Rijksoctrooiwet 1995

ROW 1995

Huidige tekst

Artikel 39 ROW 1995

Geldt sinds 1 september 2001

  1. 1

    De intrekking van een in het octrooiregister ingeschreven octrooiaanvrage heeft tegenover derden geen gevolg, zolang niet onherroepelijk is beslist op rechtsvorderingen ter zake van de aanvrage, die blijkens in het octrooiregister ingeschreven stukken zijn ingesteld.

  2. 2

    Wanneer ingevolge een onherroepelijke beslissing op een rechtsvordering als bedoeld in het eerste lid de aanspraak op octrooi toekomt of mede toekomt aan een ander dan de aanvrager, wordt de intrekking aangemerkt als niet te zijn geschied.

  3. 3

    Het bureau doet van een intrekking aantekening in het octrooiregister.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2008:BD2416Parket bij de Hoge Raad, 11 juli 2008 (civiel recht)

    Octrooirecht. Geschil over het recht op een octrooi (81 RO).

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.