Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990

Uitv.reg.IW

Huidige tekst

Artikel 1f Uitv.reg.IW

Geldt sinds 1 januari 2025

  1. 1

    Indien de ontvanger het op de voet van artikel 1e verleende uitstel van betaling beëindigt omdat zich een in artikel 26, derde lid, van de wet bedoelde omstandigheid voordoet, verleent hij op schriftelijk verzoek van de belastingschuldige kwijtschelding van inkomstenbelasting tot een omvang als in genoemd derde lid bedoeld.

  2. 2

    In de gevallen waarin op de voet van artikel 1e, derde lid, het uitstel van betaling is geëindigd, verleent de ontvanger de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek kwijtschelding van belasting tot een bedrag gelijk aan het dan nog openstaande bedrag.

  3. 3

    In afwijking van het eerste lid is voor kwijtschelding als bedoeld in artikel 26, derde lid, eerste volzin, onderdeel a, van de wet geen schriftelijk verzoek nodig indien de belastingschuldige op het moment dat zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 25, vijfde lid, vierde volzin, van de wet, in een andere lidstaat van de Europese Unie of in Noorwegen, in IJsland, in Liechtenstein of in Zwitserland woont.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2009:BC5201Parket bij de Hoge Raad, 19 juni 2009 (belastingrecht)

    Art. 2.8, lid 2, juncto art. 3.83, lid 1, juncto art. 3.146, lid 3, Wet IB 2001. Art. 2.8, lid 1, juncto art. 2.9, lid 1, Wet IB 2001; art. 9, lid 1, juncto art. 25, lid 5, Iw 1990. Art. 18 Verdrag…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.