Reglement rijbewijzen

RR

Huidige tekst

Artikel 101 RR

Geldt sinds 17 juli 2021

  1. 1

    Het CBR is bevoegd te vorderen dat de aanvrager, in aanvulling op de vragenlijst of vragenlijsten, of het keuringsverslag, bedoeld in artikel 100, derde lid, zich op eigen kosten laat keuren door een of meer door het CBR aangewezen artsen of andere deskundigen dan wel dat de aanvrager, in aanvulling op de vragenlijst of vragenlijsten, of het keuringsverslag, bedoeld in artikel 100, derde lid, zich onderwerpt aan een technisch onderzoek, verricht door een door het CBR aangewezen deskundige, of aan een rijproef, afgenomen door een door het CBR aangewezen deskundige, indien: a.de door de aanvrager overgelegde gezondheidsverklaring, dan wel de ingevulde vragenlijst of vragenlijsten, of het keuringsverslag indien dat wordt vereist op grond van artikel 100, derde lid, daartoe aanleiding geeft; b.het CBR beschikt over gegevens met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid van de aanvrager, die het vermoeden rechtvaardigen dat de aanvrager niet voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen ten aanzien van de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie of rijbewijscategorieën waarop de aanvraag betrekking heeft; c.tijdens het praktijk-examen het vermoeden is gerezen dat de aanvrager niet voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen ten aanzien van de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie of rijbewijscategorieën waarvoor het praktijk-examen wordt afgelegd.

  2. 2

    De in het eerste lid bedoelde keuring mag slechts betreffen de punten, waaromtrent in de gezondheidsverklaring vragen zijn gesteld, alsmede de punten waaromtrent in de ingevulde vragenlijst of vragenlijsten, of het keuringsverslag indien dat wordt vereist op grond van artikel 100, derde lid, vragen zijn gesteld.

  3. 3

    Het in het eerste lid, aanhef, bedoelde technisch onderzoek en de daar bedoelde rijproef mogen slechts betrekking hebben op de bij ministeriële regeling aangewezen punten van onderzoek.

  4. 4

    Voor de toepassing van het eerste lid kan het CBR bepalen dat in door het CBR bepaalde gevallen met een modelrapport van een specialist wordt gelijkgesteld een niet langer dan zes maanden voor de aanvraag afgegeven rapport dat aan door het CBR vast te stellen eisen voldoet.

  5. 5

    De in het eerste lid bedoelde vordering wordt op een door het CBR bepaalde wijze door het CBR gedaan: a.in de gevallen, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken, na ontvangst van de overgelegde gezondheidsverklaring, dan wel de ingevulde vragenlijst of vragenlijsten, of het keuringsverslag; b.in de gevallen, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken, na het praktijkexamen.

  6. 6

    Indien aanvrager niet komt opdagen voor het in het eerste lid bedoelde technische onderzoek of rijproef zonder dat hij daarvoor een naar het oordeel van het CBR geldige reden heeft opgegeven, is aanvrager een door het CBR vastgesteld bedrag verschuldigd. Een nieuwe datum voor bedoeld technisch onderzoek of rijproef wordt eerst vastgesteld nadat betaling van dit bedrag aan het CBR heeft plaatsgevonden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:4595Rechtbank Amsterdam, 3 juli 2025 (bestuursprocesrecht)

    Beroep ongegrond. Eiseres kan niet meer geschikt worden bevonden voor het besturen van motorrijtuigen en haar rijbewijs blijft ongeldig. Eiseres werkt niet mee aan herkeuring. CBR heeft op goede…

  • ECLI:NL:RBROT:2025:2962Rechtbank Rotterdam, 10 maart 2025 (bestuursprocesrecht)

    Varia. Het CBR heeft het bezwaar van eiseres terecht niet-ontvankelijk verklaard, omdat sprake is van een voorbereidingsbeslissing (verwijzing naar een oogarts). Hiertegen kan niet afzonderlijk…

  • ECLI:NL:RBNNE:2024:592Rechtbank Noord-Nederland, 16 februari 2024 (bestuursrecht)

    Varia. Wegenverkeerswet 1994. Na het indienen van een gezondheidsverklaring, wordt eiser voor nader onderzoek doorverwezen naar een psychiater alcohol. Op grond van diens conclusies deelt het CBR mee…

  • ECLI:NL:RBZWB:2023:352Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 januari 2023 (bestuursrecht)

    Verzoeker niet meer rijgeschikt. Verzoek voorlopige voorziening afgewezen.

  • ECLI:NL:RBGEL:2022:4020Rechtbank Gelderland, 28 juli 2022 (bestuursrecht)

    Afwijzing van een verzoek om een voorlopige voorziening. Het CBR heeft drie besluiten genomen. Bij besluit 1 heeft het CBR besloten dat verzoekster een onderzoek moet laten doen naar haar…

  • ECLI:NL:RVS:2022:1433Raad van State, 18 mei 2022 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 25 mei 2020 heeft de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het rijbewijs van [appellant] vanaf 1 juni 2020 ongeldig verklaard. [appellant] is op 4 november 2019…

  • ECLI:NL:RBZWB:2021:3966Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 augustus 2021 (bestuursrecht)

    WVW

  • ECLI:NL:RBROT:2021:6551Rechtbank Rotterdam, 8 juli 2021 (bestuursrecht)

    “Afwijzing verzoek schadevergoeding CBR.”

18 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.