Mijnbouwwet

Huidige tekst

Artikel 47 Mijnbouwwet

Geldt sinds 1 mei 2024

  1. 1

    Onze Minister kan bepalen dat de houder van een vergunning als bedoeld in de artikelen 6 en 25, van een startvergunning aardwarmte of van een vervolgvergunning aardwarmte, binnen een door Onze Minister vast te stellen termijn zekerheid stelt aan de Staat der Nederlanden voor het verwijderen van een mijnbouwwerk.

  2. 2

    De zekerheid wordt gesteld vanaf een tijdstip, voor een bedrag, met een termijn en op een wijze die Onze Minister voldoende acht.

  3. 3

    Onze Minister kan een last onder dwangsom opleggen voor de handhaving van het eerste lid.

  4. 4

    Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de houder van een ontheffing als bedoeld in artikel 44b, eerste lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:5519Rechtbank Den Haag, 18 april 2024 (omgevingsrecht)

    Uitspraak van de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag in de beroepen tegen een nieuw gaswinningsproject op de Noordzee (project N05-A). Om deze gaswinning mogelijk te maken heeft verweerder…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.