Wet griffierechten burgerlijke zaken

Wgbz

Huidige tekst

Artikel 12 Wgbz

Geldt sinds 1 mei 2023

  1. 1

    Indien de vordering strekt tot betaling van een geldsom en de eiser zijn eis vermeerdert overeenkomstig artikel 130 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, wordt het griffierecht verhoogd tot het griffierecht, dat partijen verschuldigd zouden zijn geweest, indien de vermeerderde eis was opgenomen in de dagvaarding.

  2. 2

    Indien het verzoek strekt tot betaling van een geldsom en de verzoeker zijn verzoek vermeerdert overeenkomstig artikel 283 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

  3. 3

    Bij heffing van het verhoogde griffierecht op de voet van het eerste of tweede lid wordt uitgegaan van de tarieven die gelden op het tijdstip waarop de eis of het verzoek wordt vermeerderd.

  4. 4

    Partijen zijn het verhoogde griffierecht verschuldigd vanaf het tijdstip van de vermeerdering van de eis of het verzoek en zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort. Indien de rechter de vermeerdering van de eis of het verzoek echter buiten beschouwing laat, blijft de heffing beperkt tot het oorspronkelijk geheven bedrag en wordt het eventueel te veel betaalde griffierecht door de griffier teruggestort.

  5. 5

    Het griffierecht wordt niet verhoogd, indien op het tijdstip waarop de eis dan wel het verzoek wordt vermeerderd een van de stukken, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onder a of b, is overlegd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2023:1810Hoge Raad, 22 december 2023 (verbintenissenrecht)

    Verbintenissenrecht. Eigen schuld. Procesrecht. Proceskostenveroordeling. Veroordeling in incidenteel hoger beroep tot betaling van deel van griffierecht mogelijk? Art. 4 Wgbz.

  • ECLI:NL:PHR:2016:344Parket bij de Hoge Raad, 29 april 2016 (civiel recht)

    Procesrecht. Verzet tegen heffing griffierecht. Is opvolgend advocaat medeaansprakelijk voor voldoening van griffierecht dat is vastgesteld op basis van proceshandeling die door de voorgaande…

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:5627Rechtbank Limburg, 10 juni 2026 (verbintenissenrecht)

    Eindvonnis. Tweede vermeerdering van eis buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de eisen van een goede procesorde. De vorderingen van eisende partij worden afgewezen.

  • ECLI:NL:RBZWB:2024:9058Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 31 december 2024 (verbintenissenrecht)

    Artt. 142, 217 Rv; artt. 1:88 lid 5, 1:89 lid 1, 3:4 lid 2, 6:94 lid 1, 6:96 lid 2, 6:233, 6:277 lid 1, 7:215 lid 1, 7:216 lid 1 BW; artt. 5 lid 1, 11, 12 lid 1 Wgb. Twee procedures. Gedaagde in de…

  • ECLI:NL:GHARL:2019:10187Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26 november 2019 (civiel recht)

    Partij bij huurovereenkomst bestelbusje. Aansprakelijkheid voor schade aan bestelbusje. Beroep op artikel 6:100 BW

  • ECLI:NL:GHSHE:2017:2494Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30 mei 2017 (verbintenissenrecht)

    hypothecaire geldlening

  • ECLI:NL:GHDHA:2016:2628Gerechtshof Den Haag, 6 september 2016 (civiel recht)

    Verzet griffierecht; hoger beroep tegen uitspraak in conventie en reconventie

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.