Mijnbouwwet

Huidige tekst

Artikel 44 Mijnbouwwet

Geldt sinds 1 mei 2024

  1. 1

    De houder van een vergunning als bedoeld in de artikelen 6 en 25, van een startvergunning aardwarmte of van een vervolgvergunning aardwarmte meldt binnen vier weken nadat een mijnbouwwerk buiten werking is, aan Onze Minister om welke reden het mijnbouwwerk buiten werking is en welke maatregelen zijn of worden genomen, tenzij het mijnbouwwerk tijdelijk buiten werking is in een geval dat krachtens artikel 49, vierde lid, is aangewezen.

  2. 2

    De houder van een vergunning verwijdert een mijnbouwwerk dat buiten werking is, tenzij het mijnbouwwerk tijdelijk buiten werking is in een geval als bedoeld in het eerste lid.

  3. 3

    De houder van een vergunning overlegt binnen een jaar nadat een mijnbouwwerk buiten werking is, aan Onze Minister een verwijderingsplan, tenzij het mijnbouwwerk tijdelijk buiten werking is in een geval als bedoeld in het eerste lid.

  4. 4

    De verplichtingen, bedoeld in het tweede en derde lid, zijn mede van toepassing op het verwijderen van verontreinigde grond, verontreinigd grondwater, verontreinigingen op of in oppervlaktewater, afval, waaronder schroot, en andere materialen, die in het gebied of in de naaste omgeving van het mijnbouwwerk zijn terechtgekomen bij het aanleggen of exploiteren van het mijnbouwwerk.

  5. 5

    Het eerste, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op een gedeelte van een mijnbouwwerk, waaronder een boorgat, dat buiten werking is in de gevallen, die krachtens artikel 49, vierde lid, zijn aangewezen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:1099Parket bij de Hoge Raad, 8 december 2023 (belastingrecht)

    WOZ-waarde van een [A]-locatie; hoe zit het met de werktuigenuitzondering, de abandonneringskosten en de correcties wegens technische en functionele veroudering. Deze zaak gaat over de WOZ-waardering…

  • ECLI:NL:PHR:2023:1119Parket bij de Hoge Raad, 8 december 2023 (belastingrecht)

    WOZ-waarde van een [A]-locatie; hoe zit het met de werktuigenuitzondering, de abandonneringskosten en de correcties wegens technische en functionele veroudering. Deze zaak gaat over de WOZ-waardering…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:3710Rechtbank Noord-Nederland, 25 augustus 2026 (bestuursprocesrecht)

    Wet explosieven voor civiel gebruik. Amtshalve vovo. Gelet op artikel 18, derde lid, van de Wecg had de minister van Economische Zaken en Klimaat in de plaats van de korpschef moeten treden. Daaruit…

  • ECLI:NL:RBDHA:2022:11263Rechtbank Den Haag, 1 november 2022 (bestuursrecht)

    Beroepen tegen besluit waarbij verweerder gedeeltelijk heeft ingestemd met het winningsplan voor de winning van magnesiumzout in de provincie Groningen. Verweerder heeft geen instemming verleend voor…

  • ECLI:NL:RVS:2021:1609Raad van State, 21 juli 2021 (omgevingsrecht)

    Uitspraak over het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat om de winning van gas uit het Groningenveld voor het gasjaar 2020-2021 vast te stellen op 8,1 miljard kubieke meter. Dat is…

  • ECLI:NL:RBNNE:2017:5257Rechtbank Noord-Nederland, 27 juni 2017 (civiel recht)

    De rechtbank is voornemens prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad in een zogenoemde NAM-zaak. Partijen worden in de gelegenheid gesteld op de door de rechtbank voorgestelde vragen te…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.