Huidige tekst
Artikel 20 Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen
Nadat de meetlengte is vastgesteld, moet de plaats van de middelste dwarsdoorsnede bepaald worden. Dit geschiedt door de halve meetlengte van het achterste punt der lengte af naar voren of van het voorste punt af naar achteren uit te zetten, op dezelfde manier als in artikel 19 is aangegeven. Het midden van de lengte wordt op de lijn en op het dek aangetekend en de afstand van dit midden tot een schot, luikhoofd, enz. bepaald. Men controleert een en ander nu door op dezelfde manier van het middenpunt af de tweede helft der lengte te meten. Indien het eind van de halve lengte samenvalt met het eindpunt van de meetlengte, is de lengte zuiver gemeten en de plaats van de middelste dwarsdoorsnede goed aangetekend. Indien de twee punten niet samenvallen, moet de meetlengte hermeten worden. Een andere methode is de plaatsen van de verschillende dwarsdoorsneden, als aangegeven in artikel 21, te bepalen door op het dek de afstanden der deelpunten van elk eindpunt der meetlengte af uit te zetten. De plaats van de middelste dwarsdoorsnede wordt gevonden, waar de plaatsen van de aldus bepaalde doorsneden midscheeps samenvallen.