Besluit huurprijzen woonruimte

BHW

Huidige tekst

Artikel 1 BHW

Geldt sinds 1 juli 2024

  1. 1

    In dit besluit wordt onder de zittingsvoorzitters verstaan: de zittingsvoorzitters, bedoeld in artikel 3a, tweede lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte.

  2. 2

    Onder een woonruimte welke een zelfstandige woning vormt, wordt een woonruimte verstaan als bedoeld in artikel 7:234 van het Burgerlijk Wetboek, welke wordt bewoond door maximaal twee personen of welke wordt bewoond door drie of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding hebben. Onder woonruimte welke een zelfstandige woning vormt, wordt in dit besluit niet mede begrepen een woonwagen of een combinatie van een standplaats en een woonwagen.

  3. 3

    Onder woonruimte welke niet een zelfstandige woning vormt, wordt in dit besluit niet mede begrepen een standplaats.

  4. 4

    Wanneer een huurder van een woonruimte, zijnde één of twee personen of meer personen, die een duurzame gemeenschappelijke huishouding hebben een deel van die woonruimte onderverhuurt aan één ander huishouden, geldt in afwijking van het tweede lid, dat het gedeelte dat de hoofdhuurder bewoont een zelfstandige woning blijft vormen, indien: a.de gehele woning gedurende een aaneengesloten periode van twee jaar, voorafgaand aan de onderverhuring, slechts door het eerst genoemde huishouden is bewoond; en, b.het inwonende huishouden een huurovereenkomst heeft voor het gehuurde met de hoofdhuurder.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:5418Rechtbank Amsterdam, 17 juli 2025 (verbintenissenrecht)

    Tussenvonnis. De kantonrechter oordeelt dat sprake is van onzelfstandige woonruimte, zodat huurder niet hoofdelijk aansprakelijk is. Verder mocht verhuurder bepaalde meubels niet doorbelasten.…

  • ECLI:NL:RBROT:2016:10416Rechtbank Rotterdam, 25 november 2016 (verbintenissenrecht)

    Huurprijsvermindering. Ter bepaling van wat, gelet op het gebrek aan het gehuurde, een evenredige huurprijsvermindering is, is gekeken naar het waarderingsstelsel voor woonruimte.

  • ECLI:NL:RVS:2014:1042Raad van State, 26 maart 2014 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 24 oktober 2011 heeft het college [appellante] een boete van € 2.000,00 opgelegd wegens het in gebruik geven van woonruimte aan een persoon die niet over een huisvestingsvergunning…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.