Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000

BVRB

Huidige tekst

Artikel 40 BVRB

Geldt sinds 1 februari 2026

  1. 1

    Gerechtsdeurwaarders aan wie in een zaak waarin op grond van een toevoeging rechtsbijstand wordt verleend dan wel waarin een verklaring is afgegeven overeenkomstig artikel 7, derde lid, onder e van de wet waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de bepalingen van hoofdstuk V, afdeling 1 van de wet, het uitbrengen van een exploot of het opmaken van een proces-verbaal is opgedragen, of die bijstand hebben verleend bij de tenuitvoerlegging van de in een zodanige zaak gegeven uitspraak, ontvangen van rijkswege 75% van het bedrag dat zij volgens het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders zouden hebben mogen berekenen, met dien verstande dat de verschotten voor rekening van de opdrachtgever blijven.

  2. 2

    Gerechtsdeurwaarders die overeenkomstig het eerste lid aan een rechtsbijstandverlener bijstand hebben verleend, zenden met een afschrift van het exploot of de akte, vermeldende dat in de desbetreffende zaak rechtsbijstand is verleend, een aanvraag in voor vergoeding van de verrichte werkzaamheden bij een door Onze Minister aan te wijzen instantie. Deze instantie draagt zorg voor de uitbetaling van de vergoeding.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:31137Rechtbank Den Haag, 22 september 2026 (personen- en familierecht)

    kort geding vervangende toestemming vakantie 1:253a BW - proceskostenveroordeling

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:26662Rechtbank Den Haag, 14 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Kort geding nakoming gebod terugverhuizing.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:24637Rechtbank Den Haag, 29 juli 2026 (personen- en familierecht)

    vervangende toestemming vakantie; proceskostenveroordeling

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:8506Rechtbank Noord-Holland, 9 juli 2026 (personen- en familierecht)

    De voorzieningenrechter verleent vervangende toestemming voor de vakantie van de minderjarige. De door de vader geëiste voorwaarden (in reconventie) zijn voor het grootste deel buitenproportioneel of…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:4198Rechtbank Midden-Nederland, 1 juli 2026 (civiel recht)

    Vordering tot voortzetting van de huurovereenkomst ex art. 7:268 lid 2 BW in dit specifieke geval toegewezen, ondanks het ontbreken van een huisvestingsvergunning

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:3242Rechtbank Oost-Brabant, 13 mei 2026 (civiel recht)

    Overboeking geldbedrag. Bewijsopdracht. Bestaan overeenkomst van geldlening niet bewezen. Wel bewezen dat sprake is van onverschuldigde betaling.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:10859Rechtbank Den Haag, 7 mei 2026 (verbintenissenrecht)

    geschil tussen partij die zich op bestaan huurovereenkomst beroept en huidige eigenaar van een winkelruimte/woonruimte die bestaan huurovereenkomst betwist en wil dat woonruimte wordt ontruimd. Niet…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:6424Rechtbank Den Haag, 6 januari 2026 (verbintenissenrecht)

    Kort geding. Contactverbod. Na echtscheiding ouders is contact tussen vader en zoon verbroken. Vader wil contact met inmiddels meerderjarige zoon herstellen, zoon wil dat niet. Contactpogingen vader…

93 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.