Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken

EEX

Huidige tekst

Artikel 6 EEX

Geldt sinds 1 december 1998

Deze verweerder kan ook worden opgeroepen: 1. indien er meer dan één verweerder is: voor het gerecht van de woonplaats van een hunner; 2. bij een vordering tot vrijwaring of bij een vordering tot voeging of tussenkomst: voor het gerecht waarvoor de oorspronkelijke vordering aanhangig is, tenzij de vordering slechts is ingesteld om de opgeroepene af te trekken van de rechter die de wet hem toekent; 3. ten aanzien van een tegeneis die voortspruit uit de overeenkomst of uit het rechtsfeit waarop de oorspronkelijke eis is gegrond: voor het gerecht waar deze laatste aanhangig is; 4. ten aanzien van een verbintenis uit overeenkomst, indien de vordering vergezeld kan gaan van een zakelijke vordering betreffende een onroerend goed tegen dezelfde verweerder: voor de gerechten van de Verdragsluitende Staat waarin het onroerend goed gelegen is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:610Parket bij de Hoge Raad, 19 juni 2026 (internationaal privaatrecht)

    IPR. Internationale bevoegdheid. Aansprakelijkheid i.v.m. mededingingsinbreuk in Brazilië. Uitleg van art. 7 lid 1 Rv volgens rechtspraak HvJ EU m.b.t. art. 8 sub 1 Brussel I-bis? Geldt een…

  • ECLI:NL:PHR:2021:834Parket bij de Hoge Raad, 17 september 2021 (burgerlijk procesrecht)

    Art. 3:305a BW (oud). Procesrecht. Collectieve actie stichting ten behoeve van slachtoffers van storting afvalstoffen in Ivoorkust. Rechtsmacht Nederlandse rechter o.g.v. art. 8 onder 1 Verordening…

  • ECLI:NL:PHR:2019:123Parket bij de Hoge Raad, 11 januari 2019 (internationaal privaatrecht)

    IPR. Rechtsmacht. Art. 7 lid 1 Rv. Maatstaf voor het onderzoek naar de rechtsmacht van de Nederlandse Rechter. Voorwaarden voor toepassing van art. 7 lid 1 Rv.

  • ECLI:NL:PHR:2007:BA9608Parket bij de Hoge Raad, 30 november 2007 (civiel recht)

    Europees octrooi; grensoverschrijdend inbreukverbod bij verweerders in en buiten EEX-gebied; vervolg op HR 19 december 2003, RvdW 2004, 10 en HvJEG 13 juli 2006, zaak nr. C-539/03. Internationale…

  • ECLI:NL:RBLIM:2020:6522Rechtbank Limburg, 2 september 2020 (civiel recht)

    Onbevoegdheidsincident en verzoek tussentijds hoger beroep.

  • ECLI:NL:GHAMS:2019:4260Gerechtshof Amsterdam, 3 december 2019 (civiel recht)

    Beëindiging joint venture (waterkrachtcentrale in Albanië). Rechtsmacht Nederlandse rechter; inhoudelijke herbeoordeling vordering ca. €400 miljoen na niet-erkend Albanees vonnis (art. 431 lid 2 Rv).…

  • ECLI:NL:RBAMS:2019:6792Rechtbank Amsterdam, 16 september 2019 (civiel recht)

    Bevoegdheid. Woonplaats rechtspersoon 1:14 BW. Aangelegenheden filiaal. Relevant aanknopingspunt is e-mailadres.

  • ECLI:NL:RBDHA:2017:10837Rechtbank Den Haag, 20 september 2017 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Intellectuele Eigendom. Octrooirecht. Octrooihouder kan geen beroep doen op ingeroepen prioriteit. Nederlandse deel Europees octrooi vernietigd wegens ontbreken inventiviteit.

48 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.