Besluit huurprijzen woonruimte

BHW

Huidige tekst

Artikel 8a BHW

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    De maximale huurprijsgrens wordt met 35% vermeerderd indien de woonruimte bestaat uit of deel uitmaakt van een rijksmonument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet en de huurovereenkomst betreffende die woonruimte is afgesloten na het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet betaalbare huur.

  2. 2

    Indien de woonruimte bestaat uit of deel uitmaakt van een rijksmonument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet en de huurovereenkomst betreffende die woonruimte is afgesloten voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet betaalbare huur, wordt de waardering voor een zelfstandige woonruimte in bijlage I, onder A, met 50 punten vermeerderd en de waardering voor een onzelfstandige woonruimte in bijlage I, onder B, met 10 punten vermeerderd.

  3. 3

    De maximale huurprijsgrens wordt met 15% vermeerderd indien de woonruimte bestaat uit of deel uitmaakt van een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeentelijk monument of een door gedeputeerde staten aangewezen provinciaal monument.

  4. 4

    De maximale huurprijsgrens, behorende bij de kwaliteit van een middeldure huurwoonruimte als bedoeld in artikel 1 van de Huisvestingswet 2014, wordt met 10% vermeerderd indien die woonruimte na 1 juli 2024 voor het eerst in gebruik wordt genomen als woonruimte en de bouw van deze woonruimte, of de verbouw van een ruimte met een andere gebruiksfunctie dan een woonfunctie naar een woonruimte met een woonfunctie, voor 1 januari 2028 is gestart. De vermeerdering geldt voor twintig jaar vanaf de dag van ingebruikname.

  5. 5

    De maximale huurprijsgrens wordt met 5% vermeerderd indien: a.die woonruimte behoort tot een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet, b.de woonruimte behoort tot een woning die is gebouwd voor 1965; en c.de woonruimte niet bestaat of deel uitmaakt van een rijksmonument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet of van een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeentelijk monument of een door gedeputeerde staten aangewezen provinciaal monument.

  6. 6

    Voor het bepalen of een woonruimte onder de in artikel 7:247 van het Burgerlijk Wetboek genoemde grens valt, wordt gerekend met de huurprijsgrens die geldt voor de woonruimte voordat de huurprijsvermeerdering, bedoeld in het eerste, derde, vierde of vijfde lid is toegepast.

  7. 7

    De vermeerdering, bedoeld in het eerste, derde, vierde of vijfde lid, wordt toegepast op de krachtens artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte geldende maximale huurprijsgrens.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:7184Rechtbank Midden-Nederland, 7 oktober 2026 (civiel recht)

    Toetsings aanvangshuurprijs na uitspraak huurcommissie. Geschil over punten voor o.a WOZ-waarde, energielabel, renovatie en nieuwbouwopslag.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:7618Rechtbank Amsterdam, 23 juli 2026 (verbintenissenrecht)

    Huurovereenkomst woonruimte. Vastelling huurprijs na uitspraak huurcommissie. Verzoek bij de huurcommissie is tijdig ingediend, omdat met de huurder een nieuwe huurovereenkomst is aangegaan.…

  • ECLI:NL:RBMNE:2025:1116Rechtbank Midden-Nederland, 12 maart 2025 (verbintenissenrecht)

    Voorstel verlaging huurprijs artikel 7:254 BW; peildatum vóór en uitspraak huurcommissie en kantonrechter ná inwerkingtreding Wet betaalbare huur; oude WWSO van toepassing; oppervlakte woonkamer…

  • ECLI:NL:RBMNE:2025:1117Rechtbank Midden-Nederland, 12 maart 2025 (verbintenissenrecht)

    Voorstel verlaging huurprijs artikel 7:254 BW; peildatum vóór en uitspraak huurcommissie en kantonrechter ná inwerkingtreding Wet betaalbare huur; oude WWSO van toepassing; oppervlakte woonkamer…

  • ECLI:NL:RBMNE:2025:1118Rechtbank Midden-Nederland, 12 maart 2025 (verbintenissenrecht)

    Voorstel verlaging huurprijs artikel 7:254 BW; peildatum vóór en uitspraak huurcommissie en kantonrechter ná inwerkingtreding Wet betaalbare huur; oude WWSO van toepassing; oppervlakte woonkamer…

  • ECLI:NL:RBGEL:2022:5293Rechtbank Gelderland, 16 september 2022 (verbintenissenrecht)

    Huurrecht. Toepassing artikel 8a Besluit huurprijzen woonruimte. Onder welke voorwaarden maakt verhuurder aanspraak op huurprijsverhoging van 15% i.v.m. kosten instandhouding monumentale waarde…

  • ECLI:NL:RBGEL:2022:7457Rechtbank Gelderland, 26 augustus 2022 (civiel recht)

    Vordering ex art. 7:262 BW; huurprijsvaststelling onzelfstandige woonruimte; toetsing adhv beleidsboek; monumententoeslag 15% toegewezen; voldoende gesteld dat investeringen van enige omvang zijn…

  • ECLI:NL:RBNNE:2020:2779Rechtbank Noord-Nederland, 4 augustus 2020 (civiel recht)

    Huurzaak. Vorderingen in conventie en in reconventie na uitspraak van de huurcommissie. De huurcommissie heeft op basis van het aantal punten de redelijkheid van de aanvangshuurprijs vastgesteld en…

17 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.