Politiewet 2012

Huidige tekst

Artikel 7 Politiewet 2012

Geldt sinds 1 januari 2023

  1. 1

    De ambtenaar van politie die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, is bevoegd in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening geweld of vrijheidsbeperkende middelen te gebruiken, wanneer het daarmee beoogde doel dit, mede gelet op de aan het gebruik hiervan verbonden gevaren, rechtvaardigt en dat doel niet op een andere wijze kan worden bereikt. Aan het gebruik van geweld gaat zo mogelijk een waarschuwing vooraf.

  2. 2

    De ambtenaar van politie, bedoeld in het eerste lid, heeft toegang tot elke plaats, voor zover dat voor het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven, redelijkerwijs nodig is.

  3. 3

    De ambtenaar van politie, bedoeld in het eerste lid, is bevoegd tot het onderzoek aan de kleding van personen en het onderzoek van de voorwerpen die personen bij zich dragen of met zich mee voeren bij de uitoefening van een hem wettelijk toegekende bevoegdheid of bij een handeling ter uitvoering van de politietaak, indien uit feiten of omstandigheden blijkt dat een onmiddellijk gevaar dreigt voor hun leven of veiligheid of die van de ambtenaar zelf of van derden, en dit onderzoek noodzakelijk is ter afwending van dit gevaar.

  4. 4

    De ambtenaar van politie, bedoeld in het eerste lid, is bevoegd een te vervoeren of in te sluiten persoon aan zijn kleding te onderzoeken op de aanwezigheid van voorwerpen die een gevaar voor de veiligheid van betrokkene of voor anderen kunnen vormen, alsmede daartoe de voorwerpen te onderzoeken die betrokkene bij zich draagt of met zich mee voert.

  5. 5

    Het hoofd van het territoriale onderdeel, bedoeld in artikel 13, eerste lid, zijn plaatsvervanger of de ambtenaar van politie, belast met de leiding over de zorg voor ingeslotenen, kan bepalen dat een in te sluiten of ingesloten persoon bij binnenkomst of bij het verlaten van een politiecel of een politiecellencomplex, voorafgaand aan of na afloop van bezoek, dan wel indien dit anderszins noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in het politiebureau of het cellencomplex, aan zijn lichaam wordt onderzocht. Artikel 29, derde, vierde en vijfde lid, van de Penitentiaire beginselenwet is van overeenkomstige toepassing.

  6. 6

    De officier van justitie kan bepalen dat een in te sluiten of ingesloten persoon in het lichaam wordt onderzocht, indien dit noodzakelijk is ter afwending van ernstig gevaar voor de handhaving van de orde of de veiligheid in het politiebureau of het cellencomplex dan wel voor de gezondheid van de ingeslotene. Het onderzoek in het lichaam wordt verricht door een arts of, in diens opdracht, door een verpleegkundige. Artikel 31, derde lid, van de Penitentiaire beginselenwet is van overeenkomstige toepassing.

  7. 7

    De uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste tot en met zesde lid, dient in verhouding tot het beoogde doel redelijk en gematigd te zijn.

  8. 8

    Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de militair van de Koninklijke marechaussee, indien hij optreedt in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, en op de militair van enig ander onderdeel van de krijgsmacht die op grond van deze wet bijstand verleent. Het vijfde en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien een persoon wordt of is ingesloten door de Koninklijke marechaussee, met dien verstande dat de beslissing, bedoeld in het vijfde lid, eerste volzin, wordt genomen door de commandant van de betrokken brigade, zijn plaatsvervanger of de militair van de Koninklijke marechaussee, belast met de zorg voor ingeslotenen.

  9. 9

    Onze Minister kan bepalen dat de in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering bedoelde buitengewone opsporingsambtenaren, voor zover door hem hetzij in persoon, hetzij per categorie of eenheid aangewezen, de bevoegdheden omschreven in het eerste, derde en vierde lid kunnen uitoefenen. Alsdan wordt met overeenkomstige toepassing van artikel 9 een ambtsinstructie voor hen vastgesteld.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2025:773Hoge Raad, 27 mei 2025 (strafrecht)

    Wederspannigheid (art. 180 Sr). Heeft verdachte zich verzet tegen opsporingsambtenaren ‘werkzaam in rechtmatige uitoefening van hun bediening’, nu zij woning van verdachte onrechtmatig zijn…

  • ECLI:NL:PHR:2025:328Parket bij de Hoge Raad, 18 maart 2025 (strafrecht)

    Conclusie plv. AG. Art. 180 Sr. Middel bevat klacht dat het hof onterecht het bestanddeel “in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening” heeft bewezenverklaard, nu het ook heeft geoordeeld dat…

  • ECLI:NL:PHR:2024:606Parket bij de Hoge Raad, 2 juli 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG.Binnentreden ter voorkoming of bestrijding van ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen of goederen. Art.7 Politiewet jo. art. 2 lid 3 Awbi. Het middel, dat klaagt…

  • ECLI:NL:PHR:2024:708Parket bij de Hoge Raad, 16 april 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Medeplegen van wederspannigheid met lichamelijk letsel ten gevolge (art. 181 Sr). Volgens de AG is de strafverzwaringsgrond uit art. 181, onder 1°, Sr alleen van toepassing op de…

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:7833Rechtbank Limburg, 5 augustus 2026 (verbintenissenrecht)

    Politiegeweld. Onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). Artikel 7 Politiewet. Proportionaliteit en subsidiariteit. Rechtvaardigingsgrond aanwezig. Vorderingen afgewezen.

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:4560Rechtbank Midden-Nederland, 21 juli 2026 (strafrecht)

    Uitspraak van de Blauwe Kamer. De verdachte is vrijgesproken van de ten laste gelegde mishandeling. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte het slachtoffer in de gegeven omstandigheden aan zijn…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:2240Rechtbank Noord-Nederland, 11 juni 2026 (strafrecht)

    De rechtbank veroordeelt verdachte wegens de handel in verdovende middelen en verboden wapen- en munitiebezit tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 15 maanden voorwaardelijk, met een…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:4403Rechtbank Gelderland, 3 juni 2026 (strafrecht)

    Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten. Bedreiging van een man op de openbare weg met een zakmes, medeplegen van diefstal van een auto, het tweemaal belediging van…

161 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.