Besluit voorkoming dubbele belasting 2001

Bvdb

Huidige tekst

Artikel 24 Bvdb

Geldt sinds 1 januari 2023

Vermindering belasting bij buitenlands voordeel uit sparen en beleggen 1 De in artikel 22 bedoelde vrijstelling voor buitenlands voordeel uit sparen en beleggen wordt toegepast door een vermindering te verlenen op de verschuldigde inkomstenbelasting. 2 De in het eerste lid bedoelde vermindering is gelijk aan het bedrag dat tot de belasting die zonder de toepassing van dit besluit volgens de Wet inkomstenbelasting 2001 over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen verschuldigd zou zijn, in dezelfde verhouding staat als het rendement van de rendementsgrondslag in het buitenland staat tot het noemerinkomen. De vermindering kan, met inachtneming van de verminderingen volgens andere regelen ter voorkoming van dubbele belasting, niet meer bedragen dan de belasting die zonder de toepassing van dit besluit volgens de Wet inkomstenbelasting 2001 over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen verschuldigd zou zijn. 3 Indien de belastingplichtige niet het gehele jaar binnenlands belastingplichtige is, wordt voor de in het tweede lid bedoelde vermindering het naar tijdsgelang herleide rendement, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de rendementsgrondslag in het buitenland over de periode dat hij in Nederland woonde in aanmerking genomen. Gedeelten van kalendermaanden worden hierbij verwaarloosd. Als noemerinkomen geldt de som van het naar tijdsgelang herleide noemerinkomen over de periode dat de belastingplichtige in Nederland woonde en het naar tijdsgelang herleide belastbare inkomen uit sparen en beleggen in Nederland over de periode dat hij niet in Nederland woonde. 4 Onder de belasting die zonder de toepassing van dit besluit volgens de Wet inkomstenbelasting 2001 verschuldigd zou zijn over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen wordt verstaan: de over het kalenderjaar berekende belasting op het belastbare inkomen uit sparen en beleggen, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001. 5 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: a.het rendement van de rendementsgrondslag in het buitenland: het bedrag dat tot het voordeel uit sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, in dezelfde verhouding staat als het op de voet van artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 bepaalde rendement van de bezittingen in het buitenland na vermindering met het op de voet van dat lid bepaalde rendement van de schulden in verband met die bezittingen staat tot het op de voet van artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 bepaalde rendement berekend over de rendementsgrondslag, bedoeld in artikel 5.3, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001; b.het noemerinkomen: het belastbare inkomen uit sparen en beleggen. 6 In afwijking van het vijfde lid, wordt, indien het inkomen van een belastingplichtige hoofdzakelijk uit een Mogendheid afkomstig is en die Mogendheid bij de belastingheffing van het inkomen de persoonlijke- en gezinssituatie van de belastingplichtige volledig in aanmerking neemt, of op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gehouden is de persoonlijke- en gezinssituatie volledig in aanmerking te nemen, het noemerinkomen vermeerderd met de op het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen in het jaar in mindering gebrachte persoonsgebonden aftrek. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een Mogendheid, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die als zij een zodanige lidstaat zou zijn, gehouden zou zijn om op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie de persoonlijke- en gezinssituatie volledig in aanmerking te nemen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2024:704Hoge Raad, 6 juni 2024 (belastingrecht)

    Art. 14 EVRM; art. 1 EP; art. 5.2 Wet IB 2001; Wet rechtsherstel box 3 (Herstelwet) Vermogensrendementsheffing ook onder de Herstelwet strijdig met art. 1 EP in combinatie met art. 14 EVRM.…

  • ECLI:NL:HR:2024:705Hoge Raad, 6 juni 2024 (belastingrecht)

    Art. 14 EVRM; art. 1 EP; art. 5.2 Wet IB 2001; Wet rechtsherstel box 3 (Herstelwet) Vermogensrendementsheffing ook onder de Herstelwet strijdig met art. 1 EP in combinatie met art. 14 EVRM. Werkelijk…

  • ECLI:NL:PHR:2024:138Parket bij de Hoge Raad, 9 februari 2024 (belastingrecht)

    Bijlage: ECLI:NL:PHR:2024:1 Art. 5.2 Wet IB 2001. Box 3. Kerstarrest. Wet rechtsherstel box 3. Kan de Wet rechtsherstel box 3 meebrengen dat niet langer sprake is van een EVRM-schending in een geval…

  • ECLI:NL:GHDHA:2025:2400Gerechtshof Den Haag, 16 oktober 2025 (belastingrecht)

    IB/PVV 2019; Wet rechtsherstel box 3; aftrek elders belast inkomen. Het voordeel uit sparen en beleggen moet worden berekend met toepassing van artikel 5.2 Wet IB 2001 ook al is het te betalen…

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:231Gerechtshof Amsterdam, 23 januari 2025 (belastingrecht)

    Box 3; bepaling werkelijk rendement box 3. Box 3; voorkoming dubbele belasting voor tweede woning onder verdrag met autonome regeling, i.c. Spanje. Vermindering mag per box worden bepaald (en dus…

  • ECLI:NL:GHDHA:2024:316Gerechtshof Den Haag, 21 februari 2024 (belastingrecht)

    Aanslag IB/PVV 2018. Box 3-heffing. Bij de berekening van de aftrek ter voorkoming dubbele belasting is de waarde van de woning terecht gesaldeerd met de lening. Het forfaitair berekende rendement is…

  • ECLI:NL:GHARL:2023:5574Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 4 juli 2023 (belastingrecht)

    IB/PVV. Box 3. Jaar 2017. Hof vermindert aanslag omdat werkelijk rendement lager is dan op grond van Wet IB 2001 en Wet rechtsherstel box 3 berekend forfaitair rendement.

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:14120Rechtbank Den Haag, 10 mei 2023 (belastingrecht)

    Zowel de Wet rechtsherstel box 3 als compensatie op basis van werkelijk behaald rendement leidt in het onderhavige geval niet tot een vermindering van de aanslag. Niet gebleken dat sprake is van een…

12 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.