Besluit algemene rechtspositie politie

BARP

Huidige tekst

Artikel 71 BARP

Geldt sinds 23 juni 2017

  1. 1

    Met inachtneming van de door het bevoegd gezag ter zake vastgestelde regels wordt met de ambtenaar ten minste een maal per jaar een gesprek gehouden over de vervulling van zijn functie in de afgelopen en komende periode en de voortgang van een persoonlijk ontwikkelingsplan als bedoeld in artikel 72. In het gesprek wordt ook aandacht besteed aan integriteitsaspecten in relatie tot het functioneren van de ambtenaar en het functioneren van het dienstonderdeel waar hij werkzaam is. De hoofdzaken van dit gesprek worden in overeenstemming met de ambtenaar in een door de ambtenaar medeondertekend document vastgelegd. De ambtenaar ontvangt een afschrift van dit document.

  2. 2

    Met inachtneming van de door het bevoegd gezag ter zake vastgestelde regels wordt de ambtenaar die een aanvraag daartoe indient dan wel ten aanzien van wie dit door het bevoegd gezag nodig wordt geacht, beoordeeld over de wijze waarop hij zijn functie vervult en zijn gedragingen tijdens de uitoefening van die functie. Aan de aanvraag van de ambtenaar om overeenkomstig dit lid te worden beoordeeld, wordt niet eerder voldaan dan na het verstrijken van één jaar sedert de vastlegging van de voorafgaande over hem uitgebrachte beoordeling.

  3. 3

    Met inachtneming van de door het bevoegd gezag ter zake vastgestelde regels worden toekomstverwachtingen opgemaakt over de ambtenaar die in beschouwing wordt genomen voor een binnen afzienbare tijd te verwachten plaatsing in een hoger gewaardeerde functie van een onderdeel van het landelijk politiekorps dan wel binnen de Politieacademie. Ook kunnen toekomstverwachtingen worden opgemaakt voor een ambtenaar die in de nabije toekomst een verplaatsing naar een andere niet hoger gewaardeerde functie in een onderdeel van het landelijk politiekorps dan wel binnen de Politieacademie aanvraagt of ten aanzien van wie een dergelijke verplaatsing wenselijk wordt geacht, mits de mogelijkheid tot een dergelijke verplaatsing reëel aanwezig is en het bevoegd gezag instemt met de wens van de ambtenaar.

  4. 4

    Onder toekomstverwachting wordt in dit verband verstaan: een systematische bezinning op de behoeften en potentiële capaciteiten van de ambtenaar, bekeken in het kader van de mogelijkheden binnen het desbetreffende onderdeel van het landelijk politiekorps of de Politieacademie, welke bezinning uitmondt in concrete afspraken alsmede het daarop tijdig actie ondernemen.

  5. 5

    De ambtenaar wordt van de inhoud van de over hem opgemaakte beoordeling, bedoeld in het tweede lid, of de over hem opgemaakte toekomstverwachting, bedoeld in het derde en vierde lid, in kennis gesteld nadat deze door het bevoegd gezag is bekrachtigd. Hij ontvangt een afschrift van het document dat de over hem opgemaakte beoordeling of de toekomstverwachting bevat. Hij ondertekent dit document voor kennisgeving van de inhoud en voor ontvangst ervan. Hij kan zijn bezwaren tegen de over hem opgemaakte beoordeling of toekomstverwachting overeenkomstig de door het bevoegd gezag vastgestelde regels aan het bevoegd gezag kenbaar maken en om herziening verzoeken.

  6. 6

    Onze Minister kan ter uitvoering van dit artikel nadere regels vaststellen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2022:677Rechtbank Amsterdam, 18 februari 2022 (ambtenarenrecht)

    Beoordeling functioneren eiseres. Beoordeling is volgens de rechtbank niet zorgvuldig voorbereid. Beroep gegrond.

  • ECLI:NL:RBAMS:2022:678Rechtbank Amsterdam, 18 februari 2022 (ambtenarenrecht)

    Beoordeling functioneren eiseres. Bezwaar wel tijdig ingediend. Beoordeling is volgens de rechtbank ook niet zorgvuldig voorbereid. Beroep gegrond.

  • ECLI:NL:CRVB:2019:664Centrale Raad van Beroep, 28 februari 2019 (ambtenarenrecht)

    Beoordeling met eindoordeel “onvoldoende” terecht vastgesteld. Van strijd met het Beoordelingsreglement, het rechtszekerheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel is geen…

  • ECLI:NL:RBZWB:2016:4442Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 juli 2016 (bestuursrecht)

    Beoordeling en ongeschiktheidsontslag politiefunctionaris

  • ECLI:NL:RBROT:2015:2909Rechtbank Rotterdam, 24 april 2015 (bestuursrecht)

    Het beroep gericht tegen de vastgestelde beoordeling is ongegrond. Het beroep gericht tegen de afwijzing van de bevordering van eiser naar de functie van Senior Gebieds Gebonden Politie in het kader…

  • ECLI:NL:RBHAA:2008:BD6053Rechtbank Haarlem, 2 juni 2008 (ambtenarenrecht)

    Aan eiser is een ongeschiktheidsontslag verleend. Hieraan ten grondslag ligt een personeelsbeoordeling. Deze beoordeling berust op onvoldoende gronden, zodat het desbetreffende besluit en het…

  • ECLI:NL:CRVB:2008:BD2833Centrale Raad van Beroep, 22 mei 2008 (ambtenarenrecht)

    Medewerker parketpolitie in de functie van surveillant. POS-formulier (Formulier Personeelsontwikkeling). Ontvankelijkheid van het bezwaar. De Raad acht de door appellant genoemde kritiek op de…

  • ECLI:NL:CRVB:2005:AT3198Centrale Raad van Beroep, 17 maart 2005 (ambtenarenrecht)

    Beoordeling. Bekendmaking. Verschoonbaarheid termijnoverschrijding.

9 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.