Besluit DNA-onderzoek in strafzaken

Bdos

Huidige tekst

Artikel 7 Bdos

Geldt sinds 1 november 2020

  1. 1

    DNA-onderzoek wordt verricht in het laboratorium van het instituut dat daarvoor door de Raad voor Accreditatie is geaccrediteerd aan de hand van de eisen, genoemd in de NEN-EN ISO/IEC 17 025, genoemd in de NEN-EN ISO/IEC 17 025, en deskundig is op het terrein van forensisch DNA-onderzoek.

  2. 2

    Het DNA-onderzoek kan in een ander laboratorium dan het laboratorium van het instituut worden verricht, indien dat vanwege de capaciteit van het laboratorium van het instituut noodzakelijk is of indien de officier van justitie onderscheidenlijk de rechter-commissaris opdracht heeft gegeven dat het DNA-onderzoek in een ander laboratorium wordt verricht.

  3. 3

    Als ander laboratorium als bedoeld in het tweede lid komt slechts in aanmerking: a. een laboratorium dat door de Raad voor Accreditatie is geaccrediteerd aan de hand van de eisen, genoemd in de NEN-EN ISO/IEC 17 025, genoemd in de NEN-EN ISO/IEC 17 025, en deskundig is op het terrein van forensisch DNA-onderzoek, dan wel b. een laboratorium dat gevestigd is in het buitenland, door een met de Raad voor Accreditatie vergelijkbare instantie is geaccrediteerd aan de hand van eisen die vergelijkbaar zijn met de eisen, bedoeld onder a, en deskundig is op het terrein van forensisch DNA-onderzoek.

  4. 4

    Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag om accreditatie, bedoeld in het eerste en derde lid.

  5. 5

    Indien de accreditatie van een laboratorium als bedoeld in het eerste of derde lid is ingetrokken, is geschorst of na haar vervaldatum niet is verlengd, kan in dit laboratorium niet langer DNA-onderzoek worden verricht.

  6. 6

    Het DNA-onderzoek, bedoeld in artikel 151a, zesde lid, eerste volzin, of artikel 195b, eerste lid, eerste volzin, van de wet wordt niet verricht door: a. de deskundige die het DNA-onderzoek als bedoeld in artikel 151a, eerste lid, eerste volzin, onderscheidenlijk artikel 195a, eerste lid, eerste volzin, van de wet heeft verricht, dan wel b. een deskundige die aan hetzelfde laboratorium is verbonden als de deskundige, bedoeld onder a.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:928Parket bij de Hoge Raad, 10 september 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. OM-cassatie en cassatie verdachte. Vrijspraak van verkrachting (art. 242 Sr) en veroordeling wegens mishandeling (art. 300 Sr). Middelen OM richten zich tegen vrijspraak en gaan over…

  • ECLI:NL:PHR:2013:BZ9992Parket bij de Hoge Raad, 23 april 2013 (strafrecht)

    Puttense moordzaak II. 1. Verwerping verweer. 2. Salduz. 3. Herhaald verzoek horen deskundigen. 4. Samenloop. Ad 1. Indien de aan het verweer en middel ten grondslag liggende stellingen dat de in…

  • ECLI:NL:HR:2009:BI5746Hoge Raad, 8 september 2009 (strafrecht)

    Tegenonderzoek (contra-expertise). DNA-(tegen)onderzoek. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AR7228 m.b.t. tot het verzoek tot het doen verrichten van een tegenonderzoek, i.c. een…

  • ECLI:NL:PHR:2009:BI5746Parket bij de Hoge Raad, 8 september 2009 (strafrecht)

    Tegenonderzoek (contra-expertise). DNA-(tegen)onderzoek. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AR7228 m.b.t. tot het verzoek tot het doen verrichten van een tegenonderzoek, i.c. een…

  • ECLI:NL:GHARL:2017:4428Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24 mei 2017 (strafrecht)

    Veroordeling voor poging inbraak en wapenbezit. DNA-bewijs en verdachte voldoet aan het signalement.

  • ECLI:NL:GHARN:2011:BU3933Gerechtshof Arnhem, 10 november 2011 (strafrecht)

    Uitspraak in hoger beroep in de ‘Puttense zaak’. Het hof veroordeelt de verdachte wegens moord en verkrachting tot een gevangenisstraf van 18 jaar.

  • ECLI:NL:RBMID:2009:BK6995Rechtbank Middelburg, 18 december 2009 (strafrecht)

    Moord begraafplaats Vlissingen. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaren wegens moord.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.