Besluit DNA-onderzoek in strafzaken

Bdos

Huidige tekst

Artikel 18 Bdos

Geldt sinds 1 juli 2024

  1. 1

    Het instituut vernietigt het DNA-profiel van een verdachte of veroordeelde: a.twintig jaar nadat een einduitspraak als bedoeld in de artikelen 351 en 352, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is gedaan in verband met een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van minder dan zes jaar is gesteld, en in het kader van het misdrijf het DNA-profiel is verwerkt of nadat een strafbeschikking wegens het misdrijf volledig ten uitvoer is gelegd, dan wel twaalf jaar na het overlijden van betrokkene, b.dertig jaar nadat een einduitspraak als bedoeld in de artikelen 351 en 352, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is gedaan in verband met een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaar of meer is gesteld, en in het kader van het misdrijf het DNA-profiel is verwerkt of nadat een strafbeschikking wegens het misdrijf volledig ten uitvoer is gelegd, dan wel twintig jaar na het overlijden van betrokkene, of c.na het vervallen van het recht tot strafvordering door verjaring.

  2. 2

    De termijn van twintig en dertig jaar, genoemd in het eerste lid, wordt verlengd indien tegen de betrokkene een einduitspraak als bedoeld in de artikelen 351 en 352, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering in verband met een ander misdrijf is gedaan of een strafbeschikking in verband met een ander misdrijf is uitgevaardigd. In dat geval wordt het DNA-profiel vernietigd twintig dan wel dertig jaar nadat de einduitspraak in verband met dat andere misdrijf is gedaan of de strafbeschikking in verband met dat andere misdrijf volledig ten uitvoer is gelegd, al naar gelang op het misdrijf naar de wettelijke omschrijving minder dan zes jaar dan wel zes jaar of meer gevangenisstraf is gesteld. De eerste twee volzinnen zijn niet van toepassing in het geval op dat andere misdrijf naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van minder dan zes jaar is gesteld, terwijl op het eerdere misdrijf naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaar of meer was gesteld en van de termijn van dertig jaar nog niet meer dan tien jaar is verstreken.

  3. 3

    De termijn van dertig jaar, genoemd in het eerste lid, wordt met twintig jaar verlengd indien de duur van de gevangenisstraf of vrijheidsbenemende maatregel langer is dan twintig jaar. Indien de gevangenisstraf levenslang is of de vrijheidsbenemende maatregel de duur van veertig jaar overstijgt, wordt het DNA-profiel na tachtig jaar vernietigd.

  4. 4

    In afwijking van het eerste tot en met derde lid wordt het DNA-profiel van een verdachte of veroordeelde wegens een misdrijf als bedoeld in de artikelen 241, 243 en 245 tot en met 253 van het Wetboek van Strafrecht na tachtig jaar vernietigd.

  5. 5

    Het instituut vernietigt het DNA-profiel van een persoon als bedoeld in artikel 14, vierde lid, onder g, twintig jaar na vastlegging in de DNA-databank of zodra deze persoon het instuut heeft medegedeeld dat hij zijn toestemming tot het verwerken van zijn DNA-profiel heeft ingetrokken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2016:2073Hoge Raad, 13 september 2016 (strafrecht)

    Cassatie in het belang der wet. Art. 2 Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Wat zijn de consequenties als een bevel a.b.i. in art. 2 Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden niet zo spoedig mogelijk na de…

  • ECLI:NL:PHR:2016:894Parket bij de Hoge Raad, 14 juni 2016 (strafrecht)

    Cassatie in het belang der wet. Art. 2 Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Wat zijn de consequenties als een bevel a.b.i. in art. 2 Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden niet zo spoedig mogelijk na de…

  • ECLI:NL:RBDHA:2017:11567Rechtbank Den Haag, 10 oktober 2017 (strafrecht)

    bezwaar ex art. 7 Wet DNA. Tijdsverloop tussen de veroordeling en het uitvaardigen van het bevel kan een rol spelen bij de vraag of sprake is van een uitzondering a.b.i. art. 2, lid 1, onder b, van…

  • ECLI:NL:RBDHA:2015:16038Rechtbank Den Haag, 29 december 2015 (strafrecht)

    Bezwaarschrift ongegrond. Naar het oordeel van de rechtbank leidt een termijnverloop van ruim drie jaar tussen de veroordeling en het moment waarop bij de veroordeelde celmateriaal is afgenomen voor…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.