Huidige tekst
Artikel 79 Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen
Hulpketels, welke — naar het oordeel van de betrokken nationale centrale scheepsmetingsautoriteit — nodig zijn voor- en gebruikt worden in verband met de hoofdvoortstuwingsinrichting of een daarbij behorende hulpmachineinstallatie, worden beschouwd deel van de werktuiglijke voortstuwingsinrichting te vormen. Indien zij zich onder het bovendek bevinden binnen of buiten de begrenzingen van de voortstuwingsruimte, wordt de ruimte, die zulke hulpketels innemen en die nodig is voor hun bediening, in de ruimte voor de werktuiglijke voortstuwing begrepen. Indien zij zich bevinden boven het bovendek, zal de ruimte, die zulke hulpketels innemen en die nodig is voor hun bediening, worden beschouwd als nodig voor het toetreden van licht en lucht, bedoeld in artikel 77.