Warenwet

WaW

Huidige tekst

Artikel 25 WaW

Geldt sinds 9 mei 2025

  1. 1

    Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, van het bepaalde bij of krachtens bindende EU-rechtshandelingen die bij of krachtens deze wet zijn geïmplementeerd of van het bepaalde bij of krachtens deze wet met betrekking tot door Onze Minister aangewezen categorieën van waren zijn belast: a.de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren; b.indien de aanwijzing ambtenaren betreft, ressorterende onder een ander ministerie dan dat van Onze Minister, de bij besluit van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister(s) die het mede aangaat, aangewezen ambtenaren.

  2. 2

    Onze Minister regelt in overeenstemming met Onze betrokken Ministers de taakverdeling tussen de ambtenaren, behorende tot de onderscheidene in het eerste lid bedoelde categorieën, en de inspecteur, bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet.

  3. 3

    Bij de taakverdeling, bedoeld in het tweede lid, kan tevens worden bepaald op welke wijze het toezicht dan wel de douanecontrole wordt uitgeoefend. De wijze waarop het toezicht dan wel de douanecontrole wordt uitgeoefend kan inhouden dat de toezichthouder onderscheidenlijk de inspecteur, bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet, op door Onze Minister vast te stellen tijdstippen en in door hem vast te stellen gevallen, onderzoek doet naar de naleving van de bij of krachtens deze wet gestelde regels en in daarbij aan te geven gevallen rapporteert aan door Onze Minister aan te wijzen personen of instanties.

  4. 4

    Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

  5. 5

    De minister die op grond van artikel 21c bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen, komt de bevoegdheid toe, als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, voor zover het betreft de bij die maatregel aangewezen waren en voor zover die waren in de particuliere sfeer kunnen worden gebruikt. In het geval op grond van artikel 21c een ander bestuursorgaan is aangewezen, kan in afwijking van het eerste lid bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat door een andere minister dan Onze Minister ten aanzien van de waren, bedoeld in de eerste volzin, de onder dat bestuursorgaan ressorterende ambtenaren met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 21b worden belast. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2016:5619Rechtbank Rotterdam, 15 juli 2016 (bestuursrecht)

    Warenwetgeving. Recall op eerstelijnsverkoopadressen wegens te hoog gehalte arseen in frisdrankenadditief. Bevoegde autoriteit is NVWA en niet de minister. Passeren bevoegdheidsgebrek met art. 6:22…

  • ECLI:NL:RBROT:2008:BD5791Rechtbank Rotterdam, 23 juni 2008 (bestuursrecht)

    Handhavingsverzoek van Greenpeace. Het verzoek is voldoende concreet en gedaan door een belanghebbende. Partijen verschillen van inzicht in de wijze waarop de Voedsel en Waren Autoriteit uitvoering…

  • ECLI:NL:CBB:2005:AU4923College van Beroep voor het bedrijfsleven, 18 oktober 2005 (bestuursrecht)

    Warenwet

  • ECLI:NL:RBROT:2005:AS4228Rechtbank Rotterdam, 14 januari 2005 (bestuursrecht)

    Heroverwegings- en motiveringsplicht Warenwetboete. Verbindendheid Warenwetbesluit kosmetische produkten, una via.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.