Terug naar alle wetten

Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen

Geldende tekst van alle 92 artikelen, ingedeeld volgens het BWB-wettenregister.

Inhoudsopgave

  • Artikel 1Indien een schip moet worden gemeten of hermeten moet de eigenaar een aanvraag hiertoe inzenden bij de daartoe bevoegde…
  • Artikel 2De meting en de hermeting geschieden overeenkomstig Regel I (Inwendige Meting) of Regel II (Uitwendige Meting), waarvan…
  • Artikel 3Bij het meten zullen de genomen afmetingen, zowel als andere aantekeningen, welke dienen voor het vaststellen van de…
  • Artikel 4Nadat de meting gecontroleerd en voorzover nodig vervolledigd is, zal de nationale centrale scheepsmetingsautoriteit de…
  • Artikel 5De ruimten, genoemd in de artikelen 61 tot en met 63 en 66 tot en met 71, moeten, indien zij ingevolge artikel 7…
  • Artikel 6Bij het vaststellen van de inhoud van een schip wordt de kubieke inhoud van alle ruimten berekend in kubieke meters of…
  • Artikel 7De inhoud wordt onderscheiden in bruto inhoud en netto inhoud.
  • Artikel 8De kubieke inhoud van elk der onderdelen, waaruit de bruto inhoud als genoemd in aritkel 7 is samengesteld, wordt…
  • Artikel 9Bij meting van overdekte schepen, moet eerst het meetdek vastgesteld worden.
  • Artikel 10De tekst van de vertaling is niet beschikbaar.
  • Artikel 11Bij meting van de ruimte onder het meetdek wordt de vast te stellen kubieke inhoud begrensd door de onderkant van het…
  • Artikel 12Tenzij in deze voorschriften anders is bepaald, moeten de maten genomen worden tot de binnenkant van de spanten en tot…
  • Artikel 13In het algemeen behoren de metingstaten of de tekeningen aan te geven;
  • Artikel 14De kubieke inhoud van de ruimte onder het meetdek wordt verkregen uit de lengte der ruimte — „meetlengte” — in verband…
  • Artikel 15De meetlengte is de afstand tussen twee punten, waarvan het voorste het punt is, waar de onderkant van het meetdek bij…
  • Artikel 16Bij het bepalen van de eindpunten van de meetlengte overeenkomstig het beginsel neergelegd in artikel 15, behoort men…
  • Artikel 17De dekrondte verkrijgt men door dwarsscheeps van boord tot boord op de verlangde punten in de meetlengte een lijn te…

