Warenwet

WaW

Huidige tekst

Artikel 24 WaW

Geldt sinds 1 januari 2025

  1. 1

    Een tatoeage of piercing, anders dan in een oorlel, wordt niet aangebracht bij een persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt.

  2. 2

    Het eerste lid is niet van toepassing indien de persoon, bedoeld in het eerste lid, de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt en bij het aanbrengen van de tatoeage of piercing wordt vergezeld van zijn wettige vertegenwoordiger in burgerlijke zaken.

  3. 3

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent: a.gevallen waarbij het tweede lid niet van toepassing is; b.de wijze waarop personen worden geïnformeerd over de mogelijke gevolgen verbonden aan het aanbrengen van een tatoeage of piercing; c.het voorhanden zijn en bijhouden van documenten, die de voorlichting over gevolgen, bedoeld in onderdeel b, en het toezicht op de naleving van de regels gesteld bij of krachtens dit artikel, kunnen bevorderen; d.eisen inzake de deskundigheid van personen die tatoeage- of piercingmateriaal gebruiken.

  4. 4

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan de naleving van bij of krachtens dit artikel gestelde regels, als voorschrift worden verbonden aan een vergunning, als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder 2°, onderdeel b.

  5. 5

    Het aanprijzen van het aanbrengen van een tatoeage of piercing is verboden, tenzij: a.het aanprijzen in overeenstemming is met de regels gesteld bij of krachtens deze wet voor het aanbrengen van een tatoeage of piercing; en b.de natuurlijke persoon of de rechtspersoon ten behoeve van wie het aanprijzen plaatsvindt, beschikt over een geldige vergunning, indien krachtens deze wet voor het gebruik van tatoeage- of piercingmateriaal een vergunning noodzakelijk is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:1992:AD1610Hoge Raad, 18 februari 1992 (strafrecht)

    Moord (art. 289 Sr) en verkrachting, meermalen gepleegd (art. 242 Sr). 1. Eigen waarneming van rechter als b.m., art. 340 Sv. Kon Hof in aansluiting op, voor bewijs van verkrachting gebruikte, bij…

  • ECLI:NL:RBROT:2017:4882Rechtbank Rotterdam, 27 juni 2017 (bestuursrecht)

    Warenwetbesluit en de Warenwetregeling tatoeëren en piercen zijn niet in strijd met algemene rechtsbeginselen of een hogere regeling. Rechtbank verwijst naar uitspraak CBb van 20 september 2016…

  • ECLI:NL:CBB:2014:176College van Beroep voor het bedrijfsleven, 1 mei 2014 (bestuursrecht)

    Warenwetbesluit tatoëren en piercen. Intrekking vergunning voor gebruik tatouagemateriaal voor de ruimte waar het gebruik plaatsvindt. Onderzoek veiligheid naaldmodule. Gebruik tatoeagemateriaal op…

  • ECLI:NL:RBROT:2014:1372Rechtbank Rotterdam, 6 maart 2014 (bestuursrecht)

    Eiser is een bestuurlijke boete opgelegd wegens het zonder vergunning beroepsmatig tatoeëren. Exceptieve toetsing. Gelijkheidsbeginsel. Ongegrond beroep.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.