Besluit huurprijzen woonruimte

BHW

Huidige tekst

Artikel 5 BHW

Geldt sinds 1 juli 2024

  1. 1

    De in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte bedoelde waardering van de kwaliteit van woonruimte vindt plaats: a.voor woonruimte, welke een zelfstandige woning vormt, overeenkomstig het in bijlage I, onder A, van dit besluit vervatte waarderingsstelsel en de daarbij gegeven toelichting; b.voor een woonruimte, welke niet een zelfstandige woning vormt, overeenkomstig het in bijlage I, onder B, van dit besluit vervatte waarderingsstelsel en de daarbij gegeven toelichting en de bij bijlage I, onder A, gegeven toelichting voor zover deze mede op bijlage I, onder B, van toepassing is; c.voor een woonwagen of een standplaats overeenkomstig het in bijlage I, onder C, van dit besluit vervatte waarderingsstelsel en de daarbij gegeven toelichting.

  2. 2

    De huurcommissie, het college van burgemeester en wethouders en de rechter kan, indien de aard van de woonruimte daartoe aanleiding geeft, de kwaliteit van woonruimte beoordelen in afwijking van het in het eerste lid bepaalde.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2022:633Hoge Raad, 22 april 2022 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen. Huurrecht woonruimte. Artikel 5 Bhw en onderdeel 9 van bijlage I sub A Bhw. Toepassing van woningwaarderingsstelsel in gevallen waarin WOZ-waarde van gehuurde niet bekend is of…

  • ECLI:NL:PHR:2022:127Parket bij de Hoge Raad, 2 februari 2022 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen. Huurrecht woonruimte. Puntensysteem woningwaarderingsstelsel. Is er ruimte binnen het stelsel van art. 10 UHW, art. 5 BHW en onderdeel 9 bijlage I sub A BHW voor een hogere…

  • ECLI:NL:PHR:2021:150Parket bij de Hoge Raad, 19 februari 2021 (civiel recht)

    Verbintenissenrecht, onrechtmatige daad. Vervreemding grond door woningcorporatie aan projectontwikkelaar na sloop woningen. Goedkeuring van minister vereist? Art. 27 lid 1, onder a, Woningwet en…

  • ECLI:NL:PHR:2012:BV1767Parket bij de Hoge Raad, 6 april 2012 (civiel recht)

    Huur woonruimte. Inhoud en reikwijdte “niet redelijk voordeel” als bedoeld in art. 7:264 lid 1 BW. Als uitgangspunt geldt dat van “een niet redelijk voordeel” sprake is indien tegenover het bedongen…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:5773Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 juni 2026 (verbintenissenrecht)

    Benoeming deskundige in verband met de waardering van de WOZ-waarde als onderdeel van de waardering van een redelijke aanvangshuurprijs.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:3793Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29 april 2026 (verbintenissenrecht)

    De Huurcommissie heeft geoordeeld dat de aanvangshuur die huurder betaalt te hoog is. Verhuurder is het daarmee niet eens en heeft de zaak aan de kantonrechter voorgelegd. Daarom zal de kantonrechter…

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:3176Gerechtshof Amsterdam, 25 november 2025 (civiel recht)

    Huurrecht woonruimte. Huurders vorderen terugbetaling van de op basis van uitspraken van de huurcommissie teveel betaalde huur (waarbij de huurcommissie is uitgegaan van onzelfstandige woonruimte).…

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:3961Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11 juni 2025 (verbintenissenrecht)

    Geschil over huurprijs na uitspraken huurcommissie.

47 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.