetrokken.

  5. 5

    Het besluit van de Autoriteit Consument en Markt tot het uitvaardigen van een openbare waarschuwing als bedoeld in het derde lid vermeldt behalve de naam van de ondernemer in ieder geval de schadeveroorzakende handelspraktijk, de inhoud van de openbaarmaking, de gronden waarop het besluit berust alsmede de wijze waarop en de termijn waarna de openbare waarschuwing zal worden uitgevaardigd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2023:12727Rechtbank Rotterdam, 29 december 2023 (bestuursrecht)

    Voorlopige voorziening. Openbare waarschuwing om consumenten te informeren over (vermoedelijk) schadeveroorzakende handelspraktijken. Verzoekster maakt zich vermoedelijk schuldig aan misleidende…

  • ECLI:NL:CBB:2023:43College van Beroep voor het bedrijfsleven, 31 januari 2023 (bestuursrecht)

    AFM heeft een last onder dwangsom opgelegd aan een financiële holding en werkmaatschappij wegens overtreding van artikel 8.8 van de Whc. Aan houders van een obligatielening is essentiële informatie…

  • ECLI:NL:RBROT:2022:8232Rechtbank Rotterdam, 4 oktober 2022 (europees bestuursrecht)

    Lastoplegging door de ACM vanwege hanteren oneerlijke bedingen en een agressieve handelspraktijk. Het organiseren van veilingen vormen geregelde verrichtingen. Na stilzwijgende verlening…

  • ECLI:NL:GHAMS:2022:1961Gerechtshof Amsterdam, 5 juli 2022 (civiel recht)

    Toezichthoudersaansprakelijkheid; Europese en Nationale consumentenbescherming; Zijn AFM en Staat aansprakelijk jegens beleggers wegens onvoldoende toezicht op grond van Wft, Whc en Europese…

  • ECLI:NL:RBAMS:2018:6034Rechtbank Amsterdam, 22 augustus 2018 (civiel recht)

    Toezichthoudersaansprakelijkheid. Stelplicht entiteit die procedeert namens derden (op basis van aan haar gecedeerde vorderingen). Eiseres vordert verklaring voor recht dat de AFM en de Staat…

  • ECLI:NL:RBROT:2018:4255Rechtbank Rotterdam, 14 mei 2018 (bestuursrecht)

    Mondelinge uitspraak. Openbare waarschuwing (Whc). De voorzieningenrechter is van oordeel dat er nu geen sprake is van een reëel en acuut risico op benadeling van consumenten en een redelijk…

  • ECLI:NL:RBROT:2015:9099Rechtbank Rotterdam, 4 december 2015 (bestuursrecht)

    Wet handhaving consumentenbescherming - openbare waarschuwing - verzoekster ten onrechte niet in de gelegenheid gesteld haar zienswijze naar voren te brengen - toewijzing verzoek om voorlopige…

  • ECLI:NL:CBB:2015:194College van Beroep voor het bedrijfsleven, 8 juli 2015 (bestuursrecht)

    Misleidende handelspraktijk – Het College acht bewezen dat een winkelketen een bestendige praktijk had om bij consumenten de indruk te wekken dat na het verstrijken van de fabrieksgarantietermijn…

37 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.