Part III Measurement and Calculation of Gross Tonnage under Rule I

  • Artikel 18Indien het meetdek over een deel van zijn lengte (zie figuur 10) in de zin van artikel 10, 3de lid, wordt onderbroken…
  • Artikel 19Wanneer het, zoals meestal het geval is, onmogelijk is de meetlengte rechtstreeks tussen de eindpunten te meten, nadat…
  • Artikel 20Nadat de meetlengte is vastgesteld, moet de plaats van de middelste dwarsdoorsnede bepaald worden.
  • Artikel 21De meetlengte moet verdeeld worden in een aantal gelijke delen, als aangegeven in de volgende tabel:
  • Artikel 22De plaats van de middelste dwarsdoorsnede, als aangetekend op het meetdek, moet nu loodrecht op de kiellijn van het…
  • Artikel 23Vóór de aanvang van de meting van de dwarsdoorsneden is het nodig op de plaatsen, waar deze doorsneden gemeten moeten…
  • Artikel 24Ten einde de meetholten te bepalen, moet de dekrondte voor elke dwarsdoorsnede worden vastgesteld volgens hetgeen in…
  • Artikel 25De meetholte van een dwarsdoorsnede is de afstand van de onderkant van het meetdek tot de bovenkant van de hoofdvrangen…
  • Artikel 26Bij het vaststellen, wat hoofdvrangen van het schip zijn of wat de bovenkant van de dubbele bodem is, als bedoeld in…
  • Artikel 27De meetholten worden gemeten door middel van latten op of nabij het langsscheeps middenvlak in de dwarsdoorsnede…
  • Artikel 28Voor schepen met een dubbele bodem, waarbij de lijn van de bovenkant van de dubbele bodem ter plaatse van een…
  • Artikel 29Indien zich in de dubbele bodem of in het bovenvlak van gewone vrangen een of meer verzonken of verhoogde gedeelten…
  • Artikel 30Indien een dwarsdoorsnede ter plaatse van een dekopening (b.v.
  • Artikel 31Indien het meetdek onderbroken wordt, en het dek naar een hoger of lager vlak verspringt, moeten de holten van de…
  • Artikel 32De meetholte van elke dwarsdoorsnede wordt verdeeld in:
  • Artikel 33Wanneer de meetholte is vastgesteld, wordt de afstand tussen de breedten bepaald door deling van de holte door de in…
  • Artikel 34De breedten van elke dwarsdoorsnede worden van boven naar beneden genummerd, waarbij de bovenste breedte (ter hoogte…
  • Artikel 35Bij schepen met spanten van verschillende diepte (zie figuren 39 en 40) worden de breedten genomen tot de lichte…
  • Artikel 36Op schepen met gegolfde zijden, worden de breedten gemeten tot een aangenomen spantlijn (zie figuur 42), teneinde het…
  • Artikel 37De bovenste breedte, gelegen ter hoogte van het bovenste eindpunt van de meetholte, moet onmiddellijk onder het meetdek…
  • Artikel 38De onderste breedte ter hoogte van het laagste eindpunt van de meetholte moet op de bovenkant van de vrangen of van de…
  • Artikel 39De oppervlakten der dwarsdoorsneden worden berekend door toepassing van de regel van Simpson.
  • Artikel 40Indien het niet mogelijk is een doorsnede op haar juiste plaats te meten, zoals in artikel 22 is bepaald, kan het…
  • Artikel 41Nadat het oppervlak van elke dwarsdoorsnede op haar juiste plaats is bepaald, wordt de kubieke inhoud van de ruimte…
  • Artikel 42Indien de bovenkant van de dubbele bodem op een of meer plaatsen verspringt, wordt de ruimte onder het meetdek in delen…
  • Artikel 43In schepen met een dek onder het meetdek moeten de dwarsdoorsneden gedeeltelijk boven en gedeeltelijk onder het lager…
  • Artikel 44De aan boord genomen afmetingen moeten door middel van contrôle krommen worden gecontroleerd, welke bij voorbeeld…
  • Artikel 45De kubieke inhoud van elke dubbele bodemtank, welke bekend moet zijn bij het vaststellen van de grootste toegelaten…
  • Artikel 46De ruimten tussen het meetdek en het bovendek gelegen, welke hierna aangeduid worden als tussendeksruimten moeten…
  • Artikel 47De bepalingen van de artikelen 11, 12 en 13 zijn met de nodige veranderingen ook van toepassing op de meting van…
  • Artikel 48De meting van een tussendeksruimte moet overeenkomstig één der hierna genoemde methoden worden uitgevoerd.
  • Artikel 49De kubieke inhoud van een tussendeksruimte wordt als volgt vastgesteld:
  • Artikel 50De bouwsels van blijvende aard, op of boven het bovendek gelegen, welke hierna bovenbouw zijn genoemd, moeten worden…
  • Artikel 51Behoudens de uitzonderingen voorzien in artikel 57, moet elke gesloten bovenbouw (b.v.
  • Artikel 52De bepalingen van de artikelen 11, 12 en 13 zijn met de nodige veranderingen ook van toepassing op de meting van de…
  • Artikel 53De meting van de bovenbouw moet op de volgende wijze laag voor laag uitgevoerd worden:
  • Artikel 54De kubieke inhoud van de bovenbouw wordt als volgt bepaald:
  • Artikel 55De kubieke inhoud van een luikhoofd wordt verkregen door vermenigvuldiging van de inwendige lengte met de gemiddelde…
  • Artikel 56De gezamenlijke inhoud van de luikhoofden bestaat uit de som van de kubieke inhouden van alle luikhoofden, die toegang…
  • Artikel 57De volgende op- en boven het bovendek gelegen ruimten, moeten niet in de bruto-inhoud begrepen worden, mits zij…
  • Artikel 58Behoudens de in artikel 51 genoemde voorwaarden zullen als een uitzondering op de in artikel 50 gegeven algemene regel…
  • Artikel 59Open bovenbouw en open shelterdekruimten, als omschreven in artikel 58, moeten steeds worden gemeten en in de…
  • Artikel 60Een gesloten bovenbouw mag, op schepen, die korte reizen maken — ongeacht de voorschriften van het eerste lid van…

