Besluit voorkoming dubbele belasting 2001

Bvdb

Huidige tekst

Artikel 9 Bvdb

Geldt sinds 1 januari 2016

Buitenlands inkomen uit werk en woning uit een andere Mogendheid 1 Het buitenlandse inkomen uit werk en woning uit een andere Mogendheid bestaat uit het gezamenlijke bedrag van hetgeen de belastingplichtige als bestanddeel van het inkomen uit werk en woning uit die Mogendheid geniet als: a.belastbare winst uit buitenlandse onderneming, zijnde een onderneming die, of het gedeelte van een onderneming dat, wordt gedreven met behulp van een vaste inrichting binnen het gebied van de andere Mogendheid; b.belastbaar loon ter zake van het binnen het gebied van de andere Mogendheid in privaatrechtelijke dienstbetrekking verrichten of hebben verricht van arbeid; c.belastbaar loon ter zake van het in publiekrechtelijke dienstbetrekking tot een binnen het gebied van de andere Mogendheid gevestigde publiekrechtelijke rechtspersoon verrichten of hebben verricht van arbeid, waarbij het loon ten laste komt van die rechtspersoon of van een door zulk een rechtspersoon in het leven geroepen fonds; d.opbrengsten, verminderd met de in aftrek te brengen kosten, van onroerende zaken die binnen het gebied van de andere Mogendheid zijn gelegen of van rechten waaraan deze zijn onderworpen; e.belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen op grond van een publiekrechtelijke regeling ten laste van een binnen het gebied van de andere Mogendheid gevestigde publiekrechtelijke rechtspersoon of van een door een zodanige rechtspersoon in het leven geroepen fonds, voorzover deze inkomensbestanddelen zijn onderworpen aan een belasting naar het inkomen die vanwege die andere Mogendheid wordt geheven. 2 Werkzaamheden die in het kader van een onderneming worden verricht gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 30 dagen in, op of boven het winningsgebied van de andere Mogendheid, vormen een buitenlandse onderneming. Het winningsgebied van de andere Mogendheid bestaat uit de territoriale zee van die Mogendheid alsmede het buiten de territoriale zee gelegen deel van de zeebodem en de ondergrond daarvan, voorzover die andere Mogendheid daar op grond van het internationale recht rechten mag uitoefenen op het gebied van de exploratie en exploitatie van natuurlijke rijkdommen. 3 Bij het bepalen van de winst uit een buitenlandse onderneming worden aan die buitenlandse onderneming de voordelen toegerekend die deze geacht zou worden te behalen – in het bijzonder bij haar handelen met andere onderdelen van de onderneming –, indien zij een zelfstandige en onafhankelijke onderneming zou zijn, die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden, hierbij in aanmerking nemende de door de belastingplichtige door middel van de buitenlandse onderneming en andere delen van de onderneming uitgeoefende functies, gebruikte activa en gelopen risico’s. 4 Het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde loon wordt bij arbeid die korter dan dertig dagen aaneengesloten binnen het gebied van de andere Mogendheid is verricht, alleen beschouwd te zijn onderworpen aan een belasting naar het inkomen die vanwege die Mogendheid wordt geheven indien blijkt dat ter zake hiervan aan die Mogendheid belasting is betaald. 5 In afwijking in zoverre van het eerste lid, onderdeel c, is, indien het aldaar bedoelde loon wordt genoten ter zake van het verrichten of verricht hebben van arbeid ten behoeve van een onderneming, op dit loon het bepaalde in het eerste lid, onderdeel b, van toepassing. 6 In afwijking in zoverre van het eerste lid behoren door een belastingplichtige verkregen voordelen en inkomsten uit het door de belastingplichtige of een ander als artiest of sportbeoefenaar verrichten van persoonlijke werkzaamheden binnen het gebied van de andere Mogendheid, niet tot het buitenlandse inkomen uit werk en woning uit die Mogendheid. 7 Indien de belastingplichtige de onderneming van een vennootschap waarvan hij aandelen of winstbewijzen houdt, in het kader van de ontbinding van die vennootschap met toepassing van artikel 14c van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, voortzet of mede voortzet, wordt op het tijdstip van voortzetting mede als winst uit buitenlandse onderneming uit een Mogendheid aangemerkt 20/45 deel van het aan het aandeel van de belastingplichtige in de vennootschap toe te rekenen deel van het volgens artikel 34 zoals dat luidde op 31 december 2011, vastgestelde bedrag aan winst uit buitenlandse onderneming uit die Mogendheid van de vennootschap na toepassing van genoemd artikel 14c, tweede lid. 8 In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt tot het buitenlandse inkomen uit werk en woning uit een andere Mogendheid niet gerekend, het door een belastingplichtige genoten belastbare loon ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een zee- of luchtvaartuig in het internationale verkeer dat wordt geëxploiteerd door een onderneming waarvan de werkelijke leiding is gevestigd in een andere Mogendheid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2013:BZ6878Parket bij de Hoge Raad, 14 maart 2013 (belastingrecht)

    Belanghebbende is bestuurder van A en heeft een belang in zijn werkgever verworven. De verwerving is in Nederland aangemerkt als loon uit dienstbetrekking. Op grond van een salary split is 15% (€…

  • ECLI:NL:PHR:2012:BR6377Parket bij de Hoge Raad, 13 juli 2012 (belastingrecht)

    Artikel 49 VWEU. Geen inbreuk op vrijheid van vestiging. Dubbele belasting. Artikelen 9, lid 1, en 10, lid 2, Bvdb 2001. Artikel 3:79a Wet IB 2001. MKB-winstvrijstelling moet (naar evenredigheid) in…

  • ECLI:NL:HR:2011:BP2281Hoge Raad, 13 mei 2011 (belastingrecht)

    Art. 38, lid 2, AWR. Arbeid die gedurende ten minste drie aaneengesloten maanden wordt verricht. Toerekening verlof aan specifieke arbeid.

  • ECLI:NL:PHR:2011:BP2281Parket bij de Hoge Raad, 13 mei 2011 (belastingrecht)

    Art. 38, lid 2, AWR. Arbeid die gedurende ten minste drie aaneengesloten maanden wordt verricht. Toerekening verlof aan specifieke arbeid.

  • ECLI:NL:GHARL:2025:3001Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13 mei 2025 (belastingrecht)

    IB/PVV. Tegemoetkoming ter voorkoming van dubbele belasting.

  • ECLI:NL:RBZWB:2024:3270Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16 mei 2024 (belastingrecht)

    Aftrek wegens elders belast loon; bijtelling privégebruik auto

  • ECLI:NL:GHARL:2024:3200Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 7 mei 2024 (belastingrecht)

    IB/PVV. Rijnvarende. Premieheffing volksverzekeringen.

  • ECLI:NL:GHARL:2024:3202Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 7 mei 2024 (belastingrecht)

    IB/PVV. Rijnvarende. Premieheffing volksverzekeringen.

23 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.