Besluit algemene rechtspositie politie

BARP

Huidige tekst

Artikel 51 BARP

Geldt sinds 20 augustus 2011

  1. 1

    Het advies dat door de deskundige persoon of de arbodienst wordt uitgebracht naar aanleiding van een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 18 van de Arbeidsomstandighedenwet en artikel 50 van dit besluit, wordt zo spoedig mogelijk aan de ambtenaar en het bevoegd gezag bekendgemaakt.

  2. 2

    De ambtenaar kan de deskundige persoon of de arbodienst binnen vijf dagen na ontvangst van het medisch advies, schriftelijk een hernieuwd onderzoek vragen indien hij bedenkingen heeft tegen het medisch advies. Gedurende de behandeling van zijn bedenkingen, behoeft de ambtenaar aan het medisch advies geen gevolg te geven. De deskundige persoon of de arbodienst stelt het bevoegd gezag in kennis van een ingediend verzoek om een hernieuwd onderzoek.

  3. 3

    Zo spoedig mogelijk na ontvangst van het verzoek om een hernieuwd onderzoek, doch uiterlijk binnen vier weken, vindt het hernieuwd onderzoek door een commissie van drie artsen plaats.

  4. 4

    Op verzoek van de ambtenaar wordt zijn behandelend arts in de gelegenheid gesteld mondeling of schriftelijk zijn mening aan de commissie van drie artsen kenbaar te maken.

  5. 5

    De kosten van het hernieuwde onderzoek komen voor rekening van het bevoegd gezag. Eventuele reis- en verblijfkosten van de ambtenaar worden hem vergoed volgens de geldende regels ter zake van dienstreizen.

  6. 6

    Bij de bekendmaking van het advies, bedoeld in het eerste lid, wordt de ambtenaar schriftelijk gewezen op de in het tweede lid genoemde mogelijkheid, met vermelding van de termijn waarbinnen het hernieuwde onderzoek kan worden gevraagd en het orgaan waaraan het verzoek moet worden gericht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBZWB:2022:2601Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 mei 2022 (bestuursrecht)

    AW

  • ECLI:NL:CRVB:2016:435Centrale Raad van Beroep, 5 februari 2016 (ambtenarenrecht)

    1) Immateriële schadevergoeding. De korpschef is appellant ten onrechte re-integratieverplichtingen blijven opleggen. Geestelijk leed. Aantasting van de persoon. Ten onrechte geen immateriële…

  • ECLI:NL:CRVB:2014:3523Centrale Raad van Beroep, 30 oktober 2014 (ambtenarenrecht)

    Reïntegratie. Voordat appellante in haar functie kon terugkeren, diende zij te slagen voor de Integrale Beroepsvaardigheden Training (IBT). Het is aannemelijk dat appellante vanwege reële en ernstige…

  • ECLI:NL:RBAMS:2012:BY6904Rechtbank Amsterdam, 23 november 2012 (bestuursrecht)

    Doorbetaling bezoldiging politieambtenaar na beëindiging tijdelijk dienstverband.

  • ECLI:NL:CRVB:2007:BA4262Centrale Raad van Beroep, 19 april 2007 (ambtenarenrecht)

    Recht op doorbetaling van de bezoldiging; Terugvordering.

  • ECLI:NL:CRVB:2006:AY9055Centrale Raad van Beroep, 7 september 2006 (ambtenarenrecht)

    Hervatting salarisbetaling; terugvordering over 1 oktober 2002 tot 17 oktober 2002 abusievelijk alsnog betaald salaris.

  • ECLI:NL:CRVB:2003:AO0379Centrale Raad van Beroep, 4 december 2003 (ambtenarenrecht)

    Ontslag hoofdagent vanwege ongeschiktheid voor de functie, anders dan op grond van ziekte en/of gebreken.

  • ECLI:NL:CRVB:2002:BJ3195Centrale Raad van Beroep, 1 augustus 2002 (ambtenarenrecht)

    Door geen gevolg te geven aan uitdrukkelijke opdracht te hervatten na hersteldverklaring, heeft betrokkene opzettelijk nagelaten zijn dienst te verrichten. Geen bedenkingen gemaakt tegen oordeel…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.