Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken

EEX

Huidige tekst

Artikel 5 EEX

Geldt sinds 1 december 1998

De verweerder, die zijn woonplaats heeft op het grondgebied van een verdragsluitende Staat, kan in een andere verdragsluitende Staat voor de navolgende gerechten worden opgeroepen: 1. ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst: voor het gerecht van de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd; ten aanzien van individuele verbintenissen uit arbeidsovereenkomst is dit de plaats waar de werknemer gewoonlijk zijn arbeid verricht; wanneer de werknemer niet in een zelfde land gewoonlijk zijn arbeid verricht, kan de werkgever tevens worden opgeroepen voor het gerecht van de plaats waar zich de vestiging bevindt of bevond die de werknemer in dienst heeft genomen; 2. ten aanzien van onderhoudsverplichtingen: voor het gerecht van de plaats, waar de tot onderhoud gerechtigde zijn woonplaats of zijn gewone verblijfplaats heeft of, indien het een bijkomende eis is die verbonden is met een vordering betreffende de staat van personen, voor het gerecht dat volgens zijn eigen wet bevoegd is daarvan kennis te nemen, behalve in het geval dat deze bevoegdheid uitsluitend berust op de nationaliteit van een der partijen; 3. ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad: voor het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan; 4. ten aanzien van een op een strafbaar feit gegronde rechtsvordering tot schadevergoeding of tot teruggave: voor het gerecht waarbij de strafvervolging is ingesteld, zulks voor zover volgens de interne wetgeving dit gerecht van de burgerlijke vordering kennis kan nemen; 5. ten aanzien van een geschil betreffende de exploitatie van een filiaal, van een agentschap of enige andere vestiging: voor het gerecht van de plaats waar zij gelegen zijn. 6 als oprichter, trustee of begunstigde van een trust, die in het leven is geroepen op grond van de wet of bij geschrifte dan wel bij een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst: voor de gerechten van de verdragsluitende Staat op het grondgebied waarvan de trust is gevestigd; 7 ten aanzien van een geschil betreffende de betaling van de beloning wegens de hulp en berging die aan een lading of vracht ten goede is gekomen: voor het gerecht in het rechtsgebied waarvan op deze lading of de daarop betrekking hebbende vracht: a) beslag is gelegd tot zekerheid van deze betaling, of b) daartoe beslag had kunnen worden gelegd, maar borgtocht of andere zekerheid is gesteld; deze bepaling is slechts van toepassing indien wordt beweerd dat de verweerder een recht heeft op de lading of de vracht, of dat hij daarop een zodanig recht had op het tijdstip van deze hulp of berging.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2011:BP9872Parket bij de Hoge Raad, 24 juni 2011 (personen- en familierecht)

    Familierecht. Echtscheiding. Partneralimentatie; slagende klacht dat hof bij vaststelling draagkracht een door de man opgevoerde schuld niet buiten beschouwing had mogen laten op de grond dat niet is…

  • ECLI:NL:HR:2003:AF9714Hoge Raad, 19 december 2003 (civiel recht)

    19 december 2003 Eerste Kamer Nr. C02/228HR en C02/280HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in beide zaken van: 1. ROCHE NEDERLAND B.V. gevestigd te Mijdrecht, 2. de vennootschap naar Amerikaans…

  • ECLI:NL:PHR:2003:AF9714Parket bij de Hoge Raad, 19 december 2003 (civiel recht)

    19 december 2003 Eerste Kamer Nr. C02/228HR en C02/280HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in beide zaken van: 1. ROCHE NEDERLAND B.V. gevestigd te Mijdrecht, 2. de vennootschap naar Amerikaans…

  • ECLI:NL:HR:2003:AF1306Hoge Raad, 14 februari 2003 (civiel recht)

    -

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:17263Rechtbank Den Haag, 15 november 2023 (civiel recht)

    Otjiaha B.V. en haar bestuurder niet aansprakelijk voor gevolgen Iraakse mosterdgasaanvallen, Forafina Beleggingen I B.V. wel Het Nederlandse bedrijf Otjiaha B.V. en haar bestuurder zijn niet…

  • ECLI:NL:RBAMS:2023:6150Rechtbank Amsterdam, 27 september 2023 (burgerlijk procesrecht)

    Rechtbank bevoegd - tussen partijen sprake van consuementenovereenkomst volgens Europese verordening. Rechtbank van consument daarom bevoegd. Instellen van incident onder gegeven omstandigheden en…

  • ECLI:NL:RBZWB:2023:6552Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 september 2023 (verbintenissenrecht)

    Verkoop woning, bemiddelingsovereenkomst gesloten met Belgische makelaar, geen wanprestatie van makelaar, beroep op dwaling slaagt niet.

  • ECLI:NL:RBOVE:2022:1891Rechtbank Overijssel, 28 juni 2022 (civiel recht)

    Kort geding. Recht op eerbiediging van de eer en goede naam versus recht op vrijheid van meningsuiting.

75 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.