Huidige tekst
Artikel 25 Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen
De meetholte van een dwarsdoorsnede is de afstand van de onderkant van het meetdek tot de bovenkant van de hoofdvrangen of van de dubbele bodem, als bepaald in artikel 26, verminderd met de dikte van de buikdenning, indien deze is aangebracht en met een derde van de dekrondte. Zo nodig wordt deze hoogte, ingeval de bovenzijde van de dubbele bodem niet horizontaal is, nog gewijzigd als is aangegeven in artikel 28. 2) Wanneer de dekbalken van het meetdek in een rechte lijn van de zijden naar het langscheepse middenvlak oplopen, zal de correctie voor de tilling van het dek, de helft zijn in plaats van een derde van deze tilling. Deze tilling wordt op de zelfde wijze vastgesteld en in rekening gebracht als in de artikelen 24, 25, 30 en 43 voor de dekrondte is aangegeven. Wanneer een dwarsdoorsnede op een plaats valt, waar het dek onderbroken is, is de holte de afstand van de lijn in het verlengde van het meetdek tot de bovenkant van de vrang of van de dubbele bodem, verminderd en gewijzigd als boven is aangegeven.