Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen

Huidige tekst

Artikel 66 Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen

Geldt sinds 1 februari 1964

Ruimten, die uitsluitend worden gebruikt voor de besturing van het schip en welke nog niet vrijgesteld zijn volgens artikel 57, moeten van de bruto inhoud worden afgetrokken tot een grootte als redelijk geacht wordt. De voor aftrek in aanmerking komende ruimten voor besturing zullen in de regel omvatten de ruimten voor het bergen en het gebruik van kaarten en zeevaartkundige instrumenten, ruimten voor draadloze telegrafie en telefonie 1) Echter niet een wachtkamer voor passagiers. , ruimten voor het bergen van seinlantaarns, vlaggen, vuurpijlen, enz., ruimten voor onderwaterkloksignaal- en lodingstoestellen, ruimten voor automatische stuurkompassen, gyrostabilisators of gelijksoortige toestellen en ruimten voor de helmstok, het stuurgerei, de kaapstand en het ankergerei met inbegrip van kettingbakken. In schepen, waarbij een deel van het stuurhuis als kaartenkamer wordt gebruikt zal dit deel worden afgetrokken In gevallen waarbij de helmstok, het stuurgerei, de kaapstand, het ankergerei of gelijksoortige inrichtingen zich bevinden in ruimten, welke groter zijn dan voor het doel wordt vereischt, zal de werkelijke ruimte door elk van deze inrichtingen ingenomen, worden afgetrokken en daarbij zal aan elke zijde van het toestel de ruimte, welke nodig is voor de bediening (in het algemeen niet meer dan 0.610 meter of 2 voet aan alle zijden), worden toegevoegd. De totale hoogte, welke wordt toegestaan, behoort in de regel de hoogte van een normale tussendeksruimte niet te overschrijden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.