Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen

Huidige tekst

Artikel 12 Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen

Geldt sinds 1 februari 1964

Tenzij in deze voorschriften anders is bepaald, moeten de maten genomen worden tot de binnenkant van de spanten en tot de bovenkant van de vrangen of van de dubbele bodem, waarbij deze maten verminderd moeten worden met de gemiddelde dikte van de dichte wegering, voorzover deze aanwezig is en onmiddellijk tegen de spanten, de vrangen of de dubbele bodem is aangebracht. Indien een open wegering van balken of latten tegen de binnenkant der spanten is aangebracht en de buikdenning op de vrangen of op de dubbele bodem op liggers is aangebracht en niet onmiddellijk op de bovenkant van de vrangen of van de dubbele bodem, zijn de volgende voorschriften van toepassing. Indien de buikdenning op liggers en niet onmiddellijk op de vrangen of op de dubbele bodem is gelegd, mag de dikte van de liggers niet in mindering worden gebracht bij het meten van de hoogten der dwarsdoorsneden. Indien een open wegering van balken of latten (hout of staal) onmiddellijk tegen de binnenkant der spanten is aangebracht en de afstand tussen de balken of latten niet meer dan 0,305 meter of 1 voet bedraagt, moet de dikte van de open wegering van de gemeten breedten worden afgetrokken tot ten hoogste 0,076 meter of 0,25 voet aan elk boord van het schip. Indien echter de afstand groter is dan 0,305 meter of 1 voet, moeten de breedten genomen worden tot de binnenkant der spanten. In schepen met balkknieën van gewone grootte mag de bovenste afstand, gerekend van de onderkant van de dekbalk 0,305 meter of 1 voet overschrijden, mits de bovenste wegerlat tegen de balkknie aansluit. Zijstringers worden bij het bepalen van de afstand dier latten als wegerlatten beschouwd. Wanneer de ruimen geïsoleerd zijn (b.v. in koelruimen) en de bekleding is aangebracht binnen de binnenkant der spanten, of boven de bovenkant der vrangen of van de dubbele bodem, mag bij het meten van breedten en hoogten der dwarsdoorsneden een maximum aftrek van 0,08 meter of 0,25 voet genomen worden. Indien echter de dikte der bekleding minder is dan 0,076 meter of 0,25 voet wordt slechts de werkelijke dikte als aftrek toegestaan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.