Wet griffierechten burgerlijke zaken

Wgbz

Huidige tekst

Artikel 26 Wgbz

Geldt sinds 1 april 2013

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de bedragen worden vastgesteld, welke wegens werkzaamheden, tijdverzuim en daarmede verband houdende noodzakelijke kosten, en wegens reis- en verblijfkosten toekomen aan: a.houders of bewaarders van stukken, die opgeroepen worden om stukken, welke onder hun berusting of bewaring zijn, voor de rechter te brengen; b.deskundigen, en c.getuigen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHDHA:2025:613Gerechtshof Den Haag, 22 april 2025 (verbintenissenrecht)

    Eindarrest na bewijslvering. Bewijwaardering en bewijsrisico.

  • ECLI:NL:RBGEL:2013:2535Rechtbank Gelderland, 23 april 2013 (civiel recht)

    Bewijsincident tot verschoning te getuigen, artikel 165 lid 3 Rv (nemo tenetur-beginsel), (partij-)getuige.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.