Besluit huurprijzen woonruimte

BHW

Huidige tekst

Artikel 4 BHW

Geldt sinds 1 juli 2024

  1. 1

    Het bedrag van de bij wijze van voorschot aan de Staat verschuldigde vergoeding, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, en het bedrag van de vergoeding, bedoeld in dat lid, wordt vastgesteld op: a. indien de verzoeker dan wel de partij die niet de verzoeker is een huurder is: € 25, dan wel b. indien de verzoeker dan wel de partij die niet de verzoeker is een verhuurder is: € 500.

  2. 2

    Indien de huurcommissie in drie achtereenvolgende kalenderjaren onderscheidenlijk tweemaal, driemaal of viermaal of meer op een verzoek uitspraak heeft gedaan en daarbij, gelet op de strekking van het verzoekschrift, heeft geoordeeld dat de verhuurder de in het ongelijk gestelde partij is, wordt in het eerste lid, onderdeel b, voor € 500 onderscheidenlijk € 700, € 1.400, en € 1.750 gelezen.

  3. 3

    Het bedrag van de aan de Staat verschuldigde vergoeding, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, wordt vastgesteld op € 100.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2013:CA2295Rechtbank Amsterdam, 26 april 2013 (bestuursrecht)

    In geding is de hoogte van de leges die eiseres moest betalen voor beslissingen van de Huurcommissie in zaken over servicekosten. Verweerder hanteert een vaste gedragslijn die is omschreven in de…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.