Part IV Measurement and Calculation of Deductions under Rule I

  • Artikel 61De tekst van de vertaling is niet beschikbaar.
  • Artikel 62De tekst van de vertaling is niet beschikbaar.
  • Artikel 63De tekst van de vertaling is niet beschikbaar.
  • Artikel 64Reservehutten mogen niet afgetrokken worden.
  • Artikel 65De ruimten, genoemd in de artikelen 66 tot en met 71, zullen volgens de letter van deze voorschriften geacht worden te…
  • Artikel 66Ruimten, die uitsluitend worden gebruikt voor de besturing van het schip en welke nog niet vrijgesteld zijn volgens…
  • Artikel 67Onverminderd de voorschriften van artikel 79 betreffende de behandeling van hulpketelruimten, welke beschouwd mogen…
  • Artikel 68In schepen, welke vloeibare lading in de ruimen vervoeren, zal aftrek gegeven worden voor ruimten, welke ingenomen zijn…
  • Artikel 69Behoudens de hieronder bepaalde beperkingen moet elke ruimte, welke uitsluitend voor de berging van bootsmansgoed is…
  • Artikel 70In schepen, welke door zeilen worden voortbewogen, wordt de ruimte, die uitsluitend voor de berging van zeilen is…
  • Artikel 71De tekst van de vertaling is niet beschikbaar.
  • Artikel 72Geen aftrek zal worden verleend voor een in de artikelen 61 tot en met 71 behandelde ruimte, tenzij zij eerst in de…
  • Artikel 73De meting en de berekening van de kubieke inhoud der in artikel 61 tot en met 63 en 66 tot en met 70 behandelde ruimten…
  • Artikel 74Bij schepen met werktuiglijke voortstuwing, waarvoor ruimte vereist wordt, zal een aftrek worden verleend voor…
  • Artikel 75De aftrek voor werktuiglijke voortstuwing moet als volgt worden vastgesteld:
  • Artikel 76De ruimte voor werktuiglijke voortstuwing omvat de volgende onderdelen:
  • Artikel 77Ruimten of delen van ruimten genoemd onder onderdeel d van artikel 76 en bestemd voor het toetreden van licht en lucht…
  • Artikel 78A. De volgende ruimten worden beschouwd als ruimten voor de werktuiglijke voortstuwing:
  • Artikel 79Hulpketels, welke — naar het oordeel van de betrokken nationale centrale scheepsmetingsautoriteit — nodig zijn voor- en…
  • Artikel 80De meting van ruimten voor de werktuiglijke voortstuwing moet als volgt worden uitgevoerd:
  • Artikel 81a. Lengte der ruimten onder de bovenkant van de hoofdruimte.
  • Artikel 82Indien de ruimten voor de werktuiglijke voortstuwing zijn gemeten, als in artikel 80 is aangegeven en de beperkingen…
  • Artikel 83De twee voorbeelden, betrekking hebbende op twee schroefschepen, geven meer gedetailleerde aanwijzingen, wat de…

Part V Measurement and Calculation of Tonnage under Rule II

  • Artikel 84Indien overeenkomstig het tweede lid van artikel 2 Regel II wordt toegepast moet de meting van de ruimte onder het…
  • Artikel 85De kubieke inhoud der ruimte onder het bovenste dek wordt berekend door de halve omvang en de halve grootste breedte…
  • Artikel 86Bij toepassing van Regel II zal geen meting van dubbele bodemtanks plaats hebben.
  • Artikel 87Behoudens de bepalingen van artikel 88 zullen ruimten op- of boven het bovenste dek (bak, verhoogd dek, dekhuizen…
  • Artikel 88De meting van alle afzonderlijke delen van de bovenbouw en van luikhoofden op- of boven het bovenste dek zal geschieden…
  • Artikel 89De inhoud van de ruimten, welke voor aftrek in aanmerking komen, genoemd in artikel 7, moeten volgens het bepaalde in…

Part VI Identification Dimensions

  • Artikel 90De signalements-lengte 1) Indien de meetlengte bepaald is, kan de signalementslengte gemakkelijk gevonden worden door…
  • Artikel 91De signalements-afmetingen voor schepen volgens Regel II gemeten zijn:
  • Artikel 92De „lengte over alles” moet tevens worden vastgesteld.

Uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Omschrijvingen bij artikelen zijn redactioneel of de openingszin van het artikel. Dit is geen juridisch advies.