Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000

BVRB

Huidige tekst

Artikel 22 BVRB

Geldt sinds 1 februari 2026

  1. 1

    Ten aanzien van strafzaken die in de bijlage zijn aangemerkt als strafrecht verdachten of daaruit voortvloeiende strafrechtelijke cassatiezaken wordt: a.indien in een strafzaak de tijdsbesteding aan de verlening van rechtsbijstand uitgaat boven het aantal uren dat gelijk is aan twee maal het aantal punten dat in de bijlage voor het desbetreffende rechtsterrein of soort zaak of in de rijen B1, B2, B3, B4 en B5 is bepaald, voor elk uur waarin boven voornoemde grens rechtsbijstand wordt verleend, 0,955 punt toegekend, mits het bestuur de begroting van de tijdsbesteding voor de naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid van artikel 31, heeft goedgekeurd; b.indien in een strafzaak die is beëindigd in de situaties bedoeld in artikel 19, de tijdsbesteding aan de verlening van rechtsbijstand uitgaat boven het aantal uren dat gelijk is aan twee maal het aantal punten dat wordt toegekend op grond van artikel 19 voor elk uur waarin boven voornoemde grens rechtsbijstand wordt verleend, 0,955 punt toegekend, mits het bestuur de begroting van de tijdsbesteding voor de naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid van artikel 31, heeft goedgekeurd; c.indien in samenhangende strafzaken de tijdsbesteding aan de verlening van rechtsbijstand uitgaat boven het aantal uren dat gelijk is aan twee maal het aantal punten dat op grond van artikel 21, tweede, derde en zesde lid, wordt toegekend, voor elk uur waarin boven voornoemde grens rechtsbijstand wordt verleend, 0,955 punt toegekend, mits het bestuur de begroting van de tijdsbesteding voor de naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid van artikel 31, heeft goedgekeurd.

  2. 2

    Ten aanzien van strafzaken die in de bijlage zijn aangemerkt als strafrecht niet-verdachten of daaruit voortvloeiende strafrechtelijke cassatiezaken wordt: a.indien in een strafzaak de tijdsbesteding aan de verlening van rechtsbijstand uitgaat boven het aantal uren dat gelijk is aan twee maal het aantal punten dat in de bijlage voor het desbetreffende rechtsterrein of soort zaak of in de rijen B1, B2, B3, B4 en B5 is bepaald, voor elk uur waarin boven voornoemde grens rechtsbijstand wordt verleend, één punt toegekend, mits het bestuur de begroting van de tijdsbesteding voor de naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid van artikel 31, heeft goedgekeurd; b.indien in een strafzaak die is beëindigd in de situaties bedoeld in artikel 19, de tijdsbesteding aan de verlening van rechtsbijstand uitgaat boven het aantal uren dat gelijk is aan twee maal het aantal punten dat wordt toegekend op grond van artikel 19, voor elk uur waarin boven voornoemde grens rechtsbijstand wordt verleend, één punt toegekend, mits het bestuur de begroting van de tijdsbesteding voor de naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid van artikel 31, heeft goedgekeurd; of c.indien in samenhangende strafzaken de tijdsbesteding aan de verlening van rechtsbijstand uitgaat boven het aantal uren dat gelijk is aan twee maal het aantal punten dat op grond van artikel 21, tweede, derde en zesde lid, wordt toegekend, voor elk uur waarin boven voornoemde grens rechtsbijstand wordt verleend, één punt toegekend, mits het bestuur de begroting van de tijdsbesteding voor de naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid van artikel 31, heeft goedgekeurd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2024:1816Raad van State, 1 mei 2024 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 14 december 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand het verzoek van [appellante] om toekenning van extra uren voor rechtsbijstand aan [naam] afgewezen. Bij formulier van 9 november…

  • ECLI:NL:RVS:2022:3226Raad van State, 9 november 2022 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 22 maart 2019 heeft de raad voor rechtsbijstand het verzoek van [advocaat A] om toekenning van extra uren voor rechtsbijstand aan [cliënt] afgewezen. Bij formulier van 14 augustus…

  • ECLI:NL:RVS:2017:3436Raad van State, 13 december 2017 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 15 september 2015 heeft de raad een aanvraag van [appellant] om toestemming voor besteding van 44 extra uren afgewezen.

  • ECLI:NL:RVS:2015:3215Raad van State, 21 oktober 2015 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 29 oktober 2013 heeft de raad een aanvraag van [appellant] om toekenning van extra uren rechtsbijstand afgewezen.

  • ECLI:NL:RVS:2015:2057Raad van State, 1 juli 2015 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 10 oktober 2013 heeft de raad een aanvraag van [appellante] om toekenning van extra uren rechtsbijstand afgewezen.

  • ECLI:NL:RVS:2014:2780Raad van State, 23 juli 2014 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 22 maart 2012 heeft de raad een aanvraag om toekenning van extra uren rechtsbijstand afgewezen.

  • ECLI:NL:RVS:2014:762Raad van State, 5 maart 2014 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 13 januari 2012 heeft de raad een aanvraag van [appellante] om vergoeding van achttien extra uren rechtsbijstand ten behoeve van [cliënt] afgewezen.

  • ECLI:NL:RVS:2013:BZ1661Raad van State, 20 februari 2013 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 14 september 2011 heeft de raad een aanvraag van [appellant] om extra uren buiten behandeling gelaten.

15 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.