Mijnbouwwet

Huidige tekst

Artikel 26b Mijnbouwwet

Geldt sinds 10 september 2011

  1. 1

    Zodra een aanvraag om een opslagvergunning is ingediend, worden anderen in de gelegenheid gesteld om aanvragen om een opslagvergunning in te dienen voor hetzelfde gebied.

  2. 2

    Onze Minister plaatst hiertoe een uitnodiging in de Staatscourant. De uitnodiging maakt melding van het bepaalde in artikel 17 dan wel, indien het permanent opslaan van CO 2 betreft, van het bepaalde in artikel 31c, derde tot en met vijfde lid.

  3. 3

    Anderen kunnen aanvragen indienen tot dertien weken na de dag van plaatsing van de uitnodiging in de Staatscourant.

  4. 4

    De procedure, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, wordt niet toegepast met betrekking tot: a.een aanvraag die wordt ingediend overeenkomstig het derde lid; b.vergunningen waarop artikel 26, eerste of tweede lid, van toepassing is; c.een aanvraag voor een gebied waarvoor op grond van artikel 26, zesde lid, geen vergunning zal kunnen worden verleend; d.een aanvraag voor een vergunning voor permanent opslaan van CO 2 waarop artikel 26a van toepassing is.

  5. 5

    Het eerste tot en met het vierde lid, onderdeel a en c, is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag voor een vergunning voor opsporen van CO 2 -opslagcomplexen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.