Mijnbouwwet

Huidige tekst

Artikel 167i Mijnbouwwet

Geldt sinds 1 juli 2023

  1. 1

    Een winningsvergunning voor aardwarmte afgegeven voor 1 januari 2020 waarvoor nog geen instemming met een winningsplan is verleend, wordt met ingang van de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 2a beschouwd als een startvergunning aardwarmte.

  2. 2

    Een verzoek om instemming met een winningsplan door een houder van een winningsvergunning voor aardwarmte afgegeven voor 1 januari 2020, wordt met ingang van de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 2a beschouwd als een aanvraag voor een vervolgvergunning aardwarmte. Indien over een verzoek om instemming met een winningsplan voor aardwarmte al adviezen zijn ingewonnen of de procedure, bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is gevolgd, worden niet opnieuw adviezen ingewonnen of wordt niet opnieuw de procedure, bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd.

  3. 3

    De houder van de in het eerste lid bedoelde winningsvergunning voor aardwarmte is verplicht binnen twee jaar een aanvraag om een vervolgvergunning aardwarmte in te dienen. Na het verstrijken van deze termijn, vervalt de winningsvergunning aardwarmte. Onze Minister kan deze termijn op aanvraag van de houder van de in het eerste lid bedoelde winningsvergunning voor aardwarmte eenmaal met een jaar verlengen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.