Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990

Uitv.reg.IW

Huidige tekst

Artikel 14 Uitv.reg.IW

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Onder het netto-besteedbare inkomen, bedoeld in artikel 13, wordt verstaan het met de in artikel 15, eerste lid, vermelde uitgaven verminderde gezamenlijke bedrag van: a.de aan inhouding van loonbelasting/premie voor de volksverzekeringen onderworpen inkomsten verminderd met de wettelijke inhoudingen, zonder rekening te houden met de daarbij eventueel in mindering gebrachte jonggehandicaptenkorting, bedoeld in hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en de ingehouden pensioenpremies, bijdragen ingevolge een levensloopregeling en premies ziektekostenverzekering; b.uitkeringen voor levensonderhoud ingevolge de artikelen 157, 158 of 404 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek; c.overige inkomsten met uitzondering van: 1°. de uitkeringen ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet; 2°. vervallen; 3°. de kinderopvangtoeslag, bedoeld in hoofdstuk 1, afdeling 2, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, en de tegemoetkomingen ingevolge de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; 4°. de premie, bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel j, van de Participatiewet, alsmede een daarmee naar aard, strekking en omvang overeenkomende premie; 5°. de individuele inkomenstoeslag, bedoeld in artikel 36 van de Participatiewet; 6°. de vergoeding voor de verzorging en opvoeding van een pleegkind in het kader van de Jeugdwet; 7°. het kindgebonden budget, bedoeld in de Wet op het kindgebonden budget; 8°. de huurtoeslag, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet op de huurtoeslag, de krachtens de Participatiewet ontvangen woonkostentoeslag en de zorgtoeslag, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet op de zorgtoeslag; 9°. de inkomsten uit arbeid, bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n, r, y, z en aa, van de Participatiewet, en inkomen uit arbeid dat ingevolge artikel 8, tweede, vijfde, zevende, negende en tiende lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 8, derde, negende, elfde, dertiende en veertiende lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet als inkomen uit arbeid wordt beschouwd; 10°. een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk tot ten hoogste de bedragen, genoemd in artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964.

  2. 2

    Tot de inkomsten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt ook gerekend de voorlopige teruggaaf, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, daaronder begrepen de aanspraak op een zodanige teruggaaf.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2014:3875Raad van State, 29 oktober 2014 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 2 november 2012 heeft de Belastingdienst/Toeslagen [appellant] uitstel verleend voor de terugbetaling van teveel betaalde voorschotten kinderopvangtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden…

  • ECLI:NL:RVS:2014:1614Raad van State, 7 mei 2014 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 23 januari 2012 heeft de Belastingdienst uitstel van betaling verleend aan [appellante] en een betalingsregeling vastgesteld, inhoudende een afbetaling van € 287,00 per maand.

  • ECLI:NL:RVS:2013:1377Raad van State, 2 oktober 2013 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 26 oktober 2011 heeft de Belastingdienst uitstel van betaling verleend aan [appellante] en een betalingsregeling vastgesteld, inhoudende een afbetaling van € 430,00 per maand.

  • ECLI:NL:RBLEE:2012:BW0332Rechtbank Leeuwarden, 10 januari 2012 (bestuursrecht)

    huurtoeslag en zorgtoeslag - betalingsregeling - vierde tranche van de Awb: bestuurlijke geldschulden - betalingscapaciteit - andere schulden

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.