Mijnbouwwet

Huidige tekst

Artikel 149 Mijnbouwwet

Geldt sinds 1 januari 2010

  1. 1

    Indien de houder van een winningsvergunning als bedoeld in artikel 143 of zijn rechtsvoorganger voor de inwerkingtreding van deze wet een overeenkomst met de staat heeft gesloten omtrent het opslaan van stoffen, waarvoor bij de inwerkingtreding van deze wet op grond van artikel 25 een vergunningsplicht geldt, verkrijgt de houder op dat moment van rechtswege een opslagvergunning.

  2. 2

    Onze Minister stelt binnen drie maanden na de inwerkingtreding van deze wet de bij de vergunning behorende beperkingen en voorschriften vast. De beperkingen en voorschriften worden afgestemd op de in het eerste lid bedoelde overeenkomst. De overeenkomst vervalt op het tijdstip waarop de beperkingen en voorschriften onherroepelijk van kracht worden.

  3. 3

    Artikel 26, derde lid, alsmede hoofdstuk 3a zijn niet van toepassing op de houder van een winningsvergunning als bedoeld in het eerste lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.